Een slechte dag op een WK en je bent je inkomen kwijt

3 uren geleden 2

Historische medailleoogsten als die Nederland op de afgelopen twee Olympische Spelen behaalde (Parijs 2024, 34 medailles, vijftien goud; Milaan-Cortina 2026, twintig medailles, tien goud), worden minder waarschijnlijk in de toekomst als de financiële positie van topsporters in Nederland niet verbetert. Dat stellen de atletencommissie van sportkoepel NOC-NSF en belangenvereniging NL Sporter op basis van onderzoek naar het inkomen van Nederlandse topsporters.

Zij beoordelen hun inkomenspositie als bijzonder kwetsbaar, blijkt uit een enquête die is uitgezet onder de ruim zevenhonderd sporters in Nederland die een zogeheten ‘topsportstatus’ hebben en daarom een maandelijks stipendium of onkostenvergoeding ontvangen van NOC-NSF. Ruim de helft van de sporters (59 procent) die meededen aan het onderzoek gaf aan regelmatig stress te ervaren door de angst de topsportstatus en bijbehorende financiering te verliezen. Die prestatiedruk heeft bij drie op de tien ondervraagden (34 procent) een negatief effect op hun prestaties, geven zij aan.

De twee belangenorganisaties pleiten voor een verandering van het huidige stipendiumsysteem, zegt Josine Koning, hockey-international en voorzitter van de atletencommissie van NOC-NSF: „We willen een breder, stabieler en eerlijker systeem, dat recht doet aan het beroep topsporter en waarbij topsporters richting de toekomst meer zekerheid krijgen. De voetballers die goud geld verdienen zijn de uitzondering, niet de regel.”

De voetballers die goud geld verdienen zijn de uitzondering, niet de regel.

Uit het onderzoek blijkt dat meer dan de helft van de topsporters (56 procent) in Nederland een financiële buffer van maximaal drie maanden heeft. Slechts drie op de tien ondervraagden (27 procent) bouwen pensioen op, zeven op de tien topsporters (68 procent) hebben geen arbeidsongeschiktheidsverzekering.

Het ontbreekt topsporters aan veel (financiële) voorzieningen die voor de rest van de maatschappij vanzelfsprekend zijn, constateert voorzitter Douwe de Vries van NL Sporter. Hij somt op: „Een vaste aanstelling, ontslagbescherming, een transitievergoeding bij ontslag, pensioenopbouw, een arbeidsongeschiktheidsverzekering maar ook zaken als ouderschapsverlof of doorbetaling bij ziekte. Allemaal heel normaal, maar niet voor topsporters.”

Geen hypotheek voor olympisch kampioenen

De Vries, zelf oud-topschaatser, zag dat er deze winter veel aandacht was voor topsport dankzij de succesvolle Winterspelen in Italië. „Je merkt dat het echt leeft in Nederland en dat is heel mooi om te zien. Maar daar zien topsporters financieel nauwelijks wat terug. Er zijn olympisch kampioenen die geen huis kunnen kopen omdat ze geen hypotheek kunnen krijgen.”

Als er niets verandert, zegt De Vries, vreest hij dat het topsportbestaan „onhoudbaar” wordt. „Jonge talenten zullen zich gaan afvragen: waarom zou ik nog voor het onzekere pad van een topsportcarrière kiezen? Dan wordt het aantal topsporters kleiner, en worden de prestaties op de Spelen over de gehele linie ook minder.”

Er zijn olympiërs voor wie het financieel aantrekkelijker zou zijn om achter de kassa te gaan zitten dan om te blijven sporten.

De uitkomsten van het onderzoek zijn geen verrassing in het licht van andere, recent verschenen onderzoeken. Vorig jaar bleek uit het jaarlijkse Topsport in Nederland-onderzoek van het Mulier Instituut dat vier op de tien Nederlandse topsporters maandelijks niet genoeg inkomen hebben om in hun levensonderhoud en de beoefening van hun sport te voorzien.

In een ander groot onderzoek naar de topsportcultuur in Nederland dat in 2025 verscheen werd geconcludeerd dat de financiële afhankelijkheid van topsporters van een inkomen via een A-status voor extra stress en prestatiedruk kan zorgen. Daarnaast bleek dat lang niet alle topsporters met een stipendium daarvan konden rondkomen of hun sport konden financieren.

„Dit is een boodschap die de sportwereld al langer uitdraagt”, beaamt De Vries van NL Sporter. „Maar met de succesvolle Winterspelen vers in het geheugen willen we die nu kracht bijzetten met data uit de eigen gelederen.” Dat de respons onder de uitgezette topsporters met 27 procent (189 van de 709) niet heel hoog was, gebeurt vaker, zegt Koning. „Topsporters zijn nou eenmaal vooral met hun sport bezig.”

Slechte dag? Inkomen weg

In het huidige systeem komen topsporters die tot de top-8 van de wereld horen in aanmerking voor een A-status. Daarbij hoort een maandelijks stipendium, dat afhankelijk van de leeftijd van de sporter kan oplopen tot 140 procent van het minimumloon; zo’n 41.000 euro op jaarbasis. Topsporters met veel potentie kunnen een High Potential-status krijgen en komen dan in aanmerking voor een vergelijkbare toelage. Daarnaast kunnen sportbonden zelf bepalen of ze sporters een selectiestatus toekennen; dan krijgen ze een onkostenvergoeding die veel lager is dan het stipendium van NOC-NSF.

Vlaggendrager Jens van t Wout met de Nederlandse ploeg bij de opening van de Winterspelen 2026.

Foto Matthias Hangst/ Getty Images

Zo’n zeven op de tien topsporters (73 procent) zijn grotendeels afhankelijk van deze ene inkomstenbron, blijkt uit het onderzoek. Dat zorgt voor extra (negatieve) druk op het moment dat sporters hun A-status veilig moeten stellen op een WK of Olympische Spelen. „Als je dan een slechte dag hebt, valt meteen je inkomen weg. Er is geen vangnet”, zegt Koning.

Andere inkomstenbronnen aanboren is lastig omdat NOC-NSF een grens heeft gesteld aan wat sporters met een stipendium mogen bijverdienen – maximaal 18.000 euro. Alles boven die grens wordt ingehouden op het stipendium. Het lijkt een aardig bedrag, maar uit het onderzoek blijkt ook dat zeven op de tien topsporters (70 procent) kosten tot 10.000 euro per jaar maken die niet worden vergoed.

Een van de aanbevelingen van de twee belangenorganisaties is om deze ‘bijverdiengrens’ te schrappen. De Vries: „Dan kun je topsporters een voorziening bieden waardoor ze zich volledig op hun sport kunnen focussen, maar tegelijkertijd, als de mogelijkheid zich voordoet, er iets bij te verdienen.” Ook de eis dat sporters op een of twee momenten per jaar (een WK of Spelen) moeten presteren voor een A-status moet plaatsmaken voor een ruimere regeling, vinden de organisaties. En ze vinden dat meer topsporters – niet alleen die tot de mondiale top-8 in hun sport behoren – in aanmerking moeten komen voor een fatsoenlijke inkomensvoorziening vanuit NOC-NSF en sportbonden.

Sportkoepel NOC-NSF sluit zich bij de conclusies van het rapport aan. „Het huidige stipendium past inmiddels niet meer bij het verantwoord organiseren van de Nederlandse topsport”, zegt directeur Topsport André Cats in een reactie. „We werken met de atletencommissie en NL Sporter aan een gedegen voorstel voor een ander beloningssysteem. Met het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport zijn we in gesprek over financiering daarvan.” In 2024 berekende de sportkoepel dat er 20 miljoen euro per jaar extra moet worden vrijgemaakt om het huidige topsportniveau te behouden; de huidige topsportbegroting van NOC-NSF bedraagt 68,1 miljoen euro in 2026.

Niet dat Nederlandse topsporters zielig zijn, zeggen de belangenorganisaties, maar volgens De Vries profiteren ze nu te weinig van de goede prestaties die ze neerzetten. „Er zijn olympiërs voor wie het financieel aantrekkelijker zou zijn om achter de kassa te gaan zitten dan om te blijven sporten. Geloof me: topsport is geen vetpot.”

Lees het hele artikel