Chemische brandvertragers die twintig jaar geleden verboden werden in de Europese Unie, zijn nog altijd bijna overal terug te vinden in het milieu. Dat blijkt uit een analyse van 181 studies uit heel Europa. Nederland komt er niet goed vanaf.
Het gaat om een groep stoffen die tientallen jaren lang in vrijwel alles verwerkt zat wat in brand kan vliegen. Zulke zogenaamde gebromeerde brandvertragers zaten onder meer in autostoelen, computerbehuizingen, gordijnen, kabelisolatie, schuimrubber, tapijten en televisies. De stoffen geven broom af bij verhitting, wat de verbranding vertraagt.
Ze zitten niet chemisch in het plastic ingebakken, maar zweven er min of meer los in rond. Daardoor lekken ze langzaam weg naar de lucht. Uiteindelijk komen ze in het milieu terecht.
Waarom ze verboden werden
De stoffen breken in het milieu nauwelijks af; ze hopen zich op in vetweefsel en ze verstoren de werking van hormonen. Vooral de effecten op de ontwikkeling van hersenen bij ongeboren kinderen en baby’s baren toxicologen zorgen.
De Europese Unie verbood de lichtste van dit soort mengsels in 2004 en de zwaarste, deca genaamd, in 2006. Ze staan ook op de lijst van het VN-verdrag van Stockholm over blijvende gifstoffen. En toch worden ze nog altijd op veel plaatsen in Europa gevonden, zo blijkt uit dit onderzoek, dat te lezen is in het vakblad Environmental Research.
Leestip: Heel veel plastic: dit is waar al die vervuiling langs de kust vandaan komt
Water spoelt weg, slib houdt vast
In het water worden meestal lage waarden gemeten en die schommelen sterk. De stoffen lossen slecht op en hechten zich liever aan zwevende deeltjes. Water is dus vooral een doorvoerkanaal.
De deeltjes zakken wel naar de bodem en daar blijven ze liggen. Rivier- en zeebodems zijn om die reden, samen met zuiveringsslib, de plekken waar de hoogste concentraties zitten. In geboorde slibkernen kun je de geschiedenis van de vervuiling zelfs laag per laag aflezen: de waarden lopen op vanaf de jaren zeventig, met een piek richting het oppervlak.
De zwaarste variant, deca, is overal dominant waar veel deeltjes in de bodem aanwezig zijn. De lichtere varianten, die makkelijker verdampen, zijn in lucht en in bosgrond het talrijkst.
De Westerschelde als brandpunt
Nederland komt er in dit overzicht niet best vanaf. De Westerschelde en de Scheldemonding worden door de onderzoekers expliciet als een van de zwaarste brandpunten van Europa aangewezen.
De gehalten in het zwevend slib van de Westerschelde waren veruit de hoogste van de landelijke inventarisatie waarop zij zich baseren. In de Rijn en de Maas waren vooral de lichtere varianten te vinden. Rioolwaterzuiveringsinstallaties en het slib dat ze produceren bleken belangrijke opslagplaatsen.
Het Nederlandse materiaal dat in deze analyse is opgenomen, is intussen ruim twintig jaar oud; nieuwere metingen kwamen in dit overzicht niet naar voren. Die bestaan wel. Wageningen Marine Research bemonsterde in 2023 in opdracht van Rijkswaterstaat opnieuw garnalen, bot (de vissoort) en visdieven in de Westerschelde. In garnaal en bot lag het gehalte van de meest voorkomende lichte variant significant lager dan bij de vorige brede meting in 2007 en 2008. Ook de langjarige metingen van het internationale zeeverdrag OSPAR laten een daling zien.
Weg is het probleem daarmee niet. In diezelfde bemonstering van 2023 overschreed de bot uit de Westerschelde nog steeds de Europese norm voor deze stoffen, net als voor kwik en voor PFAS. Bij de reguliere toetsing die Rijkswaterstaat eens per drie jaar uitvoert, geldt dat ook voor het Kanaal Gent-Terneuzen. Nederland haalt de Europese doelen voor deze stofgroep dus nog niet. Wel is PFAS intussen de grootste probleemstof voor het ecosysteem van de Westerschelde.
Schrijf je in voor de nieuwsbrief! Ook elke dag vers het laatste wetenschapsnieuws in je inbox? Of elke week? Schrijf je hier in voor de nieuwsbrief!
Tot in het poolijs
De stoffen blijven ook niet netjes bij hun bron. Ze verdampen, reizen mee met luchtstromen en slaan neer waar het koud is.
In een ijskern van het Noorse eiland Spitsbergen is de neerslag van de vlamvertragers terug te lezen van 1953 tot 2005. Op de Ortlesgletsjer in de Italiaanse Alpen bestond bijna de helft van de gevonden hoeveelheid uit de zwaarste variant. Ook in de sneeuw van de Hoge Tatra in Slowakije zitten ze, op elke hoogte.
Daar blijft de vervuiling een actueel probleem: naarmate de aarde opwarmt, smelten gletsjers en sneeuw en belanden de stoffen alsnog in de rivieren eronder.
Het probleem van hergebruik
Twintig jaar na het verbod zijn de stoffen nog overal en dat komt doordat ze nooit verdwenen zijn. Ze zitten in oude apparaten, oude banken en oude gordijnen, en die belanden op een dag bij de afvalverwerker.
Vooral het recyclen van deze kunststoffen is lastig. Onderzoekers vonden de stoffen terug in zwart plastic keukengerei en in zwarte verpakkingen die met voedsel in contact komen, een aanwijzing dat gerecycled elektronicaplastic terugkeert in nieuwe consumentenproducten. Sloopbedrijven voor auto’s, metaalrecyclage en afvalverbranders zijn plaatselijke brandpunten. Bij de bedrijven die elektronica-afval verwerken zijn de waarden in de lucht het hoogst. Dat is vooral een risico voor de werknemers.
Brussel heeft daar in juli 2025 op gereageerd door de toegestane restgehalten verder te verlagen. Voor gerecycled materiaal blijven voorlopig soepelere grenzen gelden.
Wil je niets van Scientias missen? Voeg Scientias toe als voorkeursbron op Google dan zie je al onze verhalen!
Uitgelezen? Luister ook eens naar de Scientias Podcast:

1 dag geleden
2





:format(jpeg):fill(f8f8f8,true)/s3/static.nrc.nl/bvhw/wp-content/blogs.dir/114/files/2019/07/roosmalen-marcel-van-online-homepage.png)

/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/08/23183142/230826SPO_2036067359_GroningenPSV01.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/08/23183823/230826SPO_2035881455_Zandvoort07.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/08/23195235/loisFI-1.jpg)
English (US) ·