Hoeveel gif zit er precies in de babyvoeding die de afgelopen maanden is verkocht? Terwijl batches babymelkpoeder werden teruggeroepen wegens een contaminatie met de giftige stof cereulide, was niet duidelijk hoe hoog en hoe schadelijk die gehaltes waren. Uit een vergelijking van door lidstaten openbaar gemaakte cijfers door NRC, op basis van een veiligheidsnorm die de Europese voedselautoriteit EFSA vorige week met spoed publiceerde, blijken er risicovolle concentraties in de voeding te zitten. De hoogste metingsuitslag van cereulide valt ruim twintig keer hoger uit dan de veiligheidsnorm. Bijna alle metingen zitten boven de veilige grens.
Bij ontdekking van de vervuiling eind november leek het om „hele kleine hoeveelheden” cereulide te gaan, zo noteert Nestlé in een eigen tijdlijn. Tijdens een routine-inspectie trof het voedingsconcern de vervuiling aan in de fabriek in Nunspeet. Ook in lage concentraties hoort cereulide niet in babyvoeding, dus zette Nestlé de productie stil voor nader onderzoek. Later werd duidelijk dat de contaminatie al had plaatsgevonden bij verwerking van een ruwe grondstof, in een fabriek in China. Daar moet de vervuiling hebben plaatsgevonden door een bacterie die de stof uitscheidt. Meerdere bedrijven hebben batches van babyvoedingproducten moeten terugroepen: naast Nestlé ook Danone, Lactalis en Vitagermine.
Ruim twee maanden na de eerste signalen van de vervuiling is er sprake van wereldwijde terugroepacties en onderzoekt Frankrijk het overlijden van twee baby’s. In Nederland zijn bij toezichthouder NVWA elf meldingen binnengekomen van kinderen die ziek zouden zijn geworden na het drinken van besmette voeding. Vrijdag kondigde Danone aan nieuwe batches babymelkpoeder in Nederland terug te roepen.
Boven veilige grens
De vraag bleef hoe schadelijk de aangetroffen niveaus cereulide precies zijn. Vorige week maandag publiceerde het voedselagentschap EFSA, op verzoek van de Europese Commissie, met spoed een advies met daarin de norm voor een ‘veilige’ concentratie van de giftige stof voor baby’s. Eigenlijk moet er nul cereulide in babyvoeding zitten, maar als het er toch in terecht is gekomen, dan zouden hoeveelheden onder deze nieuwe EFSA-norm geen gezondheidsrisico’s moeten opleveren.
Uit de meetresultaten die tot dusver openbaar zijn gemaakt, maakt NRC op dat de hoeveelheid cereulide in babyvoeding veelal boven die veilige grens uitvalt: in elf van de dertien metingen. Twee recent gepubliceerde metingen vallen het hoogst uit: 14 en 24 keer boven de norm. De Oostenrijkse voedselautoriteit AGES, die deze metingen uitvoerde, bevestigt dat de geteste producten nu „volgens voedselwetgeving als schadelijk voor de gezondheid moeten worden beschouwd”. De NVWA voegt toe dat de producten met de hoogste meetuitslagen niet op de Nederlandse markt komen en dat zij er dus geen toezicht op houdt.
De hoeveelheid cereulide die bij dierenproeven – in dit geval varkens – nul schadelijke effecten oplevert, wordt voor mensenbaby’s nog eens driehonderd keer verlaagd
Meetfout leidt tot onderschatting
De rest van de elf metingen valt nét boven de gezondheidsgrens, en het is mogelijk dat die bij een tweede meting nog hoger uitvallen. Dat komt doordat de officieel vastgelegde meetmethode ontoereikend is, zo ontdekte de Belgische federale wetenschappelijke instelling Sciensano in januari. De gangbare meetmethode onderschat het gehalte cereulide in babymelkpoeder fors, of geeft zelfs ten onrechte aan dat de stof er helemaal niet in voorkomt. Het laboratorium detecteerde via een alternatieve methode een 75 maal hogere hoeveelheid in melkpoeder dan de gebruikelijke methode voor hetzelfde poeder.
Het is niet zo dat de gangbare meetmethode er consistent met een factor 75 naast zit, licht een woordvoerder van Sciensano toe. Na meerdere experimenten is gebleken dat die onderschatting per geval lager of juist hoger kan zijn.
De nieuwe meetmethode betekent dat we nieuwe batches terug moestent roepen
Daarnaast is het een „waarschijnlijk scenario” dat er de laatste maanden vervuilde batches babyvoeding over het hoofd zijn gezien, zegt de woordvoerder, en alsnog zijn gedistribueerd. Dat scenario bevestigt Nestlé: „De nieuwe meetmethode betekent dat we nieuwe batches terug moestent roepen”. Dat deed het bedrijf afgelopen week nog in Frankrijk.
Hoe erg is het als baby’s meer cereulide binnenkrijgen dan de EFSA-norm voorschrijft? „Gelukkig zit in die norm een grote veilige marge”, zegt toxicoloog De Boer. Namelijk: de hoeveelheid cereulide die bij dierenproeven – in dit geval varkens – nul schadelijke effecten oplevert, wordt voor mensenbaby’s nog eens driehonderd keer verlaagd. Dat zou veilig moeten zijn.
Dat betekent dat wanneer een baby een keer iets meer binnenkrijgt dan de officiële norm, er nog niet meteen een effect is, zegt emeritus hoogleraar toxicologie Jacob de Boer. „Maar die ruime norm is er niet voor niks. Er is wel echt wat aan de hand hier, ik vind de risico’s echt serieus.” Wanneer een norm enkele tientallen keren wordt overschreden, dan neemt de kans toe dat het ergens misgaat. „Kinderen worden misselijk, gaan overgeven, en als dat lang duurt kan het voor een baby funest zijn.”
Foodwatch spant rechtszaak aan
Dat de giftige vervuiling in diverse batches babyvoeding hoger blijkt dan gedacht – en daarmee veiligheidsnormen overschrijdt – verhoogt zo ook de inzet van een rechtszaak die ngo Foodwatch heeft aanaangespannen in Frankrijk. De organisatie die zich inzet voor voedselveiligheid verwijt zowel Nestlé als autoriteiten traag handelen in het voedselschandaal.
Kern van de zaak: wanneer hadden producenten en toezichthouders alarm moeten slaan? Toen Nestlé de vervuiling eind november ontdekte, duurde het tien dagen voor de NVWA werd ingelicht – volgens het bedrijf zijn de protocollen gevolgd. Aan de distributiezijde werden producten teruggeroepen, maar de meeste landelijke publieke waarschuwingen voor consumenten volgden pas in januari. Dat vindt Foodwatch te laat. Nestlé spreekt van „flagrante leugens” van de aanklager. „Het zoeken naar de oorzaak van de aanwezigheid van een stof, is echt zoeken naar een speld in een hooiberg.”
„Onderdeel van ons toezicht is om te kijken of meldingen tijdig zijn gedaan”, reageert NVWA, die verwijst naar het eigen protocol. Dat schrijft voor dat ‘mogelijk onveilige levensmiddelen’ binnen vier uur gemeld moeten worden, ook als nog niet alle gegevens beschikbaar zijn. „[Het tijdig doen van meldingen] zullen wij ook in deze casus nagaan, maar dat heeft nu niet onze prioriteit. Die ligt bij het traceren van producten met de betreffende grondstof en het actief weren daarvan van de markt.”
De journalistieke principes van NRC

/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/02/09160126/090226ECO_2031444571_2.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/02/09142507/090226ECO_2031399679_.jpg)


/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/02/07170139/070226BUI_2031381061_1.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/02/08104641/080226SPO_2031423390_Dekker.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/02/08181620/080226SPO_2031427296_Eitrem.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/02/07183425/070226SPO_2031419623_-beune1.jpg)

English (US) ·