Atomen, moleculen, zuur-base reacties, het periodiek systeem: termen die je na de middelbare school waarschijnlijk het liefst zo snel mogelijk vergeet. Maar waar komt deze weerzin tegen het vak scheikunde vandaan? En belangrijker nog, hoe kan deze angst worden omgebogen naar nieuwsgierigheid?
Voor veel leerlingen staat scheikunde bekend als een moeilijk vak, met abstracte begrippen en onbegrijpelijke formules waarvan het nut in het dagelijks leven ver te zoeken lijkt. Geen wonder dat het vaak weinig enthousiasme oproept en dat maar weinig jongeren ervoor kiezen om er later verder in te gaan studeren of werken.
Onderzoekers van de Universiteit van São Paulo laten zien dat het ook anders kan. Hun onderzoek wijst uit dat niet-formeel leren, bijvoorbeeld in wetenschapsmusea, een frisse en effectieve aanvulling kan zijn op het reguliere onderwijs. Door scheikunde uit het klaslokaal te halen en dichter bij de belevingswereld van jongeren te brengen, blijkt het vak ineens veel minder eng en een stuk leuker.
Chemofobie
Dat negatieve beeld van scheikunde heeft zelfs een naam: chemofobie. Het begrip verwijst naar de angst of afkeer die veel mensen voelen bij alles wat met chemie te maken heeft. Scheikunde of chemische stoffen worden al snel gezien als gevaarlijk, ingewikkeld of onnatuurlijk.
Volgens onderzoekster Ariane Carolina da Rocha ontstaat chemofobie deels door de abstracte aard van scheikunde. “Vage begrippen, ingewikkelde symbolen en wiskundige berekeningen maken het voor veel leerlingen lastig om chemie te koppelen aan hun dagelijks leven,” legt ze uit. Als die link met alledaagse ervaringen ontbreekt, verdwijnt de nieuwsgierigheid al snel.
Daarnaast speelt ook de manier van lesgeven een belangrijke rol. Traditionele scheikundelessen zijn vaak sterk gericht op het overdragen van kennis en bieden weinig ruimte voor interactie, wat de betrokkenheid van leerlingen vermindert. Juist daarom kunnen niet-formele onderwijsvormen, zoals die worden gebruikt in bijvoorbeeld wetenschapsmusea, een waardevolle aanvulling zijn op de scheikunde in het klaslokaal.
Leren begint bij motivatie
Voor hun onderzoek gebruikten da Rocha en haar collega’s een theoretische lens om motivatie te onderzoeken, gebaseerd op drie psychologische basisbehoeften: autonomie (zelf keuzes kunnen maken), competentie (het gevoel hebben dat je iets kunt) en verbondenheid (je ergens bij voelen horen). Samen vormen deze behoeften een kader om te analyseren hoe gemotiveerd leerlingen zich voelen. “Dit helpt ons niet alleen te begrijpen wat leerlingen leren, maar vooral ook hoe ze zich voelen tijdens het leerproces,” legt da Rocha uit. Dat is volgens haar extra belangrijk in niet-formele leeromgevingen, zoals musea en wetenschapscentra.
Het onderzoek werd uitgevoerd onder middelbare scholieren van zes openbare scholen in de buitenwijken van São Carlos, Brazilië. De onderzoekers kozen bewust voor deze scholen om de leerlingen meer toegang te geven tot niet-formele onderwijservaringen en wetenschapscommunicatie die verbonden is aan de universiteit.
Chemische interactie
Meer dan 250 leerlingen bezochten tijdens het onderzoek een interactieve tentoonstelling over geavanceerde oxidatieprocessen (AOP), chemische behandelingen die veelal gebruikt worden om afvalwater te zuiveren. De tentoonstelling, gebaseerd op een universitair onderzoeksproject, liet zien hoe organische chemicaliën zoals kleurstoffen, medicijnen en cosmetische producten afgebroken kunnen worden. AOP-technieken zetten de stoffen om in minder toxische varianten en zijn bovendien milieuvriendelijk.
Tijdens de activiteit konden de leerlingen via modellen en interactieve opstellingen kennismaken met onderwerpen zoals elektrochemie, oxidatie en radicaalreacties. Voor de analyse werden leerlingen met de hoogste en de laagste betrokkenheid geselecteerd voor interviews, zodat verschillende vormen van interesse en actieve deelname onderzocht konden worden.
Weg met de scheikunde-angst
De resultaten toonden aan dat de leerlingen na hun deelname aan de niet-formele leeractiviteiten meer interesse en plezier ervaarden in scheikunde. Actieve interactie met de stof verhoogde hun gevoel van competentie en zelfvertrouwen, wat leidde tot een positievere beleving van het vak.
“Dit laat zien dat chemofobie niet alleen te maken heeft met de inhoud zelf,” concludeert da Rocha, “maar ook met de manier van lesgeven en de leeromgeving.” Wanneer leerlingen scheikunde ervaren in een betekenisvolle, interactieve en bovenal toegankelijke context, nemen de negatieve beelden vaak duidelijk af. Met andere woorden: door de juiste aanpak voelt scheikunde niet langer als een ver-van-je-bed-show, maar als een wereld vol fascinerende ontdekkingen.
Schrijf je in voor de nieuwsbrief! Ook elke dag vers het laatste wetenschapsnieuws in je inbox? Of elke week? Schrijf je hier in voor de nieuwsbrief!
Uitgelezen? Luister ook eens naar de Scientias Podcast:

10 uren geleden
2





/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/01/30104628/170226SPO_2025320532_1.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/02/09094950/BUI_2031430590_1-1.jpg)



English (US) ·