We moeten meer lanterfanten, zegt cabaretier en ‘goedgeluimde paljas’ Merijn Scholten

2 uren geleden 1

Met een stem die klinkt alsof het Polygoonjournaal wordt voorgelezen horen we dat cabaretier Merijn Scholten (43), een „goedgeluimde paljas”, het publiek vanavond dusdanig gaat beroeren dat het na afloop met „hernieuwde levenslust de verwarrende realiteit tegemoet kan treden.”

De stem die Scholten tijdens deze korte scène op zet, in combinatie met het archaïsche, enigszins belachelijk klinkende taalgebruik, lijkt de inhoud zelf direct te ironiseren. Zijn radiostem uit andere tijden doet voorkomen alsof we een cabaretvoorstelling voorgeschoteld gaan krijgen waarin uitgelegd wordt hoe het allemaal zit („een onverwacht scherpe blik op de tijdsgeest”). Of, nog erger: cabaret verpakt als preek. Bah! De stem suggereert: dergelijk cabaret is niet meer van deze tijd.

Klopt. Populair tegenwoordig is cabaret over een ingrijpende gebeurtenis, ziekte of verslaving: een ‘persoonlijk verhaal’. Net als sketchcabaret, voorstellingen vol komisch geacteerde scènes over herkenbare types en sociale ongemakken. Scholtens eerste solovoorstelling, na het einde van zijn cabaretduoschap De Partizanen met Thomas Gast, paste in deze laatste categorie. In Team Solo (2022) voerde hij een reeks personages op die vaak gespecialiseerd waren in met zoveel mogelijk woorden zo weinig mogelijk zeggen. Ook in het eerste seizoen van zijn sketchprogramma De week van Merijn (2025) speelde Scholten diverse diep onzekere types die zich als zelfverzekerd en eigenzinnig proberen te presenteren, maar uiteindelijk zichzelf ontmaskeren.

Nu is er een tweede solovoorstelling: Lemming. Nog steeds communiceert Scholten veel via personages, maar zijn eigen stem is nadrukkelijker aanwezig. Scholten wil niet enkel meer de blik richten op irritant gedrag van lege influencer-achtige mensen. In Lemming wil hij zijn blik delen op de volgens hem momenteel niet zo fraaie wereld. Maar kan dat zonder moraliseren, dat in de kunsten zo verafschuwde begrip, dat in combinatie met cabaret inderdaad, zoals de radiostem suggereerde, al snel ouderwets aandoet?

Eigen stem

Ja, laat Scholten zien in het erg goed gelukte Lemming. Wederom krijgen we verschillende personages in een flitsende voorstelling, vol leuk en expressief acteerwerk. De schakels tussen de scènes zijn echter minder hard. Zo kan het gebeuren dat Scholten vanuit een personage opeens overgaat op zijn eigen stem. Als hij iemand opvoert die zichzelf uit alle macht tot kalmte probeert de mediteren bijvoorbeeld, gaat het eerst nog over de vraag wat spiritualiteit precies is, vervolgens over religie, waarna Scholten een zin later opeens uit het personage lijkt te zijn gestapt en zegt het raar te vinden dat we religie vanaf de Verlichting langzaam hebben weggeredeneerd maar nu wel achter allerlei gekken aan lopen die de macht grijpen.

Dit soort snelle, soms onverwachte wisselingen, voelen nooit onnatuurlijk. Op microniveau zien we een stoet aan uiteenlopende personages. Uitgezoomd natuurlijk alleen Scholten, die zijn binnenwereld op een interessante en vermakelijke manier naar buiten probeert te krijgen. Dat dit gebeurt via personages, stemmetjes en soms associatieve overgangen of gedachten, werkt erg goed. Het is een manier van indirect communiceren waarmee hij zijn boodschap aangenaam verpakt. Hij zegt niet onomwonden hoe hij vindt dat het zit, maar via omwegen, afslagen en grapjes, waarmee hij communiceert het ook allemaal niet zeker te weten.

‘WK Lanterfanten’

Scholten heeft soms „het gevoel dat er iets niet klopt”. Het is een zin die vaker terugkomt. We zijn kuddedieren, zoals de lemming, het knaagdier uit de voorstellingstitel, maar in de war wie of wat onze herder is, meent Scholten. De types die hij opvoert, waaronder coaches, valse profeten afkomstig uit het broeinest van de manosphere, en ijdele muzikanten zijn het in elk geval niet. Je niet laten leiden door afleiding en af en toe gewoon niks doen zou helpen, denkt Scholten. Hoe moeilijk we dat vinden blijkt uit een grappige verbeelding van een ‘WK lanterfanten’, waarin we deelnemer Klaus geconcentreerd zien niksen. Onlangs ging hij nog onderuit in een belangrijke wedstrijd omdat hij een impuls niet kon onderdrukken en op Temu plots een „roestvrijstalen banaan- en komkommersnijder” kocht.

De nostalgie van de jaren negentig kan verleidelijk zijn, blijkt uit een komisch liedje op de begintune van jeugdserie MacGyver. Maar die onbekommerde tijden zijn voorbij, evenals Fukuyama met zijn ‘end of history’-verhaal als leidsman, eindeloze technofeesten en happy hardcore, aldus Scholten. Hij creëert, grappig en ontroerend, een beter bij de tijd passend genre: sad hardcore.

Lees het hele artikel