Door Rusland aangevallen, door de Verenigde Staten afgeperst, door China snoeihard beconcurreerd – de komende maanden gaan we zien of het Europa menens is, of de reus ontwaakt uit haar schoonheidsslaap en fier opstaat. Al tijden onderhandelen de landen van de Europese Unie onderling over de beste manier om economisch sterker te worden.
En die slag is nog lang niet beslist. In Brussel is ingrijpend nieuw beleid in de maak en worden hoekstenen van aloud EU-beleid aangevallen: industriepolitiek, klimaatbeleid, mededingingsregels. Alles staat ter discussie nu de VS en China hun economie agressiever inzetten als wapen.
Het is duidelijk dat Europa onafhankelijker moet worden, minder chantabel. Een eigen cloud en betaalinfrastructuur bouwen, zelf kritieke grondstoffen bewerken. Niet meer vooral sturen via regels, maar zélf bedrijfstakken scheppen. Dat is al een enorme klus.
Maar er is meer nodig. Wie wil vechten moet meer kunnen dan verdedigen. Kan de EU in meer sectoren zélf zo machtig worden dat ze China en de VS onder druk kan zetten? Eigen chokepoints ontwikkelen, zoals dat zo mooi heet in het Engels, bij-de-keel-grijp-macht.
Europese lidstaten hebben heel verschillende ideeën over hoe de EU haar concurrentiemacht vergroot. Frankrijk pleit voor meer staatssturing, Duitsland en Italië voor deregulering, kleinere landen voor het verder integreren van de gemankeerde Europese interne markt. Want die heeft nog te veel hinderlijke grensovergangen (lees: verschillende nationale regels) die je pas ziet als je een bedrijf bent dat in verschillende markten wil verkopen.
Wie wil vechten moet meer kunnen dan verdedigen
De vragen zijn groot. Moet de EU industriebedrijven minder hard pushen om klimaatvriendelijker te worden? Toestaan dat er Europese kampioenen komen, bedrijven die zo groot worden dat ze markten domineren? Iets wat Europa tot nu toe principieel tegenhield om consumenten te beschermen en nieuwe ondernemers een kans te geven.
Europese kampioenen
Bedrijven die vinden dat de EU hen hinderlijk insnoert, ruiken een kans. De Amerikaanse techreuzen bijvoorbeeld die graag de Europese regels ondermijnen die hun immense macht indammen. Een beeld dat rondgaat op sociale media: Brussel en de EU, dat zijn die wappies van dat vastzittende dopje op waterflesjes! Die vergadertijgers die zelf nooit wat uitvinden maar precies weten hoe vindingen van anderen te reguleren.
Ik zie valkuilen zo groot dat ik er bang van word. Maar ook dat dit geen tijd is voor purisme.
Neem de wens meer reusachtige Europese bedrijven te kweken. De Europese fusieregels oprekken om kampioenen toe te staan, is vragen om problemen. In de VS is nu al te zien dat innovatie en rijkdom zich concentreren bij de kleine groep techreuzen, die vernieuwing door kleine concurrenten opslokken en smoren. Laat Europa dat niet als voorbeeld zien.
Maar misschien is het toestaan van Europese kampioenen heel soms wel nodig in het gevecht met de VS en China. Zo pleiten economen van denktank Denkwerk voor het toestaan van een fusie tussen telecombedrijven Nokia en Ericsson. Volgens Denkwerk de enige manier om zeggenschap over de toekomst van mobiele netwerken – „een kritieke ruggengraat voor economie, overheid en veiligheid” – niet uit handen te geven aan het Chinese Huawei.
Dit gevecht gaat over niets minder dan de economische ziel van Europa. Dat blijkt alleen al uit de frontale aanval die is ingezet op het slimste beleid dat de EU heeft: het vernuftige emissiehandelssysteem ETS. Dat stelt een maximum aan hoeveel broeikasgas energiebedrijven en grote industriebedrijven mogen uitstoten. En dat emissieplafond daalt gestaag, totdat er in 2040 geen nieuwe rechten worden uitgegeven.
Italië wil het ETS opschorten, Oostenrijk en Duitsland het herzien. De redenering: het tast het concurrentievermogen van de industrie aan. Eerder al lukte het Duitsland om het verbod op nieuwe fossiele auto’s af te zwakken dat vanaf 2035 in zou gaan.
Hier dreigt de kern van het Europese klimaatbeleid te verkruimelen. Dat heeft grotere gevolgen dan klimaatverandering. De EU dreigt een unieke eigenschap te verspelen: voorspelbaarheid en betrouwbaarheid. Precies wat de EU voorheeft op de VS onder Donald Trump. Het ETS is geen verstikkende regulering maar een briljante manier om de markt de goede kant op te sturen zónder overmatige regeldrift en overheidsbemoeienis. Aanwijzen waar je heen wil en daarbinnen de slimste bedrijven de meeste kans geven.
Al decennia hebben industriebedrijven zich kunnen voorbereiden. Afzwakken beloont de bedrijven die dat niet deden. Het maakt alle toekomstige regulering van de EU minder geloofwaardig. Want de EU zet de voorlopers in hun hemd. Het Nederlandse Tata is tegen versoepelen: het vermoordt zijn vergroenings-businesscase.
Mogen de gevolgen van het ETS niet verzacht worden? Natuurlijk wel. De EU vergroent eerder dan China en de VS. Ze moet een manier vinden om fabrieken in Europa die daardoor meer kosten maken, niet weg te laten concurreren. Misschien door importheffingen, misschien door slim ‘Koop Europees’-beleid bij subsidies. Of door de opbrengsten van het ETS terug te geven aan industriebedrijven die vergroenen.
Barrage aan nationale regels
Het zijn niet deze krachtige EU-regels die Europese kampioenen tegenhouden. Dat is de barrage aan nationale regels in 27 landen, die van Europa 27 markten maken in plaats van één. Als de Duitse Bondskanselier Friedrich Merz pleit voor deregulering – „We zijn wereldkampioen overregulering geworden, dat moet stoppen” – dan moet hij niet naar Brussel kijken maar naar zijn eigen land. Brusselse regels zorgen juist voor minder regeldruk en marktfragmentatie. Maar niet als lidstaten zelf daar allerlei regels bovenop gooien.
Nu alles verandert, is wat mij betreft de cruciale leidraad die de EU zou moeten hanteren in haar nieuwe geopolitieke economische beleid: blijft er ruimte voor het nieuwe? Voor nieuwe bedrijven en nieuwe vindingen. Dáár komt innovatie en productiviteit vandaan. Als we niet oppassen, vermolmen sectoren. Iedere lidstaat zijn eigen knuffelbedrijven die vet en log groeien onder bescherming van de staat.
Europa kan een economische wereldmacht blijven. Niet door te gaan lijken op de VS en China, maar juist door vast te houden aan een strak begrensde markt en daar alleen van af te wijken als het echt nodig is.


/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/02/16114303/200226ECO_2031611950_sporenburg.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/02/17103904/260226ECO_2031100015_neste2.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/02/23202211/230226ECO_2031803828_KLMAirFranceWEB.jpg)



/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/02/24225301/240226VER_2031799204_Paradiso03.jpg)
English (US) ·