In deze huizen wonen kunstenaars op leeftijd samen. ‘Ons motto is: een onsje kunst scheelt een kilo medicijn’

2 dagen geleden 3

Sinds een hersenbloeding is het spraakvermogen van Sander Janssen (70) aangetast. Zinnen vormen lukt niet meer. De oud-muziekproducent zit aan de eettafel van zijn appartement in het Ramses Shaffy Huis in Amsterdam en gebruikt slechts een klein aantal woorden die hij regelmatig herhaalt. Hoe het gaat? „Waardeloos.” Hoe zijn dag eruitziet? „Waardeloos.” Sociaal contact, zijn klachten, de dagen: vaak hetzelfde antwoord. 

Op de leren bank staan foto’s, onderscheidingen en gouden platen. Herinneringen aan een ander leven, toen hij nog een van de beste muziekproducenten van Nederland was. Hij werkte met bands als Acda en De Munnik en De Dijk en stond bekend om zijn uitzonderlijke gehoor. „Hij kon een stem zacht zetten zonder dat die verdween”, zegt zijn mantelzorger, muzikant Jan-Piet den Tex. „Je hoorde alles, elk woord, hoe zacht ook.” Janssen heeft meerdere nummers van Den Tex geproduceerd. Nog steeds zorgt hij regelmatig voor zijn oude vriend.

Inmiddels ligt dat kunstenaarsleven achter Janssen: na een hersenbloeding en een auto-ongeluk is hij deels verlamd en kan hij geen muziek meer maken. Toch zijn er in het Ramses Shaffy Huis momenten waarop iets van zijn oude passie terugkeert. In het kunstenaarshuis wonen sinds 2016 oudere en jongere kunstenaars samen. In de gemeenschappelijke ruimtes zijn geregeld concerten en tentoonstellingen. Den Tex organiseerde er vorig jaar een programma rond Americana, een verzamelnaam voor moderne muziek met invloeden uit genres als country, folk en soul.

Beeldend kunstenaars maakten werk bij het thema, er werden verhalen verteld en ’s avonds was er een optreden. Het huis zat vol. Janssen zat vooraan, met een blikje bier in zijn hand.

Voor Den Tex zijn dat de momenten waarop Janssen weer even de man wordt die hij was. „Dan is hij het zonnetje in huis”, zegt hij. „Maar je moet hem er wel een beetje aansporen.”

Geen bingo, maar muziek en dans

Het Ramses Shaffy Huis is een initiatief van Ed Cools (72) en Siep de Haan (66), en ontstond toen chansonnier Ramses Shaffy aan het einde van zijn leven zorg nodig had. Zijn goede vriendin, zangeres Liesbeth List zocht een plek voor hem: het Dr. Sarphatihuis in de Roeterstraat, waar Cools destijds directeur was. Maar het woord ‘verpleeghuis’ stond Shaffy tegen. „Zeg dan maar dat het een hotel is”, stelde ze voor.

Shaffy geloofde dat meteen. Hij zag het water, het atrium, de piano. „Hij dacht echt dat hij in een hotel woonde”, zegt Cools. „Als hij me in de gang tegenkwam, liep hij soms snel door. Hij bleek bang dat hij de rekening zou krijgen.”

In die periode, ruim tien jaar geleden, besloten Cools en De Haan een nieuw huis voor kunstenaars op te richten, waar jong en oud door elkaar wonen. Tien jaar geleden werd het huis, aan de Piet Heinkade in Amsterdam, een realiteit. Ze richtten de Stichting Kunstenaarshuizen Amsterdam op en regelden fondsen voor de financiering. Van woningcorporatie Stadsgenoot mochten ze huren.

Kunstenares Ceciel van Delft bij haar tentoonstelling in het Ramses Shaffy Huis.

Foto Simon Lenskens

Inmiddels wonen verschillende kunstenaars in de sociale huurwoningen in het huis. In het huis woont een mix aan beeldend kunstenaars, muzikanten, schrijvers en fotografen. Vereist is dat ze ‘aantoonbaar kunstenaar zijn’ en werk hebben om te laten zien. De meeste bewoners zijn nog steeds praktiserend kunstenaar. Ook jonge kunstenaars zijn welkom, zolang ze onder de 28 zijn en afgestudeerd zijn aan de kunstacademie. Door Bureau Broedplaatsen in Amsterdam worden ze geselecteerd. „De jongeren houden het levendig”, zegt de Haan daarover. „Ons motto is vooral: een onsje kunst scheelt een kilo medicijn”, zegt Cools. „We spelen geen bingo. We maken muziek, dansen en lezen samen.”

Optredens zorgen voor familiebezoek

In het Ramses Shaffy Huis is geen ruimte voor zware zorg. Voor Janssen betekent dat dat hij er niet kan blijven wonen. Toch willen hij en zijn mantelzorger de momenten die hij er beleeft niet missen. Een regulier verpleeghuis zou een harde breuk betekenen met zijn kunstenaarsleven.

Om die breuk te voorkomen opende op 16 februari het Liesbeth List Huis in Amsterdam. Zorggroep Amsterdam Oost, dat al vanaf het begin betrokken was bij de organisatie van creatieve dagbesteding in het Ramses Shaffy Huis, ontwikkelde het woonconcept samen met Stichting Kunstenaarshuizen Amsterdam en wooncorporatie Stadsgenoot. Het is bedoeld voor kunstenaars met een zware zorgvraag, die niet alleen verzorging nodig hebben, maar ook een omgeving waarin hun manier van leven herkenbaar blijft. Omdat het Liesbeth List Huis pas geopend is, is er nog geen wachtrij, zegt Cools. „Maar ook dat zal waarschijnlijk snel veranderen.”

Op de begane grond is een sociëteit voor optredens en exposities, en ’s avonds wordt er samen gegeten. „De creatieve activiteiten maken het leuker voor familie om langs te komen”, zegt De Haan. „Dat verkleint de kans dat mensen vereenzamen.”

Prof Dr. Tineke Abma, hoogleraar Kunst en Zorg aan de Erasmus Universiteit, is al meer dan tien jaar ambassadeur van het Ramses Shaffy Huis. Ze ziet ook het Liesbeth List Huis als een goede ontwikkeling. „Concerten, festivals en exposities trekken ook bezoekers van buitenaf.” Abma wijst op verschillende onderzoeken waaruit gebleken is dat elke euro die je in kunst investeert – of het nu muziek, dans, toneel of beeldende kunst is -, het dubbele oplevert. „Mensen maken minder zorgkosten en zorgpersoneel ervaart meer werkplezier.”

Kunstenaarshuizen in Nederland

In heel Nederland zijn tientallen kunstenaarshuizen, woon-werkprojecten en broedplaatsen met woonplekken. In het Rosa Spier Huis in Laren wonen jonge en oude kunstenaars door elkaar, in Mariëngaarde in Tilburg wonen kunstenaars en kunstminnende ouderen samen.

De belangstelling is groot; honderden staan op wachtlijsten. De wachtlijst van het Ramses Shaffy Huis telt meer dan tweehonderd kunstenaars. „We hebben weinig doorstroom”, zegt Cools daarover. „Niemand wil hier weg.”

Bestuursleden Ed Cools en Siep de Haan voor het Ramses Shaffy Huis

Foto Simon Lenskens

Het verbaast Abma niet dat die wachtlijsten zo lang zijn. „Dat is in veel kunstenaarshuizen zo”, zegt ze. „Kunstenaars werken niet van negen tot vijf en gaan niet met pensioen. Hun creativiteit is verbonden met wie ze zijn. Dat verdwijnt niet als iemand de AOW-leeftijd bereikt. Het is logisch dat ze op latere leeftijd willen samenwonen met anderen die hen inspireren.”

Tegelijkertijd ziet zij een bredere ontwikkeling. „De Nederlandse ouderenzorg is lang op een uniforme manier georganiseerd, alsof iedere oudere hetzelfde is. Dat is natuurlijk niet zo. Mensen hebben verschillende levens geleid en dus verschillende behoeften. Er wordt steeds meer nagedacht over die diversiteit.” Ze wijst op woongroepen voor ouderen met een migratieachtergrond die de afgelopen decennia zijn ontstaan.

Geen ruimte voor een atelier

Ook in Mariëngaarde, een voormalig pension in Tilburg, wonen kunstenaars samen. Tien jaar geleden werd het L-vormige rijksmonument door woningcorporatie TBV Wonen getransformeerd tot een woon-werkomgeving met appartementen, ateliers en ontmoetingsruimten. In de kapel zijn wekelijks voorstellingen en concerten.

„Je moet vooral opschrijven dat het hier heel erg leuk is”, zegt bewoner Lotte van den Assum (72). In haar appartement zijn drie kunstenaars op bezoek. Een van hen is muzikante Cécile Bogaerts (72), die er al sinds de oprichting woont. „In een verpleeghuis heb je geen ruimte voor een atelier of om muziek te maken”, zegt ze. „En met mijn klavecimbel ga ik in een gewone huurwoning ook niet terechtkunnen. Dat geeft te veel geluidsoverlast.”

Keramist Marja Hooft (78) herkent dat. „Je hebt vaak geen ruimte voor een atelier in een huurwoning of verpleeghuis.” In haar atelier staan blauw-witte objecten opgestapeld: op tafels, langs de muren, in rekken. Ze werkt al haar hele leven met klei, maar heeft inmiddels de ziekte van Parkinson. Haar energie is beperkt. „Twee uur werken is nu al veel”, zegt ze. Ook het verplaatsen van de klei is zwaar. Maar stoppen doet ze niet. „Het is wie ik ben. Het is mijn vak.”

Even later komt jazzmuzikant Kees Peters (80) binnen. Hij woont er nog niet lang, maar trad er onlangs voor het eerst op met wat hij zelf ‘ritselinstrumenten’ noemt. Na afloop kwamen bewoners naar hem toe met ideeën. „In een gewone woonwijk weet je misschien iets van je buren”, zegt hij. „Maar ze vragen je niet of je mee wil spelen in hun volgende optreden.”

In het Amsterdamse Ramses Shaffy Huis rijdt Janssen voorlopig nog rond in zijn rolstoel. Hij heeft een tillift nodig die hem uit bed kan helpen, maar die is nog niet geleverd. De verhuizing naar het Liesbeth List Huis laat daardoor nog op zich wachten. „Waardeloos”, zegt hij. Hij wijst naar foto’s van vroeger, toen hij muziek produceerde met vrienden. „Anders. Nu waardeloos. Saai.”

Pas als hij, aan het einde van het gesprek, zijn keyboard laat zien, klaart zijn gezicht op. Hij wijst naar de toetsen waar hij muziek mee produceerde. Het keyboard staat nu rechtop tegen een tafel in zijn studeerkamer. „Geweldig”, zegt hij daarover. „Muziek altijd.”

Lees het hele artikel