De boodschap van hun boek was niet mals: opleiding is „de nieuwe verzuiling”. Diploma’s zijn een must voor bijna elke politieke loopbaan. Universitair opgeleiden beheersen het openbaar bestuur en de politiek, sociale en geografische segregatie tekent zich af – met politieke consequenties.
In een nieuwe, herziene editie is de diagnose van Diplomademocratie van politiek filosoof en bestuurskundige Mark Bovens en politicoloog en bestuurskundige Anchrit Wille uitgebreid met een sociale dimensie en onderbouwd met nieuw en ook internationaal onderzoek. Conclusie: academisch en praktisch opgeleiden leven steeds meer in eigen, gescheiden werelden – en de ‘zuil’ van academisch opgeleiden voert de boventoon. Een reactie ‘van onderop’ valt te verwachten en is er gekomen: de populistische revolte sinds Pim Fortuyn.
Waarom was een nieuwe editie nodig?
Wille: „De scheidslijn langs opleiding die we [in 2011] signaleerden heeft zich de afgelopen vijftien jaar verankerd via allerlei mechanismen, dat is relevant voor onze analyse en versterkt die. Sociaal, maar ook politiek. Dat wordt bevestigd door nieuw werk van politicologen, niet alleen in Nederland maar internationaal. Je ziet het ook in andere Europese landen.”
Bovens: „In westerse samenlevingen is een nieuwe cleavage ontstaan, zoals het in de politicologische literatuur heet, een scheiding die sterk samenhangt met opleiding en die inmiddels een sociale, geografische en politieke waardendimensie heeft gekregen. Die laatste hadden we in de vorige editie nog niet zo benadrukt, toen ging het ons nog vooral om verschillen in politieke participatie en representatie. Nu zien we dat er echt gescheiden werelden aan het ontstaan zijn langs opleidingslijnen. Dat maakt de dominantie van universitair geschoolden in parlement en gemeenteraden die we eerder signaleerden nog problematischer.”
Een kritiek op jullie werk is dat jullie de kloof overdrijven. Hoe ziet die er uit volgens jullie?
Bovens: „Er zijn drie componenten aan een cleavage. Allereerst moet het gaan om sociale groepen die zich duidelijk van elkaar onderscheiden, door religie, klasse of – zoals in onze analyse – opleiding. Ze trouwen onderling, wonen in specifieke wijken en regio’s en hebben eigen scholen en clubs. Die groepen moeten daarnaast verschillende waardenpatronen hebben en ander stemgedrag vertonen. En tot slot: het partijlandschap moet zich gaan voegen naar die scheidslijnen. Nu, dat zien we allemaal gebeuren in Nederland, geleidelijk over de afgelopen halve eeuw. Sinds Fortuyn is het politieke landschap zich ernaar gaan voegen, dat heeft zich gekristalliseerd rond culturele thema’s waar universitair en praktisch geschoolden radicaal anders over denken. Met name migratie, EU en internationalisering.”
‘Kloof’ heeft een zware lading. Het roept het beeld op van groepen die met de koppen tegenover elkaar staan
Dat is dan de beruchte ‘kloof’.
Wille: „Dat woord gebruiken wij liever niet, ook niet in ons boek. Wat we wel zien is een patroon, een scheidslijn langs opleiding. Daarbinnen zit natuurlijk ook nog veel individuele variatie. Opleiding verklaart niet alles, zeker niet op individueel niveau. Maar wij kijken vooral op macro-niveau, naar de grotere patronen.”
Bovens: „Het is ook wel een beetje een semantische kwestie. ‘Kloof’ heeft een zware lading. Het roept het beeld op van groepen die met de koppen tegenover elkaar staan. Terwijl wij zeggen, nee, zo is het niet. We staan eerder met de ruggen naar elkaar. We leven langs elkaar heen. Het gaat ons ook niet om affectieve polarisatie, het idee dat hoger opgeleiden zouden neerkijken op lager opgeleiden. Dat beweren we niet en het is ook niet relevant voor wat we wel beweren.”
Het is ook niet waar, blijkt uit onderzoek. Inhoudelijke verschillen zijn voor affectieve polarisatie belangrijker dan opleiding.
Bovens: „Natuurlijk zijn er gradaties in cleavage, afhankelijk van de vraag of het lukt om sociale tegenstellingen te pacificeren. Zo niet, dan kunnen die escaleren tot conflicten zoals we hebben gezien in Noord-Ierland of zelfs Libanon. Affectieve polarisatie tussen groepen speelde daar een héél grote rol in. Dat is in Nederland nu bij lange na niet zo, onze cleavage is nog in opbouw. Je kan nog veel hoger gaan op de escalatieladder.”
Een kritiek op jullie werk is dat het onderscheid tussen hoog of theoretisch en laag of praktisch opgeleid veel te grof is. Het suggereert twee massieve, homogene blokken, terwijl de werkelijkheid veel gevarieerder is.
Bovens: „Daarom gebruiken we dat onderscheid ook niet. We spreken niet van theoretisch opgeleiden, rechtsgeleerdheid en geneeskunde zijn heel praktisch, het vmbo heeft ook een theoretische variant, enzovoort. Het gaat ons niet om theoretisch of praktisch onderwijs op zichzelf, maar om de instituties waarin je bent gesocialiseerd. We werken met zes categorieën: basisonderwijs, vmbo/havo, mbo, havo/vwo, hbo en wo. Dat geeft een veel genuanceerder beeld. Maar wat we daarbij zien is een opleidingsgradiënt waarbij academisch opgeleiden steeds aan de extreme kant staan, in politieke participatie en op de culturele scheidslijn. Zij zijn politiek en cultureel het meest kosmopolitisch, praktisch opgeleiden zijn eerder nationalistisch. Universitair opgeleiden zijn ook de meest hechte groep in familie- en vriendschapsrelaties. De sociale segregatie is bij hen sterker dan bij andere groepen. Uit onderzoek blijkt bovendien dat die verschillen bij volgende generaties nog groter zijn dan bij vorige. De politieke een sociale stratificatie wordt dus gereproduceerd én sterker.”
Wordt de tegenstelling tussen academici en praktisch opgeleiden niet vooral politiek geconstrueerd als wapen in cultuurstrijd? De PVV leeft ervan.
Wille: „Zeker, een scheidslijn wordt politiek gearticuleerd en gemobiliseerd. Framing is een belangrijke factor. Maar het zou onzinnig zijn om te denken dat de tegenstelling louter een constructie is van radicaal-rechtse partijen. Politieke entrepreneurs kneden latente tegenstellingen tot een partijpolitiek narratief dat mensen aanspreekt. Maar ze kunnen dat alleen omdat er een basis voor bestaat. We zien structurele sociale verhoudingen die de laatste jaren politiek manifest zijn geworden.”
Bovens: „Je zag dat ook bij de vorige grote maatschappelijke scheidslijn, die tussen arbeid en kapitaal. Troelstra kon de arbeidersklasse begin twintigste eeuw mobiliseren omdat er politiek potentieel voor was. Hij gaf de arbeiders een stem en een politiek narratief, dat zelf weer een invloedrijke factor werd. Het is altijd een wisselwerking.”
Onderzoek heeft laten zien dat bij praktisch opgeleiden breed ressentiment leeft over de politiek
Jullie waarschuwen nu meer dan in de eerste editie voor politieke gevolgen van de scheidslijn, zelfs voor een democratische crisis.
Bovens: „Toen zagen we vooral het probleem dat praktisch opgeleiden te weinig vertegenwoordigd worden in politieke instituties. Nu denken we dat er meer aan de hand is. Onderzoek van Rotterdamse sociologen heeft laten zien dat bij praktisch opgeleiden breed ressentiment leeft over de politiek. Wij maken ons zorgen dat het zich keert tegen het politieke systeem als zodanig, zoals we zien gebeuren in de VS.”
Ressentiment is toch niet voorbehouden aan praktisch geschoolden? In de crisisjaren tachtig leefde het onder studenten. Gevoed door ‘elite-overproductie’: afgestudeerden die niet maatschappelijk slagen en rancuneus worden.
Bovens: „Ja, jullie rechtsorde is de onze niet, ik ken die leus nog. Maar dat zal niet om een heel grote groep gaan. Academici hebben echt veel meer vertrouwen in de politiek en in instituties, blijkt keer op keer. Ze voelen zich beter gehoord, kennen beter de weg, bepalen de politieke agenda. Dat blijkt uit de cijfers. Ook in stemgedrag.”
Maar in de politiek domineert al twintig jaar ‘de boze burger’. Dan wordt de stem van praktisch opgeleiden toch gehoord?
Wille: „De politieke taal en symboliek zijn veranderd, dat klopt. Maar in de politieke en bestuurlijke arena’s zijn academici oververtegenwoordigd. Dat heeft bewezen effect op politieke agenda’s en beleid. Er zijn wel nationalistische partijen opgekomen, dat is inderdaad een verschil.”
Niet alleen opgekomen. Aan de macht gekomen.
Bovens: „Tot op zekere hoogte. Er is een verschil tussen discours en realiteit. Je zou moeten onderzoeken of praktisch opgeleiden na het kabinet-Schoof het gevoel hebben dat de politiek niet alleen praat, maar daadwerkelijk levert. Dat hebben wij niet gedaan, maar het zou ons verbazen. We halen wel onderzoek aan dat uitwijst dat politieke agenda’s nog steeds een bias hebben ten gunste van academisch geschoolden.”
Jullie noemen academici een nieuwe zuil. Maar de oude zuilen waren juist intern heel divers, ook in opleiding, van arbeiders tot directeuren.
Wille: „We willen ook zeker niet suggereren dat academisch geschoolden allemaal hetzelfde zijn. Verzuiling is voor ons een analytisch hulpmiddel, het helpt om sociale, culturele en politieke patronen bloot te leggen. En dan zie je bijvoorbeeld dat partijen als VVD, GroenLinks/PvdA en D66 vooral universitair geschoolden trekken. Daar komt clustering van universitair geschoolden in woonwijken bij, trouwen binnen de eigen groep, een gedeelde schoolkeuze. Dat zijn allemaal overeenkomsten met de verzuiling van weleer. Maar het is natuurlijk niet precies hetzelfde. De huidige context is totaal anders.”
De PvdA is dat electoraat helemaal kwijt, daar zitten overwegend academici
Zien jullie in de jongste verkiezingen iets van een kentering?
Wille: „D66 lijkt erin geslaagd een deel van de praktisch opgeleiden naar zich toe te trekken met een meer nationalistische campagne en afstand nemen van ‘betweterij’. Dat is interessant. De PvdA is dat electoraat helemaal kwijt, daar zitten overwegend academici.”
Kom je dan niet op de paradox dat academici nu juist op partijen stemmen die sociale verschillen willen verkleinen, zoals GroenLinks/PvdA?
Bovens: „Sociaal-economische verschillen zijn niet het grote issue. In de eerdere scheidslijn, tussen arbeid en kapitaal, waren sociaal-economische kwesties brisant, op een klassieke links-rechtslijn. Daar maakte opleiding niet zoveel bij uit. Dat is nu echt anders. Bij de brandende culturele kwesties die nu spelen, met name migratie, zien we dat opleiding duidelijk de belangrijkste factor is.”
Jullie stellen een aantal remedies voor, onder meer latere selectie op school, matigen van de meritocratie.
Wille: „Een praktisch punt zou zijn om studenten een maatschappelijke stage te laten doen. We hebben nu heel veel studenten die niet meer vanzelfsprekend kennis hebben van andere sociale groepen en milieus. Dus ga eens stage lopen bij het UWV of ga achter de balie zitten bij een gemeente. Dat zou studenten een bredere blik geven, maar het zou ook veel ambtenaren en bestuurders goed doen.”
Wat zou een nieuw kabinet als eerste moeten doen?
Bovens: „Als ik voor mezelf spreek: de migratiekwestie pacificeren. Dat is dé kwestie op de culturele scheidslijn. Probeer daar een compromis in te vinden zoals dat ooit werd bereikt in de schoolstrijd tussen liberalen en confessionelen begin twintigste eeuw. Toen werd het algemeen kiesrecht vastgelegd en de vrijheid van onderwijs verankerd in de Grondwet. Zoiets zou je nu ook moeten proberen. Zodat migratie niet meer zo’n enorme splijtzwam is.”
En als het allemaal misloopt?
Bovens: „We schetsen twee scenario’s. Het zwarte is dat het ressentiment zich keert tegen het democratische systeem. Dat moeten we echt zien te voorkómen. Het positieve scenario is dat er nationalistische partijen ontstaan die praktisch geschoolden een stem geven, maar binnen de democratische rechtsstaat. Een hoopvol voorbeeld is Leefbaar Rotterdam, dat radicaal en verbitterd begon maar nu samenwerkt met DENK.”
Dat geldt dus niet voor de PVV en Forum voor Democratie.
Bovens: „Nee, bij die partijen kun je grote twijfels hebben of ze bereid blijven om binnen het democratische rechtssysteem te opereren.”
Lees ook
Reacties van sociologen op het boek Diplomademocratie: Onder sociologen woekert de strijd over diploma’s nog voort
De journalistieke principes van NRC






/https://content.production.cdn.art19.com/images/49/a7/e6/58/49a7e658-56d8-481a-8298-0df39b14138f/ede948f1df4902547a7211fc8a2048ab9be9c39e707e81011415564adf140ca9e53dfbe25d68495199cfaea662344a046348025d071d9f72f470880dceb48866.jpeg)
/https://content.production.cdn.art19.com/images/12/cd/4d/77/12cd4d77-d80b-427a-8f01-9dfaba87df9a/7b9328d383a252661413d5e104a744ae24ae8c54eb9b7bf6aadf0e0cc54d2d0cee68e831dca70fb279815b03c4ac31defaf9c35365c9adffe1d675cd6484dc35.jpeg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/02/01132633/010226SPO_2031198901_AusOpen.jpg)

/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/02/02152854/020226MID_2031238624_WEB_HP_ILLU_Opgevoed_Martien-ter-Veen.jpg)
English (US) ·