De koelcellen staan er nog, net als de rolband waarop de dozen met groente, fruit en eieren van boeren uit de buurt werden gevuld. „Vandaag gaan de laatste bestellingen weg”, zegt Sandra Ronde van der Laan aan de telefoon in Marum. Na tien jaar is De Streekboer failliet.
Tien jaar geleden, 25 was ze, begon Ronde van der Laan met de verkoop van producten van boeren uit Friesland, Groningen en Drenthe. „Ik was jong en wilde de wereld wat mooier maken.” Wat ze toen dacht, en nu nog steeds: „Waarom is het zo moeilijk voor duurzame boeren om een goede boterham te verdienen? Voedsel heeft geen eerlijke prijs.”
Ze zag dat er vraag was naar regionaal voedsel. Niet alleen van ‘donkergroene’, milieubewuste consumenten. „We hadden ook veel Friese klanten, die trots zijn op Friese boeren.”
Tijdens de eerste coronalockdown ging het ineens hard. In sommige weken meldden zich wel tweehonderd nieuwe leden. Mensen hadden tijd om te koken én om na te denken: waren we te afhankelijk van de lange internationale ketens? Moesten we niet meer van dichtbij eten, zonder al te veel schakels? Sandra’s medeoprichter Janco Heida sprak in NRC over een ‘kantelpunt’. Corona zou weleens de accelerator van een nieuw en eerlijker voedselsysteem kunnen worden.
Niet efficiënt
Het optimisme duurde ongeveer twee jaar. „Toen brak de oorlog in Oekraïne uit en als eerste gingen de prijzen van graan en brood omhoog. Niet bij ons, want ons brood kwam van graan van de molenaar uit de buurt. Maar dat dachten mensen wel.” En als alles duurder wordt, gaat de boerenbox eruit. „Wij concurreren met voedsel dat veel te goedkoop in de supermarkt ligt.”
Wat achteraf een dure keuze was, zegt Sandra: „Je kon bij ons alles los bestellen en we hadden ook veel gekoelde en diepvriesproducten. Elke bestelling was uniek. Dat is natuurlijk niet efficiënt. En we moesten soms nee verkopen omdat de boer nét niet kon leveren wat klanten vroegen.”
In oktober stond De Streekboer het water aan de lippen. Van de twintig medewerkers moesten er dertien weg. Klanten konden alleen nog standaardpakketten kopen, zonder vlees en zuivel. En aangevuld met bijvoorbeeld paprika uit Spanje. „Dit was nodig om een bredere doelgroep te trekken, maar het loslaten van principes heeft ook klanten gekost. En uiteindelijk heeft het ons niet gered.”
Wij concurreren met voedsel dat veel te goedkoop in de supermarkt ligt
Niet alleen De Streekboer, ook Rechtstreex en de Lokalist, die in de Randstad producten van boeren uit de regio verkochten, moesten stoppen. „Het past in een breder beeld”, zegt Joris Lohman, die met zijn adviesbureau Food Hub de opkomst en ondergang van korteketenbedrijven van dichtbij heeft gevolgd. „Het idee was: als het bewustzijn groeit, komen de consumenten wel. Maar na tien jaar, met kleine marges en weinig groeiperspectief, is bij veel voorlopers in de korte keten de rek eruit.”
Je kunt je afvragen voor welk probleem deze bedrijven überhaupt een oplossing zijn. „Niet alles wat van dichtbij komt is per definitie beter voor de biodiversiteit of het klimaat”, zegt Lohman. „Maar wat deze bedrijven wél hebben geleverd: een eerlijke prijs voor boeren.” Daarmee zaten ze zelf ook klem. „Als je de boer goed betaalt én concurrerend wilt zijn met je maaltijdboxen, blijf je wel achter met een heel lage marge.” Bovendien: „Nederland is heel klein, ketens zijn hier superefficiënt. Je hebt Crisp, HelloFresh… hoe boks je daar tegenop met een krat waar de modder nog aan zit?”
Gemak verkopen
Hebben streekbedrijven nog toekomst? Het optimistische antwoord komt uit Breda, waar Boerschappen in 2013 begon met ‘gemaksboxen’ die inmiddels naar 5.500 abonnees in heel Nederland gaan. „Onze oprichters kozen in 2019 op het goede moment voor landelijke dekking”, zegt de huidige directeur Drees Peter van den Bosch. „Tijdens corona kon Boerschappen hard groeien, en geld ophalen om verder op te schalen.”
Op het moment dat een deel van de consumenten afhaakte, was Boerschappen groot genoeg om contracten te sluiten met zorginstellingen en gevangenissen, die in hun aanbestedingseisen steeds vaker termen opnemen als ‘korte ketens’ en ‘true pricing’ – prijzen waarin ook de kosten voor mens, dier en milieu zijn meegenomen. De helft van hun omzet komt nu van die grote klanten.
Met alleen een goed verhaal over het belang van korte ketens, red je het niet op de consumentenmarkt, weet Van den Bosch, die eerder harde lessen leerde met zijn bedrijf Willem en Drees, ook aanbieder van maaltijdboxen. „Uitleggen waarom een regionaal voedselsysteem belangrijk is, is ingewikkeld. Dat staat ook niet bovenaan bij de grote massa.”
Een pak melk met een boer erop afgebeeld kun je ook in de supermarkt kopen. Als consumenten de prijzen van losse producten gaan vergelijken, leg je het af. „Wij moeten ergens beter in zijn. Mensen verrassen met ándere producten van hoge kwaliteit – nu hebben we bijvoorbeeld aardpeer.”
Bij Boerschappen kon je vanaf het begin alleen complete maaltijdboxen kiezen, met menu’s en recepten. „Met die culinaire component, en met gemak, voegen we waarde toe. En we kunnen marge maken door producten waar we weinig aan overhouden in één box te stoppen met producten met een hogere marge.”
„Als je denkt dat regionale voedselketens niet meer relevant zijn, heb je het mis”, zegt Van den Bosch. „Misschien waren veel voorlopers te vroeg. Ze zagen het goed, maar als je er tien jaar aan trekt en je komt nergens, raak je moegestreden en wordt het moeilijk financiers enthousiast te houden.”
Ook Lohman denkt dat de korte keten toekomst heeft, maar dan anders. „Wat begon bij deze pioniers, is deels overgenomen door grote bedrijven.” Zo heeft de Rabobank ‘true value’ omarmd als model voor financiering van voedsel- en landbouwbedrijven. „En bij supermarkten is duurzaamheid is geen aparte afdeling meer, maar regulier onderdeel van de inkoop. Je ziet nu – ook al is het soms greenwashing – overal glimlachende boeren op streekproducten.”
Sandra Ronde van der Laan heeft „nog even geen zin” in iets nieuws. Maar als ze eenmaal aan de praat is … „In mijn eigen dorp moet wel iets komen. En eigenlijk verdient elk kind een gezonde maaltijd. Als je dat met lokale boeren doet, en de overheid stimuleert dat, is er nog veel te halen.” Een paar dagen later mailt ze: De Streekboer wordt overgenomen door De Buurman in Zwolle. „Ik moet het bedrijf loslaten, maar onze klanten kunnen blijven bestellen.”
De journalistieke principes van NRC

/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/02/09160126/090226ECO_2031444571_2.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/02/09113406/090226ECO_2031380805_melk.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/02/09142507/090226ECO_2031399679_.jpg)

/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/02/07170139/070226BUI_2031381061_1.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/02/08104641/080226SPO_2031423390_Dekker.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/02/08181620/080226SPO_2031427296_Eitrem.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/02/07183425/070226SPO_2031419623_-beune1.jpg)

English (US) ·