Opa mocht mee naar Waylon. Samen met dochter, schoonzoon en twee blakende kleinzoons, die hem nu beiden tot zijn ontzetting in lengte (1.92) met enkele centimeters overtreffen.
Ja, die opa was ik. Waarom Waylon? Omdat de liefde voor countryachtige muziek kennelijk diep in de genen van onze familie zit. De andere dochter vroeg me toevallig een dag later naar mijn favoriete plaat van Poco – die wilde ze graag tweedehands aanschaffen. Poco! Mijn favoriete band uit de jaren 70.
Het werk van Waylon kende ik slecht. Wat ik op de televisie van hem had gehoord, klonk goed, maar zou hij ook avondvullend voldoende te bieden hebben? Aan het publiek in het Utrechtse TivoliVredenburg lag het niet – dat was in groten getale opgekomen met een gemiddelde leeftijd van boven de veertig.
Waylon, gestoken in een opzienbarend gelig pak, begon ons meteen uit onze stoeltjes te blazen met een onverwacht luide aanpak. Hij had een band van acht leden meegenomen: drie gitaristen, een pianist, een contrabas, een drummer, twee violisten. Een voortreffelijke band, zo bleek snel, maar mijn gehoor was er niet helemaal op berekend. Waar waren de oordopjes? In de pauze, achter de bar.
‘Vrouwen, vrouwen, vrouwen!’’, riep hij meesmuilend naar zijn publiek
Waylon nam met ons de geschiedenis van de countrymuziek door aan de hand van zijn grote voorbeelden: van Waylon Jennings tot Marty Robbins. Hij zong hun nummers, maar ook een aantal eigen composities. De positie van de vrouw stond in vrijwel al die nummers centraal – en niet altijd even vleiend.
,,Vrouwen, vrouwen, vrouwen!’’, riep hij enkele malen meesmuilend naar zijn publiek. Hij had er heel wat mee te stellen gehad, dat was duidelijk. Ik herinnerde me vaag zijn publieke bekentenissen over overspel, ongewenste zwangerschap en erectiestoornissen, waarbij niet altijd duidelijk werd wat nu precies de chronologische volgorde was.
In ieder geval moet een en ander hebben geleid tot eigen nummers als Goddamn A Woman met regels als: God help her man/ She’ll drive you to heaven and drag you through hell/ That’s too much power as far as I can tell.’’
Te veel macht bij de vrouwtjes, dat kan nooit goed zijn voor een man die een kerel wil zijn.
Waylon was goed bij stem, al viel me op dat hij wel erg veel wil lijken op zijn beroemde voorgangers, inclusief hun nasale snikjes en galmende uithalen. Dat is een verschil met zijn grote Nederlandse concurrent in dit genre: Douwe Bob. Die zingt ingetogener en klinkt daarom authentieker.
Het pleitte weer wel voor Waylon dat hem geen moeite te veel was. Dit was het langdurigste popconcert dat ik ooit heb bijgewoond. Waylon begon om acht uur en was, na een pauze van een halfuurtje, om half twaalf nóg bezig. Tussen de nummers was hij soms lang aan het woord met anekdotes die geestiger hadden gekund. Hij wist niet van ophouden. Het publiek hoefde niet om toegiften te vragen, hij gaf ze zo wel.
De toeschouwers stroomden weg, wij liepen mee terwijl Waylon dapper doorzong. Het zou me niet verbazen als hij er nog steeds stond. Waarom? Ik heb maar één verklaring: Waylon luistert heel graag naar zichzelf.



/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/02/19210827/190226CUL_2031725875_VanDamWEB.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/02/19234735/551226665.jpg)


/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/02/16160301/170226ECO_2031624912_2.jpg)

/https://content.production.cdn.art19.com/images/73/17/42/3b/7317423b-fef4-4607-9eed-85e6e654ec21/df469e4ff2eca00321c68f9fe7034b6930e984d1fede8e1e2dfce0e9d05854b8d419e05853a2f4df9b88d42f4fa5ff173393bf367c4a3484ab64cc33014ca51a.jpeg)

English (US) ·