Marjan Berk had een monter soort ironie, als actrice én schrijfster

4 uren geleden 1

Marjan Berk had al een theatercarrière van ruim 25 jaar achter de rug, toen ze in het begin van de jaren tachtig voor een verrassende wending koos. Ze stopte abrupt met de cabaretnummers, de musicals en de toneel- en tv-rollen waarmee ze tot die tijd furore had gemaakt, en begon aan een nieuwe loopbaan als auteur van succesvolle romans en autobiografisch werk. Ruim vijftig boeken zette ze sindsdien op haar naam.

Haar eersteling, het in opgewekte bewoordingen geschreven egodocument Nooit meer slank, verscheen in 1981. En haar laatste boek is Hofdames, een relaas over heden en verleden van het achttiende-eeuwse bejaardenhofje in de Amsterdamse binnenstad, waarin ze de laatste jaren ook zelf woonde.

Ondanks haar hoge leeftijd bleef ze uitermate actief. Ze stierf zondag, op 93-jarige leeftijd in haar woonplaats Amsterdam

Marjan Berk werd in 1932 in Zeist geboren als Marie Janne van Baaren. De naam Berk ontleende ze aan haar eerste echtgenoot, met wie ze slechts een paar jaar getrouwd was. Al van jongs af aan wilde ze zingen, muziek maken en toneelspelen. Op aandringen van haar alleenstaande moeder, die een klein pension beheerde, begon ze echter eerst aan een verpleegstersopleiding. Drie jaar later, in 1954, haalde ze haar diploma. En daarna klopte ze meteen aan bij de Amsterdamse toneelschool. Maar ze bleef daar niet langer dan een jaar, omdat ze de kans kreeg toe te treden tot een groepje jonge, veelbelovende artiesten die destijds in het voorprogramma van de eminente cabaretier Wim Kan optraden.

Stemverheffingen en groteske gebaren

Na twee jaar bij Kan stapte ze over naar het politiek geëngageerde ensemble van cabaretier Jaap van de Merwe en trouwde met pianist Ruud Bos, die daar de muzikale leiding in handen had. In de jaren zestig trad ze ook nog op bij de cabaretgroep Lurelei, naast leading lady Jasperina de Jong. En ze speelde in die tijd tevens mee in twee Nederlandse musicals: de Lurelei-productie De stunt en de door Wim Sonneveld geproduceerde musical De kleine parade. Ook maakte ze tournees met diverse toneelstukken in de lichte sector en speelde talrijke tv-rollen – waaronder in kinderseries als Oebele (als Geesje Zoet) en Pommetje Horlepiep (als boerin Griet).

Een repetitie onder leiding van Wim Sonneveld van de musical ‘De Kleine Parade’. Op de voorgrond (met glazen in de hand) Marjan Berk en Leen Jongewaard. Schuin achter Marjan Berk staat Joost Prinsen.

Foto ANP / ANP

Marjan Berk bleek te beschikken over een uniek talent dat haar bij uitstek geschikt maakte voor een monter soort ironie. Haar succes kwam niet voort uit stemverheffingen of groteske gebaren, maar uit het droogkomische effect van een onopgesmukte zinswending. Zelf was ze geneigd dat alles met veel kruidige zelfspot te bezien. In haar bundel Memoires van een dame uit de goot van het amusement (2003) beschreef ze zichzelf als „een bruikbare kracht met aardige momenten”. En desgewenst kon ze naar eigen zeggen poseren als „een kittige vedette” die bovendien behendig wist te profiteren van haar „hese kinderstem”.

Haar eerste schrijfwerk waren liedteksten in rock- en popstijl, die ze eind jaren zeventig zelf zong in Moeder en haar jongens, haar eerste (en laatste) eigen theatershow. Daarna stopte ze met spelen. Of, zoals ze in haar memoires schreef: „Ik hoefde niet meer in mijn ondergoed in Winterswijk op een tochtig toneel te staan om onder de blikken van een brandweerman van kleren te wisselen.” Samen met Jeroen Krabbé schreef ze het succesvolle Bezuinigingskookboek (1980) en een jaar later volgde haar solodebuut Nooit meer slapen. Ook publiceerde ze toen haar eerste columns, waarvan ze er in totaal honderden heeft gepubliceerd – in een huiselijk idioom dat een groot lezerspubliek trok. „Ik heb jarenlang met heel veel plezier gespeeld”, zei ze in deze krant, „maar het schrijven heeft nu mijn absolute prioriteit.”

In hoog tempo schreef ze vervolgens het ene boek na het andere. Pretentieloos, maar niet zonder maatschappelijk engagement. Het maandblad Opzij noemde haar „de koningin van het lichte boek”. Met hoofdpersonen die altijd in hoge mate herkenbaar waren. Al was het maar omdat ze vaak reikhalzend uitkeken naar de erotische spanning die in hun dagelijks bestaan veelal ontbrak. Over zulke vrouwen kon Marjan Berk bloemrijk schrijven. „In de liefde was het knudde”, aldus een typerende passage in haar roman De kracht van de liefde (1989). „Haar liefdesleven was een leeggelopen aquarium, een ondersteboven geplante hyacintbol, een verstopte uitlaatpijp.”

https://www.youtube.com/watch?v=kDsWasGyyXg

En naast al die boeken oogstte Berk begin jaren negentig ook nog veel succes als auteur van de felrealistisch getoonzette dramaserie Vrouwenvleugel – over de vrouwenafdeling van een streng bewaakte gevangenis. Ze kon er al haar principes in kwijt, stelde ze destijds gretig vast: feminisme, antiracisme en integratie van andersgeaarden. In die laatste categorie paste bijvoorbeeld een scène met twee vrouwen die elkaar wellustig kussen – een novum op de Nederlandse televisie! De serie won in 1994 de Televizierring voor het populairste tv-programma van het jaar.

„Achteraf is het schrijven iets geweest dat altijd op me heeft liggen wachten”, zei ze.

Lees ook

Dol op ‘de knorries’ – en op speklapjes

Lees het hele artikel