In tachtig dagen reizen een weduwe en een knecht naar de vrijheid, in deze Jules Verne-bewerking

2 uren geleden 2

Hoe geef je een boek uit 1873 een nieuw leven? Dit vroeg historicus en non-fictieschrijver Adwin de Kluyver zich af toen hij Jules Vernes Reis om de wereld in tachtig dagen opnieuw de wereld in wilde sturen. Het wereldberoemde boek over de excentrieke Engelsman Phileas Fogg, die een weddenschap afsluit dat hij de wereld in tachtig dagen kan rondreizen, had zich sinds hij het had gelezen in zijn hoofd genesteld. Maar hoe onweerstaanbaar het voortdenderende avontuur nog altijd is, Vernes kijk op de wereld is negentiende-eeuws. De aardbol is het speelveld van koloniale mogendheden en witte mannen die geloven in de grenzeloosheid van de techniek. De klassenmaatschappij is de absolute norm. En de stemmen van arbeiders en vrouwen worden niet gehoord.  

Maar De Kluyver heeft zich daar niet door laten weerhouden. Passend in de trend om klassiekers te herschrijven vanuit een postkoloniaal perspectief, besloot hij de deemoedige, jonge Indiaanse weduwe Aouda die door Fogg wordt gered van een weduweverbranding (sati) de hoofdrol te geven, samen met Passepartout, Foggs trouwe, vrolijke en impulsieve knecht van Franse komaf. Zo veranderde Vernes Reis om de wereld in tachtig dagen in het jeugdboek Aouda & Passepartout; Reis naar de vrijheid in tachtig dagen.

Exotische oorden

Gelukkig blijft De Kluyver de oorspronkelijke verhaallijn en optimistische sfeer van de avonturenroman bewonderenswaardig trouw. Ja, hij husselt de opeenvolging van dagen wat door elkaar, zodat hij Aouda en Passepartout direct als volwaardige karakters kan introduceren. Centraal staan wel nog steeds de wedren met de tijd van Fogg en zijn metgezellen, de strakke dienstregeling van boten en treinen die moordend is, de achtervolging van detective Fix, die Fogg van een bankroof in Londen verdenkt, en alle exotische oorden en gebeurtenissen die tijdens de reis langskomen. Bovendien blijkt De Kluyver een rasverteller. Hij schrijft soepel, zintuiglijk en in een meeslepend ritme. Zo razen Foggs eerste reisdagen voorbij als „een wervelwind van kaarten, stoom, bonkende wielen, fluitjes en formulieren […] van station naar haven, van haven naar schip […]. Alsof de reis een wiskundesom was die moest worden opgelost.”

Hier en daar had de beeldspraak minder gemogen. Dat doet echter niet af aan het feit dat De Kluyver zijn personages en alle reisplekken in enkele pennenstreken overtuigend en historisch juist neerzet. Sterk bijvoorbeeld zijn Aouda’s observaties als het gezelschap na India en de Verre Oriënt voet aan wal zet in San Francisco. „Alles was gebouwd met haast en hoop, en nu al overwoekerd door stof, teleurstelling en wantrouwen”, ziet Aouda. „Er hing een stank van alcohol, zweet en opgezweepte woede.”  En „op kartonnen borden stond THE CHINESE MUST GO”, wat verwijst naar de gewelddadige opstanden in San Francisco tegen Chinese migranten, die in 1882 resulteerden in de Chinese Exclusion Act, Amerika’s eerste discriminerende immigratiewet.

Dat juist Aouda en Passepartout oog hebben voor de sociale misstanden van weleer (van vrouwenrechten tot de onderdrukking van inheemse Amerikanen in de Midwest), komt door het geloofwaardige verleden dat De Kluyver hun gaf. Aouda komt oorspronkelijk uit een welgestelde familie, ze is ontwikkeld en nieuwsgierig: al op school begreep ze niet waarom vrouwen „dienend, zorgend, en buigend” door het leven moeten. En Passepartout blijkt een vluchteling die hartstochtelijk deelnam aan de Commune van Parijs, de revolutionaire volksopstand en socialistische arbeidersregering uit 1871.

Oprechte, emancipatoire twist

Die persoonlijke geschiedenissen weeft De Kluyver handig door het avonturenverhaal dat daardoor een oprechte, emancipatoire twist krijgt. Raak bijvoorbeeld is Aouda’s subtiele verzet tegen Foggs aardig bedoelde maar paternalistische houding, die „als een net te strak geknoopte strik voelde”. Ook Passepartouts weerstand spreekt boekdelen. Als op de terugtocht naar Londen brandstoftekort dreigt, zegt hij: „Ik wil geen brandhout hakken voor een droom die niet de mijne is”. Wanneer Fogg uiteindelijk begrijpt dat er „meer is om voor te vechten dan een weddenschap en een klok”, nemen Passepartout en Aouda het roer over. Ze zetten koers naar de dichtstbijzijnde haven en daarmee naar hun vrijheid. Zo’n expliciete, concluderende moraal is niet helemaal conform Vernes stijl. Maar dat doet geen afbreuk aan het enorme vertelplezier waarmee De Kluyver diens klassieker nieuw leven heeft ingeblazen.

Lees het hele artikel