Bouw je vakantierechten op als je wel in dienst bent, maar niet werkt en geen loon krijgt?

4 uren geleden 1

De zaak

Een vrouw (nu 66) werkt in een winkel, naar eigen zeggen al sinds 1976. Volgens haar werkgever is dat pas onafgebroken zo sinds 2006. Op 30 juli 2023 valt ze uit en ze blijft arbeidsongeschikt. Haar werkgever betaalt haar loon de verplichte 104 weken door en schrijft haar op 21 augustus 2025 dat het dienstverband per 27 juli van dat jaar eindigt. Een eindafrekening volgt, de vrouw krijgt een transitievergoeding en de opgebouwde vakantiedagen worden uitbetaald.

De vrouw is het niet eens met de hoogte van de transitievergoeding. De werkgever is uitgegaan van een dienstverband van negentien jaar, maar daar moet volgens haar dertig jaar bij worden opgeteld. Ook stelt ze dat ze na die twee jaar ziekte nog vakantiedagen heeft opgebouwd, tijdens het zogenoemde slapende dienstverband. Zo heet het als de werkgever geen loon- of andere verplichtingen meer heeft, maar de arbeidsovereenkomst nog niet heeft ontbonden. Ze komen er met elkaar niet uit en het geschil belandt bij rechtbank Rotterdam. 

De uitspraak:
prejudiciële vraag naar Hoge Raad

De kantonrechter ziet zich voor diverse vragen gesteld. Ten eerste: is sprake van opzegging en, zo ja, per wanneer? Met de brief van 21 augustus 2025 heeft de werkgever het dienstverband opgezegd, dus ja. Maar dat kan niet met terugwerkende kracht, dus het geldt niet per 27 juli. Evenmin is een opzegtermijn gehanteerd, maar daar heeft de werknemer geen tijdig officieel bezwaar tegen gemaakt, dus de einddatum blijft 21 augustus. Dat betekent dat er een slapend dienstverband was van 27 juli tot 21 augustus 2025.

Vervolgens is de vraag over welke termijn er transitievergoeding moet worden berekend. De vrouw heeft onvoldoende aangetoond dat ze onafgebroken sinds 1976 in de winkel heeft gewerkt. De werkgever heeft de zaak in 2021 overgenomen en heeft alleen gegevens die spreken van startjaar 2006. De rechter geeft de vrouw nog enige tijd om te bewijzen dat dit vanaf 1976 zou moeten zijn. 

Ook de einddatum staat ter discussie. Want, zegt de rechter, al is-ie nu niet gehanteerd, voor de transitievergoeding moet je wel een opzegtermijn meenemen. Wat die had moeten zijn, mogen de partijen nog met elkaar bespreken.

De laatste vraag die de rechter moet beantwoorden: heeft de vrouw vakantiedagen opgebouwd tijdens het slapend dienstverband? Al gaat het in dit geval om een overzichtelijke periode, de rechter wil hier duidelijkheid over van de Hoge Raad. Want ze vond zes beschikkingen over dezelfde vraag met verschillende uitkomsten. Beide partijen stemmen in met een prejudiciële vraag aan de hoogste rechter. Die moet zich nu uitspreken over de vraag of iemand vakantiedagen opbouwt tijdens een slapend dienstverband.

Het commentaar

Dat je tot verschillende uitspraken kunt komen, heeft alles te maken met verschillen tussen Nederlands recht en Europese regelgeving, legt Jan-Pieter Vos van De Clercq Advocaten uit. De kern van het Nederlands recht is dat je recht hebt op vakantie – minstens vier weken per jaar – zolang je recht hebt op loon. „Ben je ziek, dan wordt je loon 104 weken doorbetaald. Daarna heb je geen recht meer op loon en bouw je dus ook geen vakantiedagen meer op.” Maar, zegt Vos, „punt is dat vakantie heel sterk is geregeld door Europa. We hebben sinds 1993 een arbeidstijdenrichtlijn die gaat over hoe lang je mag werken, hoe lang pauze, wat er qua nachtwerk mag en ook over je recht op vakantie.”

Vos ziet de afgelopen 25 jaar veel procedures de Europese rechter, het Hof van Justitie. „In 2001 heeft het Hof van Justitie gezegd dat je geen voorwaarden mag stellen aan het recht op vakantie. Strikt genomen mag je dus het recht op vakantie niet koppelen aan recht op loon.”

In 2009 volgde een uitspraak van dit Hof dat zieke werknemers gewoon vakantie opbouwen, gedurende de hele ziekteperiode, dus ook na 104 weken, vertelt Vos.

Omdat Nederland veel langer doorbetaalt bij ziekte dan andere landen – in Duitsland is dat maximaal zes weken – bepleiten juristen wel een uitzondering voor Nederland met zijn zo afwijkende systeem.

Wat de Hoge Raad zal antwoorden? „Die mag hier geen antwoord op geven zonder prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie te stellen. De Hoge Raad is verplicht het Hof om verduidelijking te vragen als het niet duidelijk is.”

Dat komt doordat Europees recht boven Nederlands recht gaat. In dat geval zou je zeggen: dan bouwt de vrouw dus gewoon vakantiedagen op, net als ieder ander in een slapend dienstverband. Vos: „Maar het kan ook dat het Hof voor Nederland een uitzondering maakt omdat we hier zo’n ander systeem hebben dan in de rest van Europa. Dat heeft het ook al een keer voor Duitsland gedaan.”

Volgens Vos heeft de rechter in de zaak van de winkelmedewerkster in een recent artikel geschreven dat zieke werknemers na 104 weken ziekte niet langer vakantie zouden moeten opbouwen. „Ik vind het heel stoer – mijn complimenten voor deze rechter – dat ze niet zegt ‘ik vind dit’, maar echt van de Hoge Raad wil weten wat het recht hierover zegt.” 

Uitspraken: Rechtbank Rotterdam, 2 en 17 maart 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:2021 en ECLI:NL:RBROT:2026:2603

Lees het hele artikel