Fotograaf Pierre Crom in Oost Europa

6 uren geleden 1

De Franse fotograaf Pierre Crom reist sinds de annexatie van de Krim in 2014 af naar Oost-Europa en de Balkan. Hij studeerde aan de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten in Den Haag en ontving in 2015 de Zilveren Camera voor zijn werk over het neerhalen van vlucht MH17. Op verschillende manieren zag Crom in die regio Russische sporen. In cafés op de Balkan fotografeerde hij de portretten van Poetin boven de toonbank, terwijl hij in Wit-Rusland standbeelden uit het verleden trof.

Een standbeeld van Lenin, in goud uitgevoerd en met kinderen in zijn armen, staat prominent tentoongesteld voor het Paleis van Cultuur in Katerinovka in Transnistrië, de afgescheiden Russisch sprekende deelregio van Moldavië.

In Sarajevo werd op de dag dat de genocide in Srebrenica werd herdacht een monument onthuld van de Russische diplomaat Vitaly Churkin. In 2015 vetode hij een VN-resolutie die de massamoord in Srebrenica als genocide moest erkennen als voorwaarde voor nationale verzoening in Bosnië en Herzegovina.

In het Oekraïense Starosillja worden standbeelden van Sovjetleider Lenin tentoongesteld in het Museum van het Socialistisch Realisme.

In Minsk, Wit-Rusland, wordt het hoofd van een Lenin-standbeeld bewaard in het Stalin-museum, met een bordje waarop staat: „Verboden toegang”.

Met zijn werk toont Crom dat de Russische invloed in die regio verder gaat dan portretten en standbeelden. Soms is de invloed vrij direct – door bijvoorbeeld de aanwezigheid van de Russische motorclub de Nachtwolven bij politieke parades. Maar soms ook subtieler door de invloed van de Russisch-orthodoxe kerk, al dan niet gefinancierd met Russisch geld. „Ik wil laten zien wat voor de meeste mensen onzichtbaar is”, zegt Crom.

Hij kwam aan op de Krim op de dag voor de annexatie door Rusland. Vervolgens werkte hij twee jaar lang in Oost-Oekraïne aan de Russische kant van de frontlijn. „Daarna ben ik gaan uitzoomen”, vertelt Crom. Hij reisde af naar de landen die niet bij de NAVO en de Europese Unie hoorden en zag daar „de invloed van Rusland die ook daar onrust veroorzaakte”.

In Milici in Bosnië en Herzegovina hangt een portret van de Russische president Vladimir Poetin aan de muur in ‘Cafe Poetin’. Milici ligt in de deelstaat Republika Srpska van wie de voormalig president, Milorad Dodik, nauwe banden had met Poetin en hem regelmatig bezocht.

Ook in Kosovo wordt Poetin afgebeeld bij de ingang van een café in Zvecan, waar een Servische minderheid woont.

In het oosten van Oekraïne in de stad Kostjantynivka hangt Poetin aan een Oekraïense vlag op een muur van het treinstation dat gebombardeerd is door Rusland.

De Russische motorclub de Nachtwolven wordt ook wel ‘Poetins Angels’ genoemd. De Russische-nationalistische motorclub heeft als motto ‘Waar we ook zijn, daar is Rusland’ en de leden ervan zien zichzelf als verdedigers van het vaderland. Dat gaat soms met geweld gepaard, zoals bij de ontvoering van een Oekraïense grenswacht in 2014. De motorclub staat sindsdien op de Amerikaanse sanctielijst.

Poetin laat zich regelmatig fotograferen op een Harley-driewieler tussen de Nachtwolven naast leider Aleksandr Zaldostanov, die fakkeldrager was tijdens de Olympische Winterspelen in Sotsji en een Russische erepenning kreeg vanwege zijn bijdrage aan de ‘patriottische jeugdopvoeding’. Ook de Tsjetsjeense leider Ramzan Kadyrov is lid van de motorclub.

Leden van de Nachtwolven lopen mee tijdens een controversiële parade in Banja Luka, de hoofdstad van de Bosnische deelstaat Republika Srpska. De jaarlijkse viering van ‘De Dag van Republika Srpska’ op 9 januari is ongrondwettelijk verklaard. Servische Bosniërs vieren dan de oprichting van de Republika Srpska in 1992, maar die dag was ook het begin van de oorlog in Bosnië en Herzegovina (1992-1995) die naar schatting 100.000 levens kostte.

In de door Rusland bezette Oost-Oekraïense regio Loehansk bivakkeert een lid van de Nachtwolven in een bezet schoolgebouw. Aan de muur hangt een vlag van de zelfverklaarde ‘Volksrepubliek Donetsk’.

In de hoofdstad van Montenegro, Podgorica, vieren leden van de Nachtwolven voor de Servisch-orthodoxe kerk de winst van pro-Russische partijen tijdens de parlementsverkiezingen van 2020.

Ook de Russisch-orthodoxe kerk speelt een grote rol buiten Rusland en staat in nauw contact met haar evenknieën op de Balkan. Sommige kerken worden direct gefinancierd door Rusland, andere spelen een belangrijke politieke rol. „De Servisch-orthodoxe kerk brengt de boodschap over dat ze samen met de Russisch-orthodoxe kerk een groot gezin vormen met hetzelfde geloof”, zegt Crom.

Bij verschillende etnische conflicten op de Balkan speelde de kerk de afgelopen jaren een rol als plek waar om gevochten werd of als boodschapper van provocerende taal. Crom: „De kerk is een toevluchtsoord voor extremisten en nationalisten.”

Nikolai dompelt zich onder in een heilig bad in het dorpje Hristovaia in Transnistrië, de afgescheiden Russisch sprekende deelregio van Moldavië. Het orthodoxe bad wordt beheerd door Russische pro-life-activisten.

In de door Rusland bezette Oost-Oekraïense regio Loehansk bidden vrouwen in een Russisch-orthodoxe kerk.

De Servische-orthodoxe kathedraal van de Heilige Sava in de Servische hoofdstad Belgrado is medegefinancierd door Rusland.

Lees het hele artikel