Ongeveer 50 procent van de menselijke levensduur is erfelijk bepaald, schrijft een internationaal team van onderzoekers donderdag in Science. Eerder werd geschat dat levensduur maximaal voor een kwart erfelijk is, maar deze schattingen hielden vaak geen rekening met doodsoorzaken van buitenaf, zoals ongelukken, infectieziekten en natuurrampen. Hierdoor bleef de rol van genen onderbelicht. Eenmaal gecorrigeerd voor deze doodsoorzaken, blijkt dat genen een twee keer zo grote rol spelen in levensduur en veroudering als tot nu toe werd aangenomen.
Voor onderzoek naar de erfelijkheid van levensduur, is tweelingonderzoek de gouden standaard, zegt Joris Deelen, universitair hoofddocent aan het Leiden Universitair Medisch Centrum en betrokken bij de studie. „Eeneiige tweelingen zijn genetisch identiek. Door te kijken naar verschillen in sterfte bij tweelingen die samen of apart opgroeien, kun je schatten wat de relatieve rol van erfelijkheid en omgeving is.”
Maar om dit soort schattingen goed te maken, moet je met een populatie werken die inmiddels overleden is. De cohorten die onderzoekers hiervoor kunnen gebruiken zijn daarom minstens een eeuw, soms zelfs honderdvijftig jaar oud, en daarin schuilt een methodologische valkuil, zegt Deelen. „Vanwege slechte hygiëne en leefomstandigheden stierven destijds veel mensen al op jonge leeftijd aan kinderziekten en infecties. Dit zijn doodsoorzaken waarvoor de kans op overlijden niet verandert met toenemende leeftijd, waardoor ze weinig zeggen over de erfelijkheid van levensduur. In eerdere studies naar dit onderwerp werd niet gekeken naar de doodsoorzaak, waardoor ze de rol van erfelijkheid schatten op 10 tot 25 procent: een systematische onderschatting.”
Het is niet vreemd dat de eerdere onderzoeken de doodsoorzaken buiten beschouwing lieten: in de meeste datasets zijn deze namelijk niet geregistreerd. Het onderzoeksteam ontwikkelde daarom nieuwe wiskundige modellen waarin schattingen van de verschillende doodsoorzaken meegenomen konden worden. Ze maakten daarbij een onderscheid tussen externe doodsoorzaken zoals ongelukken en infecties, en de doodsoorzaken die gedreven worden door het verouderingsproces, zoals niet-overdraagbare ziekten.
Toeval speelt grotere rol bij kanker
Uit data van bestaande databases bleek dat externe doodsoorzaken een constante factor vormen in de levensduur. Hierdoor is het mogelijk ze systematisch weg te rekenen uit bestaande tweelingstudies. Ze lieten hun model los op een Deense en een Zweedse studie en zagen dat er een sterker verband was tussen de levensduur van tweelingen die samen zijn opgegroeid. Een vergelijkbaar effect toonde zich toen ze de methode toepasten op een Amerikaanse database met broers en zussen van honderdjarigen. Wanneer ze de resultaten samenvoegden en vervolgens ook corrigeerden voor het uitsluiten van jongere sterfgevallen, zagen de onderzoekers dat rond de 50 procent van de levensduur genetisch bepaald is. Erfelijkheid lijkt vooral een belangrijke rol te spelen bij sterfte door cardiovasculaire ziekten en dementie, terwijl sterfte aan kanker juist meer afhankelijk is van toeval en omgevingsfactoren.
De uitkomst van het onderzoek staat haaks op de groeiende scepsis over de rol van genetica. Juist de afgelopen jaren heerst het idee dat genen weinig bijdragen aan veroudering, zegt Deelen. „Als iemand die onderzoek doet naar de genetica van veroudering, krijg ik regelmatig de vraag of dit überhaupt zinvol is. Maar de uitkomst van dit nieuwe onderzoek laat zien dat er genoeg reden is om hier wél onderzoek naar te doen.”
Wetenschappers die veroudering of ziekten bestuderen zullen de genetica een stuk serieuzer gaan nemen, stellen ook twee onafhankelijke redacteuren in Science in een commentaar op de studie. Daarnaast zouden leefstijlinterventies mogelijk minder effect hebben dan gedacht, schrijven ze. Maar volgens Deelen is het belangrijk om niet door te schieten in die gedachte. „Die andere 50 procent wordt nog steeds bepaald door je omgeving: door waar je woont, je levensstijl, of je rookt, en je toegang tot zorg. Je moet dus niet denken dat je geen invloed op je levensduur kan hebben.”
Ook laat het onderzoek zien dat het de moeite waard is om te zoeken naar genetische varianten die een fundamentele rol spelen in veroudering. Welke genen precies bijdragen aan een lange levensduur is nog grotendeels onbekend, zegt Deelen, maar hij hoopt dat zijn huidige onderzoek daar verandering in brengt. „In sommige families lijken mensen ‘genetisch verrijkt’ en blijven ze uitzonderlijk lang leven. Mogelijk komt dat deels door mutaties in bepaalde genen die ontstekingen en celveroudering tegengaan. Door te begrijpen hoe en waarom deze mensen gezond oud worden, zouden we dit effect met een leefstijlinterventie of medicijn kunnen nabootsen en er zo hopelijk voor kunnen zorgen dat ook andere mensen langer gezond kunnen leven.”
De journalistieke principes van NRC





/https://content.production.cdn.art19.com/images/49/a7/e6/58/49a7e658-56d8-481a-8298-0df39b14138f/ede948f1df4902547a7211fc8a2048ab9be9c39e707e81011415564adf140ca9e53dfbe25d68495199cfaea662344a046348025d071d9f72f470880dceb48866.jpeg)
/https://content.production.cdn.art19.com/images/12/cd/4d/77/12cd4d77-d80b-427a-8f01-9dfaba87df9a/7b9328d383a252661413d5e104a744ae24ae8c54eb9b7bf6aadf0e0cc54d2d0cee68e831dca70fb279815b03c4ac31defaf9c35365c9adffe1d675cd6484dc35.jpeg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/02/01132633/010226SPO_2031198901_AusOpen.jpg)

/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/02/02152854/020226MID_2031238624_WEB_HP_ILLU_Opgevoed_Martien-ter-Veen.jpg)
English (US) ·