Alles over slaap: misschien hebben we er veel minder van nodig dan we denken

1 dag geleden 2

Het liefst kruipen we allemaal lekker acht uur per nacht onder de wol. Dat is ook het beste om echt uitgerust wakker te worden, hebben we altijd geleerd. Maar nieuw onderzoek naar onder meer het slaapritme van jager-verzamelaars zet daar vraagtekens bij.

Je kunt je voorstellen dat kunstlicht invloed heeft op je slaap. Je kunt immers zelf bepalen wanneer het ‘donker wordt’ en hoeft niet met de kippen op stok. Het is daarom interessant om te kijken hoe mensen slapen, die zonder kunstlicht leven. Daarvoor zijn drie jager-verzamelaarsgemeenschappen op twee continenten bestudeerd. En wat opviel: zij sliepen veel minder dan wij, namelijk tussen de 6,4 en 7,1 uur per nacht.

Het gaat hier wel nadrukkelijk om een review. Er werd geen nieuw veldonderzoek gedaan, geen deelnemers geworven of genomen gesequencet. De acht onderzoekers uit onder meer India, Canada, Saoedi-Arabië en de Verenigde Staten legden onderzoeksliteratuur die al twintig jaar met zichzelf in discussie is naast elkaar en vroegen zich af wat die literatuur als geheel zegt.

De geschiedenis van acht uur slaap

Halverwege de negentiende eeuw raakte een keurige indeling van de dag ingeburgerd: acht uur werken, acht uur rusten, acht uur slapen. Dat ritme werd al snel de standaard. Maar volgens de review is nooit echt goed onderzocht of dit nou wel het beste voor ons is. Het daadwerkelijke slaapgedrag van mensen is niet vastgelegd, terwijl het voorschrift van acht uur slaap ondertussen als vanzelfsprekend werd beschouwd. Een vroege poging om slaap te meten, een onderzoek uit 1913 van Stanford University dat soms wordt aangehaald als bewijs dat mensen vroeger negen uur sliepen, blijkt bij nadere bestudering naar kinderen van 8 tot 17 jaar te hebben gekeken in plaats van naar volwassenen.

Hoe werd een conventie dan toch een klinische norm? En wat gebeurt er met zo’n norm wanneer blijkt dat de bevolkingsgroepen die het minst door het industriële leven zijn beïnvloed er niet aan voldoen? “In de literatuur wordt steeds de vraag gesteld of wij minder slapen dan onze voorouders, maar wij denken dat dit de verkeerde vraag is”, aldus hoofdonderzoeker dr. Seithikurippu R. Pandi-Perumal van Chandigarh University in Mohali, India. “Leg de veldgegevens naast het historische archief en vervolgens naast de genetica en dan blijkt dat slaap na de industriële revolutie zich onderscheidt van de periode daarvoor door het tijdstip waarop die plaatsvindt en door de mate waarin het patroon zich exact herhaalt, maar niet door het aantal uren.”

Schrijf je in voor de nieuwsbrief! Ook elke dag vers het laatste wetenschapsnieuws in je inbox? Of elke week? Schrijf je hier in voor de nieuwsbrief!

Wat veranderde en wat niet

De drie bevolkingsgroepen die centraal staan in de vergelijking zijn de Hadza in Tanzania, de San in Namibië en de Tsimane in Bolivia. Zij slapen aan één stuk volgens de cyclus van licht en donker. Er is geen bewijs dat zij bijvoorbeeld twee keer vier uur slapen, iets wat wel vaak wordt gezegd over de slaap van onze voorouders.

Wat door de industrialisering wel veranderde, komt neer op vier punten: mensen gingen later slapen, de regelmaat van dag tot dag nam af, de afstemming op natuurlijk licht verminderde en slaapstoornissen kwamen vaker voor. Het totale aantal slaapuren veranderde van al deze factoren het minst.

Een beroemde historische bewering opnieuw bekeken

De review pakt er historische archieven bij om te laten zien hoe daar lange tijd anders over werd gedacht. Zo gebruikte historicus Roger Ekirch in zijn studie rechtbankdocumenten, brieven en literaire bronnen om te betogen dat pre-industriële Europeanen in twee blokken sliepen met daartussen een of twee uur waarin ze wakker waren en er tijd was voor gebed, bezinning, seks of huishoudelijk werk. Die bewering vond tot ver buiten de academische wereld weerklank.

De auteurs brengen daar nu nuance in aan. Een recente herbeoordeling van dezelfde primaire bronnen stelt dat de uitdrukking ‘eerste slaap’ in vroegmoderne geschriften meerdere betekenissen had en niet noodzakelijk verwees naar een vaste slaapstructuur in twee delen. De term kon slaan op de eerste ononderbroken slaapperiode, de diepste slaap of slaap tijdens de eerste helft van een nachtdienst.

Leestip: Twee derde van werknemers boven de 50 heeft slaapproblemen: dit is de oorzaak

Een promotieonderzoek naar Romeinse huishoudens vond bovendien weinig literaire of archeologische ondersteuning voor een gestandaardiseerd patroon van gesegmenteerde slaap binnen die cultuur. En het vaakst aangehaalde bewijs, een experiment waarbij vrijwilligers veertien uur lang verplicht in het donker verbleven in kamers zonder ramen en zonder activiteiten, beschrijft omstandigheden die volgens de review sterk verschillen van een pre-industriële avond bij kaarslicht en een haardvuur.

De conclusie werkt beide kanten op. Pre-industriële slaap was niet overal gesegmenteerd. En de hedendaagse aaneengesloten slaap is evenmin één moderne leefwijze die een uniforme voorouderlijke norm heeft verdrongen. Elk patroon, schrijven de auteurs, weerspiegelt de plaatselijke ecologie van licht, klimaat, werk en sociaal leven.

Het gen dat tegen de richtlijn ingaat

Als de geschiedenis de achtuursregel van de ene kant laat wankelen, doet de genetica dat van de andere kant: er zijn families waarin iedereen maar zes uur slaapt zonder daar moe van te worden. Dat heeft met een bepaald gen te maken, DEC2 P384R. Toen daarmee bij muizen werd geëxperimenteerd, konden ook zij met minder slaap toe. De onderzoekers stellen dan ook dat we van kort slapen geen probleem moeten maken: sommigen mensen gaan daar prima op.

“Klinisch gezien is het meest directe gevolg dat we moeten ophouden iedere kortslaper als patiënt te behandelen”, aldus onderzoeker dr. Ahmed S. BaHammam van de King Saud University in Riyad. “Als een genvariant zoals DEC2 P384R binnen een familie de korte slaap veroorzaakt, doen onderzoek en correctie meer kwaad dan goed.”

De ecologie bepaalt het slaapschema

Binnen het dierenrijk varieert de manier van slapen dan weer afhankelijk van hoe groot de kans is dat dieren worden aangevallen, maar ook de stofwisselingssnelheid speelt een rol. Er is dus geen universeel optimum. Prooidieren slapen licht en in korte periodes, omdat ze toch een half oog open houden voor als er een ‘beer achter ze aan zit’. Maar bijvoorbeeld leeuwen, die niet zo bang hoeven te zijn voor andere dieren slapen juist veel langer achter elkaar. Walvisachtigen, vinpotigen en verschillende vogelsoorten kiezen voor een gek soort middenweg: de ene hersenhelft rust terwijl de andere de wacht houdt. Met andere woorden: er is geen eenduidige standaard van acht uur slaap achter elkaar.

Stedelijke effecten

Dan is er nog een sociologisch aspect: mensen die in armere buurten wonen slapen minder efficiënt en zijn vaker ’s nachts wakker. Bij kinderen voorspelt die achterstand bovendien een kortere slaapduur. Een woningverbeteringsprogramma in Buenos Aires, waarbij bewoners vanuit geïmproviseerde onderkomens naar echte huizen verhuisden, leidde tot meetbare verbeteringen van de slaapkwaliteit. Nationale ruimtelijke analyses in de Verenigde Staten laten zien dat nachtelijk licht en verkeerslawaai aanzienlijk sterker aanwezig zijn in buurten met lage inkomens en raciale segregatie dan in welvarendere wijken binnen dezelfde steden.

Klimaatverandering komt daar nog bovenop. Niemand slaapt immers lekker tijdens die ‘plaknachten’. En daarvan komen er aanzienlijk meer. Volgens prognoses komen er tussen 2050 en 2099 in de Verenigde Staten jaarlijks zes tot veertien extra nachten met onvoldoende slaap bij. Mensen met lagere inkomens en inwoners van warmere regio’s worden daarbij het zwaarst getroffen, omdat ze bijvoorbeeld geen airco hebben.

Alles bij elkaar een heleboel informatie, waaruit de onderzoekers één belangrijke conclusie trekken: de beoordeling van slaap moet verder gaan dan alleen de slaapduur en standaard ook het tijdstip, de regelmaat en andere indicatoren omvatten, omdat juist dat de dimensies zijn die door het moderne leven daadwerkelijk worden verstoord.

En die heilige acht uur slaap achter elkaar moeten we misschien wel loslaten. Zonder kunstlicht slapen mensen immers korter, dieren slapen soms in blokken en sommige mensen hebben simpelweg minder slaap nodig.

Wil je niets van Scientias missen? Voeg Scientias toe als voorkeursbron op Google dan zie je al onze verhalen!

Uitgelezen? Luister ook eens naar de Scientias Podcast:

Lees het hele artikel