Flea, de bassist van de Red Hot Chili Peppers, is terug bij zijn eerste instrument: de trompet – Raye doet op haar nieuwe album wel héél erg veel

2 dagen geleden 4

Je zou denken dat Flea nergens voor terugdeinst. De bassist die bij de Red Hot Chili Peppers al decennialang als een elastiek over het podium stuitert, soms alleen in een sok of een rok, lijkt het vleesgeworden zelfvertrouwen. Maar op zijn eerste soloplaat Honora sluipt iets anders naar binnen: onzekerheid. Hij gaf het toe aan het Britse muziekmagazine MOJO: hij was bang dat anderen hem niet goed genoeg zouden vinden, dat hij zou klinken als „een rockgast met een ijdel project”.

En dat maakt deze plaat spannend.

De Peppers zijn inmiddels zestigers. Niet langer de hottest ticket in town, al blijft hun podiumenergie indrukwekkend. En in 2022 verschenen zelfs twee albums tegelijk. Maar solo zoeken de leden andere wegen. Michael Balzary, alias Flea, kiest jazz. Terug naar de trompet, zijn eerste instrument, dat hij als kind leerde bespelen in Los Angeles, gevoed door platen van Miles Davis en Dizzy Gillespie. Jazz was via zijn stiefvader zijn eerste taal. Hij overstemde die zelf later door funk en rock.

De laatste jaren pakte hij de trompet weer serieus op, onder begeleiding van jazzmuzikant Rickey Washington, vader van saxofonist Kamasi Washington. Twee jaar lang werkte hij aan chops en techniek, stap voor stap inzicht in jazz. Het resultaat hoor je op Honora: Flea in volle breedte, spelend, zingend, zoekend naar klank, omringd door doorgewinterde jazzmuzikanten: drummer Deantoni Parks, bassist Anna Butterss, gitarist Jeff Parker en saxfonist-producer Josh Johnson. De helft van de nummers is eigen werk, de rest interpretaties van bestaande nummers, zoals ‘Maggot Brain’ (Funkadelic).

Dat is bij elkaar iets om enthousiast van te raken. Maar Honora, met op de cover zijn Iraanse schoonmoeder in de jaren zestig, pakt niet altijd sterk uit. Op bas is Flea een uitgesproken, assertieve verteller. Op trompet klinkt hij als een voorzichtige verkenner, een soms wat iele blazer. Lange lijnen zijn mooi, maar vaak zoekt hij vooral effect. En improvisatie gaat hem nog niet volledig goed af.
Dat Flea voor zijn plaat geïnspireerd is door een artiest als Meshell Ndegeocello verbaast niets. De klankreis langs jazz, soul, funk, afrobeat, r&b, gospel en hiphop van de bassiste is al jaren boeiend. Ook Flea blijkt een stijlmenger langs jazz via pop.

In Frank Ocean’s ‘Thinkin Bout You’ groeit Flea’s trompet als een fragiel bloemetje door een zacht strijkerslandschap: kwetsbaar, opvallend, maar makkelijk met veel holle frasen. Het jazzstuk ‘Morning Cry’ heeft een duidelijker bebop signatuur, maar het trompetspel: tja, bleekjes. Dan heeft het gemoderniseerde ‘Willow Weep For Me’ meer interessants. En waar het funky ‘Traffic Lights’ de stem van Thom Yorke echt eens anders laat klinken op een groovy bas, is jazzstandard ‘Wichita Lineman’ potsierlijk: waarom zo plechtig, Nick Cave?

Echt eigenzinnig en cool: ‘A Plea’, met zijn dwingende baslijn en maatschappijkritische tekst (en há: die typisch malle Flea-dans). Zo wisselen momenten van schoonheid af met passages die nog niet helemaal landen. Maar het is wel een plaat om enthousiast van te worden, omdat Flea durft iets te laten horen wat misschien nog interessanter is dan virtuositeit: de moed om opnieuw te beginnen.

Amanda Kuyper


Zangeres Raye schept klikklakkende symfonie van lust, liefde, leed en lol

Dramatisch, gul, uitbundig. Voor Raye is zingen een manier om emoties en gevoelens uit te vergroten, en zo een niet mis te verstane boodschap over te brengen. De Britse zangeres is als een storm die opzet, vocaal en muzikaal. Met overgave maar ook met muzikale precisie – Raye weet wat ze doet.

Haar debuutalbum My 21st Century Blues (2023) leunde op radicale openhartigheid (over liefdesleed, negatief zelfbeeld, en seksueel misbruik). Want Raye dwingt zichzelf – en wellicht ook de luisteraar – tot emotionele eerlijkheid.

Die waarachtigheid en haar vocale ambities brachten haar een reeks megahits, prijzen, uitverkochte tournees. Binnen een jaar was Raye een megaster. Het nieuwe, tweede album This Music May Contain Hope gaat een stap verder. Het album bulkt van de muzikale stijlen. Sterker nog, nagenoeg elk nummer bulkt van de stijlen. Liedjes als ‘South London Lover Boy’ en ‘WhatsApp Shakespeare’ bieden complete musicals binnen vier minuten. De bezongen emoties zijn hartstochtelijk: ‘devastating’, ‘lonely’, ‘the greatest heartbreak of my life’, ‘oceans of tears’.

De muziek ondertussen zwenkt van pop naar doo wop naar big band naar showjazz, terwijl ook de melodie verschillende hoofdstukken doorloopt. De begeleiding, verzorgd onder anderen door filmcomponist Hans Zimmer en het London Symphony Orchestra, heeft meer glooiende strijkers en orkestrale erupties, en minder hiphopbeats dan op haar debuut. In die overvloed is haar extravagante stem het baken. Haar zangstijl varieert ongeveer per syllabe: van gierend opera-achtig, naar oorverdovende sirene, naar buitelend door de toonladders.

Raye kent uitsluitend pieken of dalen. En dat wordt soms karikaturaal – al frapperen haar emoties op andere momenten juist door de uitzinnigheid. In het vijf minuten durende ‘Nightingale Lane’ bereikt ze aan het begin van minuut vier een nóg hoger niveau van vocale jubeljammer, mengt kracht met tranen, in een bovenmenselijke combinatie.

Het album is opgebouwd als een klassieke Hollywood-film over een vrouw in Parijs, ‘several negroni’s deep’, om half drie ’s nachts. Ze benoemt graag wat ze doet. Zo opent ‘Goodbye Henry’, met soulzanger Al Green, met de woorden: ‘This is a sad song’. In ‘I Will Overcome’ vallen tekst en emotie samen, als ze jammert: ‘Aren’t we all broken people’.

In ‘Winter Woman’ gebeurt te veel: melodiezwenkingen, Mickey Mouse-stemmetjes en een citaat van Vivaldi – chaotisch. Daarentegen klinkt ze groots in ‘Click Clack Symphony’ – een ode aan het geluid van hakken op een avondje uit met vriendinnen. In ‘Joy’, met zussen Amma en Absolutely, stijgen de stemmen hemelwaarts in een vrolijke competitie. Er is een aantal mindere nummers, zoals eigentijds klinkende ‘Life Boat’ en ‘Skin & Bones’.

Haar hart ligt bij de brede mix van musical, opera, swing, doo wop, big band stijl en show jazz. Niet omdat ze niet kán kiezen, maar omdat ze dat niet wil. Ze schept een klikklakkende symfonie van lust, liefde, leed en lol. Zo maakt Raye haar droom waar. Al zal die voor sommigen te overdadig zijn.

Hester Carvalho


Selah Sue heeft een warme, beweeglijke stem die ze op haar nieuwe album combineert met jazzy instrumentaties. Dit Movin’ is het resultaat van de ontmoeting met vader en zoon De Galland: jazzdrummer Stéphane en zoon Elvin, toetsenist, producer. In deze situatie zegt Sue zich bevrijd te voelen. Die vrijheid is te horen aan de vorm van de liedjes. Melodieën lijken te vloeien en transformeren in organische patronen.

Toch is er een kink in de samenwerking. De onnadrukkelijke uitvoeringen, vaak met marimba, en baskronkels gecombineerd met dwarrelende elektrische pianoklanken, klinken soft. Ze beklijven nauwelijks. Als tegenwicht worden enkele nummers (zoals ‘Guiding You’) doorsneden met schrille gitaarsolo’s. Maar dat schuurt.

Hester Carvalho


Verrassing één: na tien jaar radiostilte verscheen er zomaar opeens een gloednieuw album van de experimentele (post-)metalpioniers Neurosis.

Verrassing twee: na het tragische ontslag van frontman Scott Kelly (hij bleek zijn gezin te mishandelen) heeft het overgebleven boegbeeld Steve Von Till de best mogelijke vervanger gevonden in Aaron Turner, van de bijna net zo geniale en door Neurosis beïnvloede bands Isis, Sumac en Old Man Gloom.

Verrassing drie: An Undying Love for a Burning World blijkt zich moeiteloos te kunnen meten met klassieker A Sun That Never Sets (2001) en is daarmee dus een van de beste Neurosis-platen ooit. Door de dynamische variatie van traag razende gitaren, pulserend synthesizergezuig, emotionele klaagzang én louterende brulpartijen besef je weer hoe ver de band zijn tijd vooruit was én is.

Laatste verrassing (ook al is het wishful thinking): waarom die weergaloze wederopstanding niet vieren met een welverdiende homecoming show op het Tilburgse herriefest Roadburn volgende maand?

Frank Provoost


Snail Mail was een van de namen die een kleine tien jaar geleden opkwamen als onderdeel van een golf aan stemmige singer-songwriters. Na een uitstapje als actrice is ze nu terug met haar derde album. De invloed van alternatieve rock uit de jaren negentig domineert op Ricochet. Opener ‘Tractor Beam’ knalt er lekker in met een mix van indierock-gitaren en strijkers. Die strijkers (en blazers op ‘Cruise’) doen haar muziek minder introvert klinken dan eerder. De heldere productie van Ariel Rechtshaid (Vampire Weekend, Adele) draagt daar verder aan bij. Als geheel biedt Ricochet alleen iets te weinig variatie om van een altrock-triomf te spreken.

Thijs Schrik

Lees het hele artikel