‘Muskisme is hét dominante systeem in het tijdperk van digitaal kapitalisme’

2 dagen geleden 4

Eigenlijk wilden ze helemaal geen boek schrijven over Elon Musk. Quinn Slobodian en Ben Tarnoff hadden, zegt Slobodian, een „langdurige afkeer” van hem. Maar er was een vraag die ze steeds meer begon te fascineren. Musk, zegt hij, „is iemand is die zich op schandalige, aanstootgevende, polariserende en destructieve manieren gedraagt, maar desondanks beloond wordt door de mondiale politieke economie. Dat leek ons een raadsel dat opgelost moest worden: hoe is het mogelijk dat we een wereld hebben gecreëerd waarin zulk gedrag juist geld oplevert?”

De oplossing van dat raadsel draagt de vertaalde titel Muskisme: een gids voor de verbijsterden. Canadees Slobodian en Amerikaan Tarnoff zijn half maart een paar dagen in Nederland om over het boek te praten.

Slobodian is hoogleraar internationale geschiedenis aan Boston University. Hij geldt als een van de voornaamste kritische historici van het neoliberalisme; zijn boek Globalists is een standaardwerk geworden.

Daarin zoekt hij de wortels van het neoliberalisme niet in de opkomst van Ronald Reagan en Margaret Thatcher eind jaren zeventig, maar in Duitse en Oostenrijkse economen en filosofen in het interbellum. Hij beschrijft hoe hun ideeën niet draaiden om het terugdringen van de staat ten gunste van de markt, maar het transformeren van die staat om markten te stimuleren en te beschermen. Ook op mondiaal niveau, een ideaal dat werd vervolmaakt in bijvoorbeeld de Wereldhandelsorganisatie (WTO).

Tarnoff is een progressieve techjournalist, in zijn boek Internet for the People bepleit hij bijvoorbeeld een internet dat niet in handen is van private techbedrijven, maar democratisch georganiseerd is, met meer macht voor gebruikers. Muskisme is het eerste boek dat ze samen schreven. Slobodian: „Met enige tegenzin waagden we ons aan het avontuur om muskologen te worden. Onze aanpak was om de psychologische obsessies met hem zelf te relativeren en hem meer te beschouwen zoals sociale wetenschappers Henry Ford hebben bestudeerd. Onze vraag was dus: bestaat er zoiets als muskisme, een soort tegenhanger van wat eerder fordisme werd genoemd?”

Het boek is „een alternatieve geschiedenis van het heden”, zegt Tarnoff. Het tijdperk van neoliberale globalisering, waarin handelsbelemmeringen tussen landen werden neergehaald zodat goederen en kapitaal vrijer konden stromen, is volgens hem voorbij. „Maar er bestaat verwarring over wat de nieuwe orde is.” Kijken naar Musk, zegt hij, „kan het moment waarin we ons bevinden verduidelijken”.

Om Slobodians eigen vraag te beantwoorden: ja, schrijven de twee, het muskisme is inderdaad een politiek-economisch systeem zoals het fordisme dat ooit was. In dat aan industrieel Henry Ford ontleende idee moeten banen stabiel zijn, met goede salarissen die welvaart en daarmee de consumptiesamenleving mogelijk maken; massaproductie leidt zo tot massaconsumptie. Het draaide om „de belofte van een stijgende levensstandaard voor iedereen: een auto in elke garage, een koelkast in elke keuken, salarissen die meestegen met de productiviteit”. Dat fordisme, schrijven ze, was het economische ‘besturingssysteem van de twintigste eeuw’. En het muskisme zal „mogelijk” het systeem van de eenentwintigste eeuw worden.

Wat is muskisme?

Tarnoff: „In de kern is het een samensmelting van de publieke en private sector, van de overheid en een paar grote bedrijven. Vaak worden techbazen als Musk als libertariërs neergezet, als mensen die de publieke sector volledig willen vervangen door de private, maar dat zijn ze niet. De staat is voor hen essentieel. Die moet sterk genoeg zijn om bepaalde soevereine functies uit te oefenen, bijvoorbeeld op het gebied van defensie en inlichtingen, zeker in een wereld van instabiliteit, natuurrampen en oorlogen – ontwrichtingen waar hij enorm door gefascineerd is. Maar om die soevereine functies uit te kúnnen oefenen moet de staat in feite afhankelijk gemaakt worden van private bedrijven die diensten leveren. SpaceX [het ruimtevaartbedrijf van Elon Musk] was vorig jaar verantwoordelijk voor 95 procent van alle satellietlanceringen in de VS en 50 procent wereldwijd. Bijna 70 procent van alle satellieten in de atmosfeer zijn van Starlink [onderdeel van SpaceX]. Het Pentagon, NASA en andere overheidsinstellingen kunnen niet zonder Musks bedrijven.”

Slobodian: „De wereld beweegt zich meer naar herterritorialisering van productie, wat wel de terugkeer van het economisch nationalisme wordt genoemd. Dat sluit aan bij ideeën en praktijken die Musk in SpaceX en Tesla allang toepast, in hoe hij zijn fabrieken heeft opgezet. Hij wil zoveel mogelijk zelf produceren, zonder afhankelijk te zijn van andere bedrijven. Die soevereiniteit kan volgens hem alleen via technologie.”

Hij begint over Mark Carney, de Canadese premier die begin dit jaar in Davos zei dat mondiale integratie lang als oplossing werd gezien, maar nu als kwetsbaarheid; grootmachten zetten integratie in als economische wapens om anderen hun wil op te leggen, bijvoorbeeld via heffingen. En een reeks „crises in de economie, gezondheid, energie en geopolitiek” toonde de risico’s van „extreme mondiale integratie”: problemen ver weg raken daardoor ook economieën dichterbij. Tarnoff: „We moeten volgens hem zorgvuldiger nadenken over hoe we integreren, waar we integreren, en prioriteit geven aan veerkracht en een zekere mate van zelfvoorziening. Dit zijn thema’s waar Musk al vrij vroeg mee bezig was, in de jaren 2000, lang voordat ze wijdverspreid raakten.”

Musk, schrijven de twee, speelt daarop in door „niet alleen auto’s, raketten en satellieten” te verkopen, maar ook „de fantasie dat staten en individuen in een steeds onstabielere wereld hun onafhankelijke positie kunnen versterken met behulp van zíjn infrastructuren. De paradox is daarbij dat je afhankelijk van hém wordt zodra je dat doet”. Tarnoff: „Die soevereiniteit van staten kan alleen bereikt worden als staten en individuen inpluggen in de systemen en infrastructuur van die private bedrijven, zoals Starlink.”

Het fordisme werd breed toegepast in westerse economieën, denk in Nederland aan Philips met z’n vaste contracten en eigen woonwijkjes. Maar hoe wijdverspreid is het muskisme? Beschrijven jullie niet vooral dat overheden op een aantal vlakken afhankelijk zijn geworden van een aantal bedrijven, in plaats van dat muskisme dé dominante, nieuwe verhouding is tussen staten en economie?

Slobodian: „In het tijdperk van digitaal kapitalisme is muskisme hét dominante systeem. Digitaal kapitalisme creëert afhankelijkheden die veel verder gaan dan alleen raketlanceringen en satellieten. Ze raken elk aspect van de staat, economie en het persoonlijke leven. Cloudopslag, databases, de hele bureaucratische, digitale infrastructuur, berichtenapps – het gebeurt allemaal via software die uitgezet kan worden of duurder gemaakt kan worden. Dat maakt landen afhankelijk van de besluiten van een paar mensen in Silicon Valley. Dat is voor de Nederlandse overheid niet anders. We moeten Musk niet zien als een uitzondering, maar als iemand die iets veel groters laat zien. Met zijn gedrag heeft hij die systemische verbinding veel zichtbaarder gemaakt, op een wijze die Europeanen pas in het tweede Trump-tijdperk is gaan shockeren.”

De recente kwestie rond AI-bedrijf Anthropic was „erg interessant”, zegt Tarnoff. Dat bedrijf levert al diensten aan het Amerikaanse ministerie van Defensie, zijn AI-modellen zouden bijvoorbeeld geholpen hebben om duizenden mogelijke doelwitten in Iran te identificeren. Maar toen het wilde vastleggen dat zijn diensten niet gebruikt zouden worden voor massatoezicht op burgers en wapens die zonder menselijke tussenkomst doelen selecteren en aanvallen, verbood Trump samenwerking van overheidsinstanties met Anthropic.

Tarnoff: „Het Pentagon en Trump zagen in dat ze voor essentiële oorlogsfuncties afhankelijk zijn geworden van een aantal private techbedrijven. Door Anthropic aan te merken als risico voor de toeleveringsketen van de nationale veiligheid stuurden ze een signaal af dat de hele sector moet gehoorzamen: in deze symbiotische relatie gaat het publieke belang vóór het private. Eerder dreigde Trump al alle contracten met SpaceX op te zeggen omdat Musk kritisch was op de begrotingswet [die de staatsschuld onvoldoende zou aanpakken]. De verhouding tussen Musk en Trump is een testterrein voor die relatie tussen staat en bedrijven. De Amerikaanse overheid heeft Musks infrastructuur nodig, maar Musks empire is ook afhankelijk van de overheid als klant en beschermheer.”

In Globalists beschrijf jij, Slobodian, het neoliberalisme als een systeem dat niet zozeer draait om de terugtrekking van de staat ten gunste van de markt, zoals vaak gesteld, maar om een transformatie van de staat: die moet actief markten en kapitaal gaan stimuleren en beschermen. Is muskisme niet eerder een radicalere vorm daarvan dan iets heel nieuws?

Slobodian: „Om dit te beantwoorden is het zinvol om te kijken naar het sociaal contract dat de verschillende systemen mensen bieden. Het fordisme bood een goed loon, een verzorgingsstaat, het kerngezin, sterke vakbonden en consumptie van goederen. Neoliberalisme bouwde dat vangnet af, maar beloonde risico meer. High risk, high reward, of, als het niet zo uitpakte, toenemende schulden en bestaansonzekerheid. Het bood een sociaal contract dat heel erg draaide om het individu en diens rechten: het recht om toegang te hebben tot markten, om te ondernemen.

„Het muskisme biedt niets van dat alles. Als mensen als Peter Thiel of Alexander Karp [allebei oprichters van techbedrijf Palantir] over de toekomst spreken, zijn de rechten van individuen volledig verdwenen. Het sociale contract dat ze aanbieden gaat helemaal niet meer over meritocratie, welvaart of sociale mobiliteit. Ze verkopen hun diensten niet als opstapje naar een betere, welvarende toekomst, maar als een manier om jezelf te verdedigen tegen bedreigingen in een gevaarlijke wereld. Daarom moeten staten afhankelijk gemaakt worden van de technologie van Palantir.”

Muskisme, vult Tarnoff aan, „laat zich eigenlijk moeilijk plaatsen binnen bestaande politieke tradities. Het is veel vreemder dan neoliberalisme, socialisme of conservatisme. Het voorziet een samenleving waarin mensen in het productieproces in toenemende mate vervangen worden door robots en AI. Maar waarin ze ook steeds meer samensmelten met die technologie; zie bijvoorbeeld Musks bedrijf Neuralink [dat mensen via hersenchips in staat moet stellen om met hun gedachten apparaten aan te sturen]. Musk ziet de samenleving en de staat als een verzameling computers. Als je de maatschappij wilt veranderen, moet je de juiste computers in handen krijgen en die herprogrammeren. Maar dat is een mismatch met hoe samenlevingen echt werken.”

Tarnoff wijst op ‘DOGE’, het verzonnen ‘ministerie’ waarmee Musk vorig jaar de Amerikaanse overheid wilde afslanken en de facto afbreken. „Hij en z’n medewerkers kwamen binnen met het idee dat de overheid een computer is waar je gewoon de bestanden kon verwijderen. Maar al snel kwamen ze erachter dat veel van de triljarden dollars naar sociale zekerheid en zorg gaan. Die programma’s houden Amerikanen letterlijk in leven, ze zijn een belangrijk onderdeel van het politieke contract. De Amerikaanse overheid is altijd beperkter geweest dan in West-Europa, maar op een minimaal niveau zijn zulke uitkeringen hoe de staat een zekere mate van legitimiteit en instemming waarborgt. Daarom zijn ze politiek ook onaantastbaar. Maar het hele idee dat overheidsbeleid legitimiteit en instemming moet hebben past niet binnen Musks gecomputeriseerde opvatting van de samenleving. Dus hier botste zijn idee met de werkelijkheid, met voor hem verstrekkende gevolgen: hij persoonlijk staat nu buiten de Amerikaanse overheid en zijn merken, zoals Tesla, zijn veel impopulairder geworden.”

Dat toont een „fundamentele politieke kwetsbaarheid in muskisme”, zegt Tarnoff. „Het idee dat de overheid een computer is die je slechts anders moet programmeren is een armoedige opvatting van politiek. Die armoede doet ertoe, omdat mensen geen computers zíjn. Ze zijn creatief, fantasierijk. Dat bedoel ik niet zalvend, maar als iets politieks. In de VS zijn datacenters een heel controversieel onderwerp geworden. In sommige hele rurale, trouw Republikeinse districten zijn de townhalls volledig gevuld om tegen die datacenters te demonstreren. Mensen willen ze niet in hun gemeenschappen, omdat ze bang zijn voor de stijgende energiekosten en omdat ze vrezen dat die technologieën worden gebruikt om hun banen over te nemen. AI is een tough sell aan Amerikanen. De meesten hebben een best pessimistische opvatting over AI. Dat is echt een politieke opening.”

Muskisme is dan ook niet onvermijdelijk, zegt Slobodian. „Musk buit hele redelijke wensen van mensen uit, bijvoorbeeld om autonoom te zijn in je energievoorziening en dus de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen af te bouwen. Het verlangen naar veiligheid in een onveilige wereld is op zich geen verwerpelijke wens. Maar zulke verlangens kunnen op verschillende manieren gepolitiseerd worden. Als we voorkomen dat Musk politieke alternatieven kannibaliseert, kunnen er ook betere toekomsten zijn.”

Lees het hele artikel