Eszter Fodor (52) krijgt tranen in haar ogen bij de vraag wat Péter Magyar, leider van oppositiepartij Tisza en de tegenstander van premier Viktor Orbán, als eerste moet veranderen als hij de parlementsverkiezingen wint op 12 april. „Hij moet de relatie met andere landen herstellen. We zijn een klein land, we moeten het hebben van onze reputatie en die heeft Orbán verpest. Als Magyar wint kunnen Hongaarse jongeren terugkeren naar hun land. Mijn nicht woont nu in Amsterdam, maar ze komt terug als Tisza wint.” Fodor loopt met haar bejaarde ouders mee in de mars van Tisza, ze wilden er per se bij zijn.
Zondag was in Hongarije een nationale feestdag om de revolutie van 1848 te herdenken. Het was ook de dag van een dubbele verkiezingsmars in Boedapest. De ochtend was voor regeringspartij Fidesz, de middag voor Tisza. Tienduizenden aanhangers van beide partijen – precieze aantallen zijn nog niet te geven, maar het aantal Tisza-deelnemers leek groter – liepen langs verschillende routes door het stadscentrum, allebei eindigend op een historisch betekenisvol plein met een toespraak van de partijleider. De lucht was blauw, de zon was fel, de sfeer was goed.
Lees ook
‘Als Magyar wint is de Hongaarse democratie niet in één klap hersteld, maar het is wel de eerste stap in die richting’
‘Waar zijn de Habsburgers?’
Wie van de ene naar de andere mars loopt, ziet heel even geen verschil. Heel veel mensen met heel veel Hongaarse vlaggen, met plaatsnamen in de middelste witte baan. Bij beide marsen dragen mensen een kleurig rozet, symbool van 15 maart 1848, een gekoesterd keerpunt in de nationale geschiedenis.
Wie beter kijkt, ziet de verschillen. Bij de Tisza-mars zijn meer jonge mensen, meer kinderen, meer mensen die er ‘stads’ uitzien. De muziek is vrolijk.
Bij de Fidesz-mars is meer politie op de been, en leden van het vanwege geweldgebruik omstreden beveiligingsbedrijf Valton. Veel Fidesz-deelnemers zijn met bussen naar de hoofdstad gebracht, bevestigt chauffeur László, wachtend in een van de vele bussen die net buiten de route geparkeerd staan. „Ik weet niet wie de bussen heeft besteld. Normaal zien we dat op het formulier, nu stond er niets op.”
Viktor Orbán verwijst in zijn toespraak op het Kossuthplein, achter het monumentale parlementsgebouw, veel naar het Hongaarse verleden. De revolutie van 1848, met als inzet meer autonomie binnen het Oostenrijkse keizerrijk, werd neergeslagen, net als die in 1956 tegen de Sovjet-Unie. „Maar waar zijn ze, de Habsburgers, de Ottomanen, de nazi’s, de Sovjets? Zij zijn er niet meer, en wij zijn hier!” De retoriek sluit aan bij een van de nationale mythes van Hongarije, die van de natie die buitenlandse aanvallen ondergaat maar altijd weet te overleven.
In een land waar het onderwijs doordrenkt is van nationale geschiedenis en cultuur, klinkt het verleden door in de huidige politiek. Orbán is daar goed in. Magyar, vertrouwd met Fidesz-propaganda omdat hij daar in een eerder leven aan verbonden was, kan dat echter ook. Orbán opent zijn toespraak met de beroemde 12 punten van de revolutionairen van 1848. Maar het eerste punt is persvrijheid en afschaffing van censuur, iets dat eerder past bij Magyar dan bij Orbán. Zo kan Magyar eveneens het nationale verleden inzetten, zoals hij ook het gebruik van de vlag heroverde op Orbán. Beide partijen gebruiken dichtregels van Sándor Petöfi, een van de helden van 1848.
Als Magyar wint, gaan de grenzen open en komen de migranten binnen
Orbán maakt een wat vermoeide indruk, zijn toespraak is niet opzwepend. Hij spreekt nauwelijks over binnenlandse politiek. Het dominante thema in zijn verhaal is het centrale onderwerp van de Fidesz-campagne: Oekraïne. Hongarije moet buiten de oorlog blijven en zich teweer stellen tegen de „oorlogshitsers” in Brussel en Kyiv. Orbán: „Onze jongens zullen niet voor Oekraïne sterven, zij zullen voor Hongarije leven.” Na de toezegging dat Oekraïne nooit lid zal worden van de EU zolang hij aan de macht is, volgt applaus van de menigte. De vermeende blokkade door Oekraïne van Russische olie via de Droezjba-pijpleiding noemt hij „provocatie en chantage”. De Hongaarse blokkade van een EU-lening van 90 miljard euro aan Oekraïne, vanwege de Droezjba-pijpleiding, laat Orbán onvermeld.
Orbán leeft van het vijandbeeld. Boedapest hangt vol met affiches van Fidesz die niet Orbán laten zien, maar zijn vermeende vijanden. Een veel voorkomend affiche toont Péter Magyar, geflankeerd door de Oekraïense president Volodymyr Zelensky en Europese Commissie-voorzitter Ursula von der Leyen, met de tekst „Fidesz, de veilige keuze. Zij zijn het risico”. Een ander affiche toont een lachende Zelensky, met de tekst „Laat Zelensky niet als laatste lachen”. Fidesz-affiches zijn soms beklad met de leus „01G”, wat staat voor „Orbán is een zaadcel”, een uitspraak van een Fidesz-afvallige die de partij verliet toen Orbán toenadering zocht tot Poetin.
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/03/15125830/150326BUI_2032152569_Hongarije07.jpg)
Verkiezingsaffiche van Fidesz, met Péter Magyar tussen de Oekraëinse president Zelensky en EU-Commissievoorzitter Von der Leyen.
Foto Denes Erdos/APAanhangers van Fidesz op de Margarethabrug, lopend van Boeda naar Pest, omarmen het vijandbeeld. Hirtemanné Szajka Judit (60) weet het zeker: „Als Magyar wint, gaan de grenzen open en komen de migranten binnen. En Hongaren moeten dan gaan vechten in Oekraïne.” Ze denkt ook dat de fiscale voordelen die Orbán heeft ingevoerd voor moeders en jongeren zullen verdwijnen. De populariteit van Magyar vindt ze onverklaarbaar. Als voormalig onderwijzer denkt ze dat het onderwijs te liberaal en ouders hun kinderen niet goed opvoeden. Ze maakt zich geen zorgen over de verkiezingsuitslag: „Viktor gaat winnen, met twee derde meerderheid.”
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/03/15192137/150326BUI_2032152569_oppositie.jpg)
Oppositieleider Peter Magyar (met vlag) leidt de andere mars in Boedapest.
Foto BOGLARKA BODNAR/ANP/EPAMagyar spreekt over zorg, onderwijs en de EU
Tisza-aanhangers zijn voorzichtig in hun verwachtingen over de verkiezingsuitslag. De in peilingen voorspelde riante zege voor Tisza durven ze niet te geloven, ze voorzien eerder een krappe overwinning. In een twee derde meerderheid, nodig om grondwettelijke wijzigingen door te voeren, geloven ze zeker niet. Ze hopen alleen dat Fidesz de twee derde meerderheid, en daarmee de macht in het parlement, kwijtraakt.
Rechtenstudent Benjamin Kovács (20) komt met zijn moeder uit de oostelijke stad Debrecen, tweeënhalf uur met de trein, naar Boedapest om voor Tisza te demonstreren. Zijn hoop is vooral dat Magyar de slechte staat van de gezondheidszorg zal aanpakken. „Wij geven binnen de EU het minste overheidsgeld uit aan zorg. De ziekenhuizen zitten in oude gebouwen, de wachtlijsten zijn heel lang.”
Die vijandige sfeer jegens Brussel en Kyiv moet verdwijnen. Wij horen bij de EU en de NAVO
Zorg en onderwijs zijn terugkerende onderwerpen in gesprek met Tisza-aanhangers. Ook de wens om de relatie met de EU te verbeteren klinkt vaak. Jenei Györgyné (69): „Die vijandige sfeer jegens Brussel en Kyiv moet verdwijnen. Wij horen bij de EU en de NAVO.” Dat Magyar een Fidesz-verleden heeft vinden ze juist een voordeel. De 23-jarige Kitti („Liever geen achternaam, ik werk bij de overheid”): „Hij is genuanceerd, hij zal niet alles van Fidesz meteen weggooien. Als er iets goeds tussen zit, kan hij dat beleid behouden.”
In zijn toespraak op het Heldenplein, aan de voet van het Millenniummonument, bevestigt Magyar aan het einde van de middag de verwachtingen van zijn kiezers. Hij zal veel geld vrijmaken voor zorg en onderwijs, belooft hij, en de banden met de EU aanhalen. „Ons land maakt deel uit van het Westen, de Europese gemeenschap en de NAVO.” Hij verwijt Orbán, die juist hamert op de Hongaarse soevereiniteit, dat hij Russische inlichtingendiensten inzet tegen Hongaarse burgers. Recent duiken meer bewijzen op voor Russische inmenging in de Hongaarse verkiezingen, via desinformatie op sociale media.
Magyar hoedt zich voor uitspraken over delicate onderwerpen als de oorlog in Oekraïne, lhbti-rechten of discriminatie van Roma. Daarmee kan hij conservatieve kiezers verliezen en Orbán aan munitie helpen. Liever spreekt hij over de strijd tegen corruptie en het recht van burgers op goede zorg en onderwijs. Tot aan de verkiezingen wordt spannend, bevestigt de uitdager van Orbán. „Als jullie mij volgen gaan we samen deze 28 dagen en 28 nachten tegemoet. We staan aan de drempel van de overwinning. Achter deze deur gaan we samen stap voor stap het land herbouwen.”
Met medewerking van Bálint Kiers


/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/03/15191204/150326VER_2032304567_.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/03/15185420/150326DEN_2032304392_.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/03/15132906/150326DEN_2032209242_Wilders02.jpg)


/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/03/14131255/140326BUI_2032294911_LibanonHulp2.jpg)
/https://content.production.cdn.art19.com/images/0e/83/67/b6/0e8367b6-bad8-453f-b995-4c4c7b0d207a/8a7d6bca5ec651bb7941a1d034938c0b9f2edb82615f9e6ae5954db7c1083556fbb4f050edd1fe5cbbc7bd9adb829b6477cc116dfa9d00fbbee0d248ca770abd.jpeg)


English (US) ·