Hoe een onderzeeër uit 1917 de Noordzee nog altijd vervuilt

22 uren geleden 2

Een Duits scheepswrak voor de Deense kust lekt nog altijd TNT. Dat blijkt uit een nieuw onderzoek naar vervuiling in de Noordzee.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief! Ook elke dag vers het laatste wetenschapsnieuws in je inbox? Of elke week? Schrijf je hier in voor de nieuwsbrief!

Meer dan een eeuw geleden zonk de Duitse onderzeeër UC-30 voor de kust van het Deense eiland Rømø. Het schip was onderweg terug naar Duitsland, nadat de bemanning een missie richting Ierland had afgebroken vanwege motorproblemen. Aan boord lagen achttien mijnen en zes torpedo’s. In april 1917 voer de onderzeeër op een Britse zeemijn en zonk. Alle 27 bemanningsleden kwamen daarbij om het leven.

Daarna verdween UC-30 bijna honderd jaar uit beeld. Pas in 2016 werd het wrak teruggevonden door de Deense duiker Gert Normann Andersen. Inmiddels blijkt dat het schip niet alleen een bijzonder stuk oorlogsgeschiedenis is: het vormt ook een bron van vervuiling. Onderzoeker Katrine Juul Andresen, hoogleraar aan de University of Aarhus, onderzocht het wrak samen met collega’s binnen het internationale onderzoeksproject NorthSeaWrecks. Het onderzoek is te vinden in Marine Pollution Bulletin.

Hulp van de marine

Omdat burgers niet bij het wrak mogen komen kregen de onderzoekers hulp van de Deense marine. Duikers van de marine namen monsters van het water en van de zeebodem. Ook verzamelden ze dieren die op en rond het wrak leven, waaronder mosselen en zeesterren. Daarnaast maakten de duikers foto’s en video’s. Daarmee konden de onderzoekers zien hoe sterk de mijnen zijn aangetast en hoeveel explosief materiaal inmiddels blootligt.

De resultaten spreken voor zichzelf: rond het wrak van UC-30 werden sporen gevonden van TNT, een explosieve stof die destijds veel werd gebruikt in munitie. “We vonden sporen van TNT in de dieren, op de zeebodem en in het water”, zegt Andresen. “Er is dus zeker sprake van vervuiling.”

Waarschijnlijk blijft de vervuiling vooral beperkt tot de directe omgeving van het wrak. Maar die situatie kan in de toekomst veranderen: het metaal van het schip en van de munitie roest steeds verder weg. Daardoor komt steeds meer explosief materiaal rechtstreeks in contact met zeewater. “Waarschijnlijk gaat het om een vrij lokale bron van vervuiling”, legt Andresen uit. “Maar het probleem zal groter worden als het wrak verder uiteenvalt en meer explosieven worden blootgesteld aan zeewater.”

Meer dan 10.000 wrakken

UC-30 is zeker niet het enige wrak dat gevonden kan worden in de Noordzee: alleen al in Deense wateren liggen, volgens een rapport van Andresen uit 2024, in totaal 10.127 wrakken. Ongeveer 15 procent daarvan stamt uit de perioden rond de Eerste en Tweede Wereldoorlog. Een deel van die schepen zonk terwijl er nog munitie aan boord lag.

Lange tijd vormden de metalen hulzen rondom die explosieven een beschermende laag. Maar na tientallen of zelfs meer dan honderd jaar in zout water raken die hulzen steeds verder beschadigd. Stoffen als TNT kunnen dan langzaam vrijkomen. Juist dat maakt de oude wrakken tot een lastig milieuprobleem: de vervuiling zal uiteindelijk steeds erger worden.

Leestip: Waarom is het zo lastig om een vermiste onderzeeër te vinden?

De grote vraag is daarom wat er met de gevaarlijke wrakken moet gebeuren. De explosieven onder water tot ontploffing brengen is niet altijd de beste oplossing. Bij een explosie kunnen schadelijke stoffen zich juist verder verspreiden. “Het hangt sterk af van de plek waar het wrak ligt”, zegt Andresen. “Zeestromingen en de vorm van de zeebodem spelen daarbij een grote rol. In sommige gevallen kan opblazen meer kwaad dan goed doen.”

Andere oplossingen

Duitsland werkt al een langere tijd aan het verwijderen van oude munitie en bommen uit zee. Dat gebeurt onder meer in de Oostzee, waar na de Tweede Wereldoorlog grote hoeveelheden munitie werden gedumpt om te voorkomen dat het in de handen van de geallieerden zou vallen. Echter is het veilig bergen en onschadelijk maken daarvan duur en ingewikkeld.

Onderzoekers zoeken daarom ook naar andere oplossingen. Binnen het Europese REMARCO-project wordt bijvoorbeeld gewerkt aan robots die over de zeebodem kunnen rijden. Zulke robots kunnen gevaarlijke munitie in kaart brengen en soms zelfs oppakken. “Dat kan in de toekomst een bruikbare oplossing zijn”, zegt Andresen.

Volgens Andresen is er gelukkig ook goed nieuws: niet ieder wrak hoeft meteen te worden aangepakt. Sommige schepen en explosieven liggen deels of helemaal onder het zand. In dat geval kunnen schadelijke stoffen minder gemakkelijk in het water terechtkomen. Volgens Andresen is de uitdaging vooral om vast te stellen waar het risico het grootst is.

We schreven vaker over dit onderwerp, lees bijvoorbeeld ook Last van slapeloze nachten? Rifvissen ook: ze hebben steeds vaker last van lichtvervuiling en Luchtvervuiling veroorzaakt chaos in mierenkolonies: er vallen zelfs doden . Of lees dit artikel: Bosbranden veroorzaken veel meer luchtvervuiling dan gedacht .

Uitgelezen? Luister ook eens naar de Scientias Podcast:

Lees het hele artikel