Chatbots en spraakassistenten op basis van kunstmatige intelligentie worden in Nederland massaal gebruikt. Maar bepaalde groepen – zoals ouderen, lageropgeleiden en mensen met minder economisch, sociaal of cultureel kapitaal – maken duidelijk minder gebruik van deze zogeheten generatieve AI. Daardoor dreigen zij economisch en maatschappelijk verder op achterstand te raken, zegt Alexander van Deursen, hoogleraar digitale ongelijkheid aan de Universiteit Twente.
Van de volwassenen in Nederland gebruikt 65 procent generatieve AI, zoals ChatGPT, Gemini of spraakassistenten als Siri (van Apple) en Alexa (van Amazon). Dat blijkt uit een steekproef van Van Deursen, waarvoor 1.508 respondenten een vragenlijst invulden. Het gaat om een groep die wat betreft geslacht, leeftijd en opleiding representatief is voor de volwassen Nederlandse bevolking.
Vooral de chatbots zijn populair (58 procent zegt ze te gebruiken). Een derde van de ondervraagden geeft aan spraakassistenten te gebruiken. In de groep ‘laagopgeleiden’ en de groep ‘56 tot en met 70 jaar’ gebruikt nog altijd de helft generatieve AI. Maar dat stelt Van Deursen niet gerust.
„Er bestaan aanzienlijke verschillen tussen sociale groepen. Juist de meest kwetsbare groepen profiteren het minst van deze technologie. Sinds de opkomst van het internet leeft de veronderstelling dat technologische innovaties iedereen in gelijke mate ten goede komen. Maar steeds blijkt uit empirisch onderzoek dat het tegenovergestelde gebeurt. Ook bij de opkomst van artificiële intelligentie herhaalt dit patroon zich.”
In een toelichting bij het onderzoek schrijft Van Deursen: „Wie de vaardigheden heeft om generatieve AI effectief te gebruiken, krijgt sneller toegang tot informatie, kansen en voorzieningen. Wie de vaardigheden onvoldoende beheerst of er geen gebruik van wil maken, mist nieuwe mogelijkheden en loopt een groter risico op negatieve ervaringen.”
Telefonisch voegt hij daaraan toe: „Generatieve AI is niet meer weg te denken. Het is een structureel onderdeel van onze samenleving. Ik denk dat we het moeten omarmen. Maar hoewel het heel makkelijk lijkt, zo’n chatbot of een spraakassistent inzetten, is het dat niet. Je moet je vraag heel duidelijk kunnen stellen, en er soms ook context bij geven, om zinvolle en betrouwbare output te krijgen. Een vraag van maar een paar woorden kan een vaag, onvolledig of zelfs misleidend antwoord opleveren.
„Daarom is gericht beleid noodzakelijk om de digitale vaardigheden van burgers te versterken. Vooral de zogenoemde vraagvaardigheid verdient aandacht. Meestal zijn er een paar stappen nodig om je vraag te verfijnen voordat je een goed antwoord krijgt. Je moet leren doorvragen.”
Van de ondervraagden zegt 43 procent door AI efficiënter te zijn gaan werken. Ook zegt men door AI wetten en regels beter te begrijpen (41 procent), bepaalde medische informatie beter te snappen (39 procent), meer te weten te zijn gekomen over politici of politieke partijen (25 procent) of ontdekt te hebben „dat ik recht heb op een uitkering, subsidie of belastingvoordeel” (20 procent).
Gebruikers zijn niet blind voor de risico’s van AI, blijkt uit het onderzoek. Een derde zegt van AI „suggesties te hebben gekregen die achteraf niet waar bleken te zijn”. 13 procent zegt: „Door AI heb ik wel eens gedacht dat ik een ernstige ziekte had, terwijl dat niet het geval was.” 11 procent heeft „problemen op het werk omdat ik niet goed overweg kan met AI”.
De reden die het vaakst genoemd wordt om géén gebruik te maken van generatieve AI is: „Ik heb het niet nodig” (69 procent), gevolgd door „Ik wil liever zelf nadenken” (44 procent), „Ik vertrouw er niet op dat ik correcte of betrouwbare informatie krijg” (35 procent) en „Ik ben bang dat mijn privacy of gegevens niet veilig zijn” (27 procent).
„De politiek is erg bezig met AI-ontwikkelingen”, zegt Van Deursen, „maar besteedt onvoldoende aandacht aan inclusie.” Hij pleit voor „gerichte stimuleringsprogramma’s voor digitale inclusie” om te voorkomen dat de nieuwe technologie ongelijkheid in de samenleving verder vergroot.
In december publiceerde ook Eurostat, het statistiekbureau van de Europese Unie, een onderzoek naar gebruik van generatieve AI. Daaruit kwam naar voren dat 44,7 procent van de Nederlanders van 16 tot en met 74 jaar voorgaande drie maanden generatieve AI heeft gebruikt via chatbots. Dat is hoger dan het Europese gemiddelde in dat onderzoek (32,7 procent), maar aanzienlijk lager dan de 58 procent waar het onderzoek van de Universiteit Twente op uit komt.
Onduidelijk is waar het verschil tussen de twee onderzoeken uit voortkomt. Het kan liggen aan de periode van drie maanden, aan een toename in de afgelopen maanden, of aan de precieze vraagstelling, zegt Van Deursen. „Bij nieuwe technologie zien we wel vaker dat de schommelingen in gebruik nog groot zijn. Maar belangrijker dan de precieze percentages, is voor ons de duidelijke aanwezigheid van digitale ongelijkheid onder de gebruikers van generatieve AI.”
De journalistieke principes van NRC

/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/02/09160126/090226ECO_2031444571_2.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/02/09113406/090226ECO_2031380805_melk.jpg)


/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/02/07170139/070226BUI_2031381061_1.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/02/08104641/080226SPO_2031423390_Dekker.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/02/08181620/080226SPO_2031427296_Eitrem.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/02/07183425/070226SPO_2031419623_-beune1.jpg)

English (US) ·