Honden die een kruising zijn tussen een poedel en een ander soort rashond hebben vaker gedragsproblemen dan hun voorouder-rashonden. Poedelkruisingen zijn angstiger, bijteriger, stressgevoeliger, minder goed te trainen.
Dat blijkt uit een nieuw, groot Brits onderzoek, vorige maand gepubliceerd in PLOS One, waarin 9.402 baasjes over hun hond werden ondervraagd. Voor bijna twee derde waren die honden raszuivere poedels, labradors, cockerspaniëls en cavalier-kingcharlesspaniël. Ruim een derde bestond uit poedel-rashondkruisingen: labradoodles, cockapoos en cavapoos. Designerhonden worden die rashondkruisingen ook wel genoemd, en ze zijn momenteel erg populair.
Onderzoekers van de faculteit Diergeneeskunde in Utrecht publiceerden vorig jaar ook al een artikel over problematisch gedrag bij poedelkruisingen, in Veterinary Record Case Reports – heel toevallig! Of misschien is het geen toeval. Gedragsproblemen lijken regelmatig voor te komen bij poedelkruisingen.
„In onze gedragskliniek zien we buitensporig veel designerhonden”, zegt universitair docent en hondentherapeut Ineke van Herwijnen van de Universiteit Utrecht, een van de auteurs. „Ik denk dat 10 tot 20 procent van de honden die we hier krijgen poedelkruisingen zijn. En wij zien alleen het topje van de ijsberg.” Alleen de ergste problemen met honden van de meest betrokken baasjes, die geld en tijd in hun dier willen en kunnen steken. „Maar veel mensen beginnen eraan omdat ze gehoord hebben dat het zulke makkelijke, lieve honden zijn, waarbij je niet veel tijd in de opvoeding hoeft te steken, en die goed in een gezin passen.”
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/04/15111752/220426WET_2032711990_labradoodle2.jpg)
Van labradoodles wordt gezegd dat het „makkelijke, lieve honden” zijn.
Foto Getty ImagesHet artikel van Van Herwijnen en collega’s bevat uitgebreide beschrijvingen van de achtergrond, diagnose, behandeling, uitkomst en follow-up van twee honden die wegens problemen naar de gedragskliniek waren doorverwezen. „Zo’n artikel met gevalsbeschrijvingen schrijf je”, zegt Van Herwijnen, „omdat je hoopt dat mensen wakker worden en dat er dan breder onderzoek wordt gedaan.”
De beschrijvingen lezen als een akelige waarschuwing. De baasjes van een één jaar oude labradoodle brachten hun hond naar de gedragskliniek omdat hij steeds zijn bazin beet, prikkelgevoelig en angstig was, en amper trainbaar. En de baasjes van een anderhalf jaar oude cockapoo was verteld dat ze een makkelijk dier in huis haalden voor mensen die nooit eerder een hond hadden gehad, maar in de praktijk bleek het arme dier doodsbang en bijterig, en training hielp niet.
Deze beide honden bleken ook lichamelijke problemen te hebben: de labradoodle had onder meer een heupafwijking, zoals labradors ook relatief vaak hebben, en de cockapoo onder meer terugkerende pijnlijke oorontstekingen en problemen met vitamine B12-opname. De cockapoo werd uiteindelijk zelfs geëuthanaseerd, tot verdriet van baasjes en behandelaars, omdat verwacht werd dat zijn kwaliteit van leven erg slecht zou blijven. De Britse onderzoekers hadden in een eerdere publicatie al laten zien dat poedelkruisingen niet vaker medische problemen hebben dan hun voorouderrassen – maar helaas ook niet minder vaak, terwijl mensen dat misschien wel verwachten bij een niet-raszuivere hond.
Ik denk dat bij ons in de gedragskliniek de cockapoos ook wat minder goed uit de bus komen dan de labradoodles
En gedragsproblemen hebben de designerhonden dus vaker. Cockapoos en cavapoos hadden in het Britse onderzoek meer gedragsproblemen dan hun beide voorouderrassen; labradoodles waren weliswaar minder agressief en minder angstig dan poedels, maar wel angstiger, prikkelgevoeliger en minder trainbaar dan labradors.
„Ik denk dat bij ons in de gedragskliniek de cockapoos ook wat minder goed uit de bus komen dan de labradoodles”, zegt Van Herwijnen daarover. „De voorouderrassen zijn jachthonden, maar labradors zijn wel al wat langer geselecteerd als gezinshond.” Toch ziet ze ook regelmatig labradoodles met gedragsproblemen. „Ik maak me geen zorgen dat het niet klopt dat designerhonden meer gedragsproblemen hebben”, zegt ze. „Het is eerder nog erger.”
Er zijn minstens vier mogelijke oorzaken voor het relatief grote aandeel designerhonden onder de honden met gedragsproblemen. Om te beginnen kan het zijn dat er momenteel gewoon veel poedelkruisingen rondlopen. In Nederland vooral labradoodles, denkt Van Herwijnen. Maar hoeveel designerhonden er precies zijn, is onbekend. Labradoodles en andere poedelkruisingen zijn nog niet als officieel ras erkend; er bestaat geen labradoodle-stamboek. En honden moeten wel gechipt zijn, dat is sinds 2013 verplicht, maar toch is niet elke hond dat. „Een hond kan ongechipt uit het buitenland zijn gehaald, één hond kan in meerdere databases staan, een deel voldoet gewoon niet aan de plicht”, zegt Van Herwijnen. „We zouden er zicht op moeten hebben, maar dat valt in de praktijk tegen.”
Het kan ook zijn dat er een erfelijke basis is voor de gedragsproblemen, bij misschien een deel van de honden. Designerhonden zijn geen uitgekristalliseerd ras. „Als je langer doorfokt met een ras”, zegt Van Herwijnen, „krijg je uiteindelijk meer ziektes en ellende, maar je krijgt ook een gelijkvormiger karakter.” Plotseling opduikende ongewenste eigenschappen zijn er nu nog niet systematisch uitgefokt. „Het merendeel is zo leuk dat we ze in de gedragskliniek niet zien, maar een hond die snel over de kook is, dat opwindingsgedrag, dat bijten, dat is zó moeilijk aanpasbaar. Dat krijg je niet goed geremd. Dan wordt het een hele kluif voor gezin en hond om samen verder te kunnen.”
En veel poedelkruisingen zijn combinaties van jachthondenrassen, zegt Van Herwijnen nog maar eens. „Labradors, poedels, spaniëls: allemaal jachthonden. Daar moet je elke dag twee uur actief mee zijn. Je moet dus ook goed kijken: past dat wel bij je?”
We zien veel gevoelens van schuld en schaamte bij eigenaren van honden die in de gedragskliniek komen
De derde mogelijke oorzaak is dan ook een mismatch tussen hond en baasjes. „Als mensen een hond verwachten die je niet hoeft op te voeden en die meteen goed in een gezin met kinderen past, dan is dat niet reëel.” In het Britse onderzoek bleken de baasjes van designerhonden ook vaker onervaren dan de rashondenbaasjes: de designerhond was vaker hun eerste hond en de baasjes gebruikten vaker sociale media en vrienden als bron van informatie over gedrag en training van de hond, niet-professionele bronnen dus. „Het zijn denk ik vaak jonge mensen die elkaar aansteken”, zegt Van Herwijnen. „Mensen zien zo’n hondje, vinden het leuk en willen het ook. En beginnen dan met verkeerde verwachtingen aan een hond.” Dan kan het een heel verdrietig verhaal worden. „We zien veel gevoelens van schuld en schaamte bij eigenaren van honden die in de gedragskliniek komen: ‘ik doe het verkeerd’, ‘waarom gaat het toch mis?’”
En tot slot: poedelkruisingen zijn nu zo populair dat sommige fokkers misschien vooral op uiterlijk selecteren en minder op gezondheid en gedrag – én een deel van de fokkers zal meer gericht zijn op het geld dat ermee te verdienen valt dan met het welzijn van de honden. „Het kan zijn dat veel puppy’s uit situaties komen die minder optimaal zijn als je aan je leven start”, formuleert Van Herwijnen het diplomatiek. „Dat zag je ook in onze gevalsbeschrijvingen.”
De moederhond van de cockapoo in het artikel werd meteen weggehaald door de fokker toen de nieuwe baasjes hun pup kwamen bekijken, en het dier kwam ook niet bepaald relaxt over. „Die heeft niet optimaal voor de puppy’s kunnen zorgen. Als de moeder rustig kan zogen, de puppy’s warm kan houden, hebben die minder stress. Maar je ziet vaker dat als mensen honden fokken voor geld, dat de moederhond dan snel van de puppy’s wordt afgehaald, want dan kun je weer met haar doorfokken.” Maar daar kweek je dus onrustige pups mee.
Er is te weinig toezicht op fokkers, vindt Van Herwijnen. „Als je morgen wilt beginnen met hondjes fokken, dan kan dat. Dus zoek je een hond, neem dan de tijd om een betrouwbare fokker te vinden, die de hondjes bij zich in huis heeft, die de moederhond in alle rust voor haar pups laat zorgen, en die jou ook kritische vragen stelt.”
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/04/03102351/090426WET_2032711990_1.jpg)
Een cavapoo in een auto.
Foto Getty Images

/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/04/27165955/270426CUL_2033278699_zonderZwartrandje.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/04/26100830/270426ECO_2033137402_5.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/04/27132459/270426VER_2032452084_dokkum3.jpg)

/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/04/23115731/240426WET_2033112099_1.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/04/22085332/240426WEE_2032887323_1.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/04/17133851/220426OND_2032415336_WEB_ILLU_Cover_Mensensmokkel_Ming-Ong.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/04/24161507/240426VER_2033288012_schuw.jpg)

English (US) ·