Deze behandeling kan jongeren met leukemie langer in leven houden

1 dag geleden 2

Na een eerste chemokuur blijven vaak kleine hoeveelheden kankercellen achter die later voor een terugval kunnen zorgen. Juist op dat moment kan immuuntherapie het verschil maken, zo blijkt uit een nieuwe studie bij leukemiepatiënten. Vooral tieners en jongvolwassenen hebben er baat bij.

Tijdens deze studie werd specifiek gekeken naar acute lymfatische leukemie. Dit is een agressieve vorm van bloedkanker die vaak jonge mensen treft. Het goede nieuws: de overlevingskansen zijn de afgelopen jaren flink verbeterd doordat artsen behandelschema’s uit de kinderoncologie zijn gaan toepassen bij tieners en twintigers. Maar er bleef ruimte voor verbetering, vooral bij patiënten bij wie na de eerste behandeling nog restjes kankercellen achterbleven.

Combinatie van behandelingen

Onderzoekers uit onder meer Australië en Nieuw-Zeeland hebben daarom een nieuwe strategie getest bij 55 patiënten tussen de 16 en 39 jaar. In plaats van een standaard chemokuur na de eerste behandelfase, kregen de deelnemers het medicijn blinatumomab toegediend. Dit middel werkt anders dan chemo: het activeert het eigen afweersysteem van patiënten om kankercellen gericht aan te vallen.

Na een eerste chemokuur zijn de meeste kankercellen verdwenen, maar vaak blijven er kleine hoeveelheden achter, de zogenaamde ‘restziekte’. Die achtergebleven cellen kunnen later terugkomen als de kanker terugkeert. Door op dat moment over te stappen op immuuntherapie, hoopten de onderzoekers die laatste cellen effectiever op te ruimen.

Resultaten overtreffen verwachtingen

De aanpak bleek te werken. Na de behandeling met blinatumomab was bij ruim 70 procent van de patiënten geen restziekte meer detecteerbaar. Dat is een stuk hoger dan de 60 procent die onderzoekers vooraf als minimaal acceptabel hadden gesteld.

Nog beter zijn de overlevingscijfers na drie jaar: zo’n 89 procent van de deelnemers was ziektevrij en 90 procent was nog in leven. Bij patiënten met een gunstig genetisch profiel lagen die cijfers zelfs op 100 procent.

Minder bijwerkingen, sneller door de behandeling

Een bijkomend voordeel: de nieuwe aanpak zorgde ervoor dat patiënten sneller door hun behandeltraject heen kwamen. In een eerdere studie met alleen chemotherapie duurde het gemiddeld 97 dagen voordat patiënten aan de volgende fase konden beginnen. Met de immuuntherapie daalde dat naar 84 dagen.

Blinatumomab werd over het algemeen goed verdragen. Er traden soms wel bijwerkingen op, zoals koorts, hoofdpijn en in zeldzame gevallen verwardheid. Toch konden alle patiënten die in aanmerking kwamen hun volledige behandeling afronden.

Toch is het geen wondermiddel voor elke patiënt. Bij mensen met bepaalde genetische afwijkingen in hun kanker werkte de behandeling minder goed. Als na de immuuntherapie nog steeds restziekte aanwezig was én er sprake was van een ongunstig genetisch profiel, waren de vooruitzichten beduidend minder rooskleurig.

Wat betekent dit voor de praktijk?

Voor patiënten zonder extra risicofactoren lijkt deze aanpak hoe dan ook zeer goed te werken. De onderzoekers willen nu verder onderzoek doen. Zij willen onder meer te weten komen of genetische tests vooraf kunnen bepalen wie misschien baat heeft bij dit soort behandelingen (en wie misschien iets anders nodig heeft). Zo gaat de zorg stilaan weg van een one-size-fits-all principe en meer richting behandelingen die worden afgestemd op het specifieke type kanker en de individuele patiënt.

We schreven vaker over dit onderwerp, lees bijvoorbeeld ook Leukemiecellen gebruiken dit bekende stofje in energiedrank om sneller te groeien en Doorbraak in bloedstamcelonderzoek biedt hoop voor gepersonaliseerde leukemiebehandelingen. Of lees dit artikel: Deze ‘verraderlijke’ hersencellen helpen hersenkanker groeien (maar er is mogelijk een medicijn).

Uitgelezen? Luister ook eens naar de Scientias Podcast:

Lees het hele artikel