Binnen een jaar een positief antwoord op een dwingende oproep van zestig prominenten uit het bedrijfsleven en economische wetenschap: een nationale investeringsbank moet er komen, vinden ook de coalitiepartijen achter het nieuwe kabinet.
Al binnen twee jaar moet deze instelling zijn opgericht om financiering te verstrekken aan bedrijven en projecten die het geld niet uit de markt kunnen halen, aldus het vrijdag gepresenteerde coalitieakkoord van D66, VVD en CDA. De investeringsbank moet op afstand komen te staan van de departementen. Het nieuwe kabinet zal 3 tot 5 miljard euro aan kapitaal in de nieuwe instelling storten.
Die prominenten onder aanvoering van onder anderen voormalig topambtenaar en bankier Jeroen Kremers en voormalig ASML-topman Peter Wennink drongen dit voorjaar aan op zo’n investeringsbank die investeringen in bijvoorbeeld de energietransitie en in innovatieve ontwikkelingen zou moeten bevorderen.
Het demissionaire kabinet spoorde deze zomer de al bestaande investeringsinstellingen Invest NL en Invest International aan om te integreren en te onderzoeken hoe zij het fundament kunnen vormen van een investeringsbank met meer verantwoordelijkheden. In december speelde de investeringsbank een belangrijke rol in het advies van dezelfde Wennink over hoe Nederland weer concurrerend en productiever kan worden.
Gaat iedereen niet te hard, vragen onderzoekers van denktank Instituut voor Publieke Economie zich af in een onderzoek dat ze deze maandag publiceren. „De investeringsbank lijkt als een wondermiddel te worden beschouwd. Maar biedt deze echt toegevoegde waarde op de instrumenten die al bestaan?”, zegt Jasper H. van Dijk, onderzoeksleider bij de denktank, promovendus aan de Universiteit Utrecht en voorheen werkzaam bij het ministerie van Financiën en als consultant bij McKinsey.
Wennink en de prominenten stelden voor dat de overheid 10 miljard euro aan kapitaal zou storten in de nieuwe investeringsbank, vooralsnog kiest het kabinet voor 3 tot 5 miljard euro. Het gaat om veel geld, stelt Van Dijk. „Laat de overheid de tijd nemen om eerst goed te bedenken wat het doel is van een nieuwe investeringsbank.”
De investeringsbank kan een instrument zijn om overheidsfalen te voorkomen. Maar daarmee zet je investeringen op afstand van democratische besluitvorming. Willen we dat wel?
In het onderzoek probeert het Instituut voor Publieke Economie te analyseren wat precies het overheids- en marktfalen is dat de investeringsbank zou moeten bestrijden. De onderzoekers beschrijven hoe de investeringsbank voor uiteenlopende problemen als oplossing wordt neergezet. Voor financiering van jonge innovatieve bedrijven die niet aan kapitaal kunnen komen, voor de financiering van grote transities zoals de energie- en de AI-transitie en voor de financiering van achterblijvende publieke investeringen in infrastructuur.
Een financieringsprobleem voor jonge bedrijven lijkt Van Dijk niet het grootste probleem. Daarmee valt hij terug op een eerder onderzoek van de denktank, waarin zij aangeven dat het bewijs voor het bestaan van een financieringsprobleem zwak is. „De problemen lijken eerder ergens anders te liggen. Jonge bedrijven kunnen bijvoorbeeld niet voldoende talenten vinden in Nederland. Veel regels zijn ongunstig voor hen. En de Nederlandse markt is te klein”, zegt hij.
Volgens Van Dijk vloeit er wel degelijk veel buitenlands geld naar jonge Nederlandse bedrijven. „Zelfs als wel blijkt dat start-ups lastig aan financiering kunnen komen, is er al Invest NL of zijn er potjes bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. [RVO]”
De investeringsbank zou ook meer gevestigde bedrijven in bijvoorbeeld de energie- of AI-transitie moeten helpen.
„Er zijn grote onzekerheden over die energietransitie, over de omvang en de snelheid ervan. Waardoor de markt terughoudend kan zijn om erin te investeren. Dat zie je bijvoorbeeld bij waterstof.
„De overheid kan een bepaalde afname voor een vastgestelde prijs garanderen voor waterstof in bijvoorbeeld 2030. Dan weten marktpartijen wat ze aan inkomstenstroom kunnen verwachten en daarop hun investeringen baseren. Daar hoeft de overheid dan zelf geen investeringen voor te doen via een investeringsbank.”
Er moet geen tijd verspild worden, stellen de voorstanders.
„Ik zie een terechte vrees dat er te weinig investeringen worden gedaan. Wennink doet in zijn rapport 51 investeringsvoorstellen. Ook hij zegt dat die investeringen van de grond kunnen komen als er aan allerlei randvoorwaarden is voldaan, zoals dat Nederland van het stikstofslot moet komen en de netcongestie wordt aangepakt. Als aan die randvoorwaarden is voldaan, wordt het aantrekkelijk voor bedrijven om zelf te investeren. Om de overheid die investeringen direct op te laten pakken, dat gaat te snel.”
De overheid is te grillig in zijn beleid, stellen jullie ook zelf.
„Ja, zoals met de normen voor hybride warmtepompen die plots veranderen. Of de dieselbestelbusjes die niet meer de binnenstad in mochten. Of het geld dat uit het Klimaatfonds werd gehaald, om bedrijven met een hoge CO2-belasting te compenseren. Met steeds veranderend beleid wordt het lastig om bedrijven te laten investeren. Dan kan het een argument zijn om vanuit de overheid op afstand mee te investeren, zodat er een committment voor een langere periode is. Dan is de investeringsbank een instrument om overheidsfalen te voorkomen. Maar daarmee zet je het wel op afstand van de politiek, en dus van democratische besluitvorming. Willen we dat wel?”
Er wordt veel gekeken naar de Franse staatsinvesteringsbank BPI France als grote voorbeeld.
„Dan kom je bij de vraag hoe Frans je in je denken bent. En of je gelooft dat de overheid goed kan selecteren welke start-ups en jonge technologiebedrijven je geld moet verschaffen. We zien in Nederland inmiddels meer voorstanders van een actieve industriepolitiek zoals de Fransen die bedrijven.
„Voor de 10 miljard euro die wordt voorgesteld is gekeken naar hoeveel kapitaal BPI France en de Duitse tegenhanger KfW beschikbaar hebben. Dat is veel meer dan wat NL Invest en Invest International samen hebben. Vergeten wordt dat Nederland via allerlei andere regelingen, onder meer via de RVO, bijdraagt aan investeringen van bedrijven. Wat doen de Fransen dan echt meer dan wij in Nederland doen? Laten we dat eerst in kaart brengen.”
Jullie zijn ook kritisch over het uitgangspunt van Wennink en de groep van prominenten dat met 10 miljard euro overheidsgeld er 90 miljard uit de private markt te halen is.
„Als je zoveel geld uit de private markt haalt, moeten investeerders hoge rendementen kunnen behalen. Ook het coalitieakkoord spreekt van marktconforme rendementen. Als dat gebeurt, wordt het dan niet gewoon een private bank? Een bank van de overheid moet niet gaan doen wat private instellingen al kunnen.”
Lees ook
‘Nationale investeringsbank kan niet op de formatie wachten’
De journalistieke principes van NRC


/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/02/03155856/030226ECO_2031316869_disney.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/02/03130850/030226VER_2031306169_moltbook.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/02/03110150/030226ECO_2031302340_musk2.jpg)

/https://content.production.cdn.art19.com/images/49/a7/e6/58/49a7e658-56d8-481a-8298-0df39b14138f/ede948f1df4902547a7211fc8a2048ab9be9c39e707e81011415564adf140ca9e53dfbe25d68495199cfaea662344a046348025d071d9f72f470880dceb48866.jpeg)
/https://content.production.cdn.art19.com/images/12/cd/4d/77/12cd4d77-d80b-427a-8f01-9dfaba87df9a/7b9328d383a252661413d5e104a744ae24ae8c54eb9b7bf6aadf0e0cc54d2d0cee68e831dca70fb279815b03c4ac31defaf9c35365c9adffe1d675cd6484dc35.jpeg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/02/01132633/010226SPO_2031198901_AusOpen.jpg)

/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/02/02152854/020226MID_2031238624_WEB_HP_ILLU_Opgevoed_Martien-ter-Veen.jpg)
English (US) ·