Er wordt geschoten in Elsenborn, en dat is inmiddels normaal. Het Belgische dorpje van zo’n negenhonderd inwoners ligt in de plooien van Ardennentoppen Baraque Michel (678 meter) en Signal de Botrange (694 meter). De weg is hier een Straße: in de regio Ostbelgien is de voertaal niet Frans of Nederlands, maar Duits.
De bossen en heuvels rond het dorp zijn bekend bij militairen uit heel Europa, die er al decennia NAVO-oefeningen houden. Maar waar Elsenborn pas echt bekend om wil staan, is een heel ander type schieten. In 2022 opende hier het ‘Ostbelgien Langlauf und Biathlonzentrum’, de eerste en enige plek van België om aan biatlon te doen.
Zonder dat veel Belgen er erg in hadden, is België de afgelopen jaren opvallend goed geworden in biatlon. De sport is een combinatie van langlaufen en geweerschieten, uitdaging is vooral om na het skiën je ademhaling zodanig onder controle te krijgen dat je geconcentreerd kunt richten. Van de dertig sporters die deze Olympische Winterspelen België vertegenwoordigen, doen er acht aan biatlon. Drie olympiërs komen uit Ostbelgien, een regio van slechts 80.000 inwoners.
Deze vrijdag en zaterdag vinden de laatste biatlonwedstrijden plaats, de massastart (15 kilometer bij de mannen, 12,5 kilometer bij de vrouwen). Geen van de Belgen wist zich voor de massastart te kwalificeren. Dat daarover teleurstelling bestaat, dat hardop over podiumplaatsen werd gesproken, zien de Belgen überhaupt als winst.. Schaatser Bart Swings behaalde in 2022 vooralsnog de enige Belgische gouden medaille op de Winterspelen. Wat is, hoewel prematuur, het geheim van het succes van België in het biatlon?

Het langlaufcentrum in Elsenborg grenst aan een militaire basis.

Een monument in Elsenborn herinnert aan het Ardennenoffensief.
Giechelende klasgenoten
In Elsenborn weet de 16-jarige Andy Arens het wel. Biatlon is gewoon „heel cool”. Vijf jaar geleden, Arens voetbalde nog, probeerde hij eens biatlon uit – en was onmiddellijk verkocht. Inmiddels brengen zijn ouders de ietwat verlegen jongen en zijn tweelingbroer vier avonden per week van hun woonplaats Amel naar het trainingscentrum in Elsenborn, enkele Ardennenheuvels verderop. Daar stapt hij op z’n latten, hangt zijn geweer om (biatlonatleten hebben een licentie voor een speciaal type wapen) en skiet zijn olympische droom tegemoet. „Wie weet haal ik over vier jaar de Spelen.”
Vandaag staat Arens met hij zo’n vijftig klasgenoten van de middelbare school in Sankt Vith (nóg een paar Ardennenheuvels verder weg, ze arriveerden per touringcar), aan de start van de trainingspiste. De afstanden op de startboog kleuren zwart (2 kilometer), geel (4 km), groen (5 km), blauw (9 km) en rood (14 km) – de enige felle kleuren in een wereld van mist en sneeuw. Arens trekt zijn zwarte capuchon ver over zijn voorhoofd en slalomt langs giechelende klasgenoten.
Onder de startboog kijkt coach Pascal Langer hem glimlachend na. „Aan zijn bewegingen zie je zijn talent”, zegt hij over Andy Arens. De schoolklas oefent vandaag enkel langlaufen.

Verhuur van langlaufski’s in Elsenborn.

Leerlingen van het biatloninstituut.
De 47-jarige Langer,het opschrift ‘Team Belgium’ op de rug van zijn jas, gaat voor naar een stalen hek, enkele meters verderop, dat hij langzaam opzij schuift. De plek om te schieten. Aan het einde van een helling staan zestien panelen. Ieder paneel telt vijf vakjes, voor elk schot één. Bij biatlon wordt niet genoteerd hoeveel je raak schiet, maar hoe vaak je mist.
Langers voetstappen zijn de enige afdrukken in de sneeuw van de schietbaan. „Schieten kunnen we het hele jaar wel oefenen, als het zoveel sneeuwt als nu, oefenen we vooral langlaufen”, zegt Langer. Hij vervolgt naar een met hout afgewerkt kantinegebouw. Aan de wand hangt een blauwwit truitje met ‘Beijing 2022’ en de handtekening van biatlonatleet Thierry Langer („Geen directe familie, in Elsenborn is dit een veelvoorkomende naam”).
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/02/17175126/190226VER_2025784102_pascal.jpg)
Trainer Pascal Langer.
Foto Chris KeulenJarenlang werd enkel door het Belgisch leger aan biatlon gedaan. Dat veranderde in 2004, toen Pascal Langer en enkele ski-vrienden uit nieuwsgierigheid eens aan een wedstrijd in Duitsland deelnamen. Als je een zwart bolletje in het vizier krijgt, moet je schieten, kregen ze als instructie. Dat beviel goed. Langer was houthakker, in de winter had hij veel tijd om aan biatlon te besteden. Er kwamen deelnames aan internationale wedstrijden, en veel buitenlandse trainingssessies. Na tien jaar hield Langer het toch voor gezien, er kwamen kinderen, hij was „al 36”.
Net toen, in 2014, kwam Michael Rösch naar België. Voor Duitsland had Rösch nog olympisch goud gewonnen, maar hij werd daar niet meer geselecteerd. Rösch liet zich naturaliseren. In 2018 nam hij voor het eerst namens België deel aan de Winterspelen – van Pyeongchang. „Zijn komst gaf de sport veel zichtbaarheid, jongeren werden nieuwsgierig en wilden het ook weleens uitproberen”, zegt Langer. Later zou ook atleet Florent Claude Frankrijk voor België inruilen.
„Tegelijk was de biatlon federatie, professioneler geworden, zo kregen coaches voortaan betaald”, zegt Langer. Nadat hij de sport jarenlang via de (Duitse) televisie had gevolgd, werd Langer in 2021 gevraagd voor wat hij zijn „tweede biatlonavontuur” noemt: jeugdcoach worden. Langer traint jongeren in Elsenborn tot ze 18 jaar zijn, daarna vertrekken zij voor verdere opleiding naar Alpenlanden of Noorwegen.
Philippe Heck trad in 2014 aan als voorzitter van de Belgische biatlonbond. Met het aantrekken van buitenlandse sporters en sporters met een Belgische ouder, groeide de zichtbaarheid en werd biatlon almaar populairder, met name in Ostbelgien. „België is geen wintersportland, we moesten het publiek en sponsors overtuigen om ons te vertrouwen”, zegt Heck aan de telefoon.
Dat betekende ook: praten als Brugman om gebruik te mogen maken van de trainingsfaciliteiten en kennis van grote biatlonlanden als Frankrijk en Noorwegen. „We hebben geleerd hoe belangrijk het is om aansluiting te vinden door je als een wintersportland voor te doen”, zegt Heck. „Deze Spelen hoeven we niet op het podium, we mikken op de top tien.”
Dure sport
Het trainingscentrum in Elsenborn werd geopend dankzij lokale sponsors en de overheid. Toch leunt het Belgische biatlon zwaar op de subsidie die het ontvangt van de Internationale Biatlon Unie. „Zonder die kracht was dit allemaal niet mogelijk, zegt Hecke. In een gesprek met Sporza zegt atleet Florent Claude: „Het gaat goed, maar ook moeilijk, want de ploeg evolueert sneller dan de financiële middelen en de omkadering. Alles moet nu kunnen volgen om niet te verliezen wat er is opgebouwd.”
Een wapen, wapenlicentie, kogels, ski’s voor verschillende typen weer, materiaal om het hele jaar door zonder sneeuw te kunnen trainen, een biatleet is jaarlijks zomaar tienduizend euro kwijt, rekent coach Pascal Langer voor. De IBU sponsort het Belgische biatlon jaarlijks met XXXX euro.
„Recent hebben we nog een loopband gefinancierd voor het trainingscentrum in Elsenborn”, zegt Dagmara Gerasimuk telefonisch, een Poolse oud-biatlonatleet die nu directeur ontwikkeling bij de IBU is. „Het gaat me niet om die loopband, maar om het idee erachter. De Belgen hebben geen groot budget, maar hun bond is wel stabiel en ze hebben een duidelijke visie met heldere doelen. Inmiddels nemen ze deel aan al onze steunprogramma’s.”

De Belg Florent Claude deed mee aan de 12,5 kilometer achtervolging op de Winterspelen in Milaan-Cortina

De Belgische Maya Cloetens in actie tijdens de biatlon (15 kilometer) op de Winterspelen in Milaan-Cortina.
Nederland is ook IBU-lid. Ze wil Nederland niet bij naam noemen, maar Gerasimuk legt uit dat er soms landen zijn die wel atleten naar een IBU-trainingskamp sturen, maar dat die landen naderhand „geen vervolgplan” met die sporters hebben. Dat vindt ze zonde. Gerasimuk pleit voor kleine stapjes: eerst goede coaches, dan mikken op top-60, dan op top-30. „Wij hebben nu een gesprek over hoe je moet beginnen met biatlon”, zegt Gerasimuk. „Dat kost ons een half uur. Ik zou dit gesprek met ieder IBU-lid kunnen voeren.”
Gerasimuk is onder de indruk van wat België presteert. „Het maakt me trots dat ook niet-wintersportlanden goed kunnen worden in biatlon. België heeft dan geen podiumplaats gehaald, maar Bulgarije [een ander beginnend biatlonland] wel.”
In België is sport een bevoegdheid van de taalgemeenschappen. Dat betekent dat er naast een Vlaamse en een Franstalige, ook een Duitstalige sportminister naar de Olympische Spelen mocht: Gregor Freches. „Het was fantastisch om onze atleten voor 20.000 man publiek in actie te zien komen”, zegt hij bij terugkomst telefonisch. „Ostbelgien is maar klein, en heeft dus niet de sportbudgetten waarover Vlaanderen en Wallonië beschikken.”
Evenwel wordt het trainingscentrum in Elsenborn gesponsord, en krijgt atleet Thierry Langer een salaris van Ostbelgien. „Dat drie sporters uit Ostbelgien naar de Spelen gaan, maakt onze regio alleen al in België zelf meer zichtbaar, en dat is goed voor het toerisme”, zegt Freches.
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/02/17180043/190226VER_2025784102_sporter3.jpg)
Thierry Langer (midden) tijdens de 4×7.5-kilometer estafette in Milaan-Cortina
FOTO Mosa’ab Elshamy/AP


/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/02/19210827/190226CUL_2031725875_VanDamWEB.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/02/19234735/551226665.jpg)


/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/02/16160301/170226ECO_2031624912_2.jpg)

/https://content.production.cdn.art19.com/images/73/17/42/3b/7317423b-fef4-4607-9eed-85e6e654ec21/df469e4ff2eca00321c68f9fe7034b6930e984d1fede8e1e2dfce0e9d05854b8d419e05853a2f4df9b88d42f4fa5ff173393bf367c4a3484ab64cc33014ca51a.jpeg)

English (US) ·