Het recht van de sterkste mag níét gaan gelden op het wereldtoneel. Daar is de Tweede Kamer het donderdag over eens tijdens het debat over de oorlog van de VS en Israël tegen Iran. Maar voor veel partijen is het internationaal recht niet bij uitstek de manier om dat te voorkomen.
CDA-leider Henri Bontenbal stelde vast dat in de Nederlandse Grondwet staat dat „de regering de ontwikkeling van de internationale rechtsorde moet bevorderen”. Onder het internationaal recht, menen veel experts, is de aanval van de VS en Israël op Iran niet te verantwoorden.
Toch zei Bontenbal: „U zult mij niet keihard horen zeggen: dit is tégen het internationaal recht.” Hij wil een „genuanceerde positie” innemen. Want, vindt de CDA’er, „we moeten ook erkennen dat de situatie in Iran laat zien dat de internationale rechtsorde niet goed functioneert”. „Veto’s verlammen de Veiligheidsraad. Internationale instituties lopen vast in geopolitieke blokkades.” De internationale instituties zijn „lam”, volgens Bontenbal.
Veto’s verlammen de Veiligheidsraad. Internationale instituties lopen vast in geopolitieke blokkades
Hij sprak die woorden uit in Den Haag, de thuisbasis van veel van die internationale instituties. De ‘stad van vrede en recht’ is gastheer voor het Internationaal Gerechtshof, het Internationaal Strafhof, het Internationale Hof van Justitie, de Organisatie voor het Verbod op Chemische Wapens en een rits ngo’s.
Daar zijn veel Nederlandse politici trots op: Nederland als voorvechter van het internationaal recht. Zoals D66, dat in haar verkiezingsprogramma voor de verkiezingen van 2025 opschreef „pal voor de internationale rechtsorde” te staan, „ook omdat we door schade en schande hebben geleerd dat dit de beste waarborg voor vrede, veiligheid en welvaart is”.
Toch zei premier Rob Jetten (D66) donderdag „begrip” te hebben voor de aanval van de VS en Israël. Onder meer omdat Iran zélf internationale afspraken negeert. Het internationaal recht is nog steeds belangrijk, máár Iran heeft „tienduizenden mensen” van de eigen bevolking uitgemoord, zorgt via proxy’s voor instabiliteit in de regio, ondersteunt de Russische president Poetin met het leveren van wapens. „Al die zaken zijn tegelijkertijd ook waar”, aldus Jetten.
Lees ook
Nederland heeft ‘begrip’ voor aanval op Iran, al staat die ‘enigszins op gespannen voet’ met internationaal recht, zegt Jetten in Brussel
‘Internationaal recht geen keuzemenu’
In het verkiezingsprogramma van D66 stond nog dat het „selectief naleven van het internationaal recht, zoals door het kabinet-Schoof”, de rechtsorde „onder druk” zet. En: „Voor D66 is het internationaal recht geen keuzemenu. We verdedigen dat altijd in woord en daad.”
Recenter, op 6 januari – voor zijn aantreden als premier – zei Jetten dat de ontvoering van de Venezolaanse president Nicolás Maduro door de VS „haaks” staat op de internationale rechtsorde. Europese landen moeten volgens Jetten „gezamenlijk één lijn trekken”, om precedentwerking te voorkomen. Als premier, zei hij toen, zou hij dezelfde woorden kiezen.
Daarom moeten politici zich constant uitspreken over situaties waarin we tegengestelde belangen hebben
Universitair docent publieksrecht Anna Marhold van de Universiteit Leiden is niet verbaasd dat Jetten van toon is veranderd. Er is een „wervelwind van global events” die elkaar rap opvolgen, ziet zij. Alleen al dit jaar hebben de VS, naast de aanval op Iran, de soevereiniteit van Venezuela geschonden door president Maduro te ontvoeren, en dreigde Trump Groenland in te nemen. „Daarom moeten politici zich constant uitspreken over situaties waarin we tegengestelde belangen hebben.” In de kwestie-Groenland, was Nederland fel vóór het internationaal recht, waarin wordt voorgeschreven dat landen elkaars grondgebied niet mogen afpakken.
Marhold ziet een risico dat internationaal recht „opportunistisch” wordt gebruikt als argument. „Komt het je uit, dan gebruik je het. Maar als de ayatollahs weg moeten, vinden politici het niet meer van belang. Ook tijdens de genocide in Gaza werd het internationaal recht gemakkelijk terzijde geschoven door de Nederlandse regering.”
Soms is het vaak trage internationaal recht juist een reden om níét in actie te komen. Demissionair minister van Justitie David van Weel (VVD) zei namens het demissionaire kabinet-Schoof in september vorig jaar dat pas kan worden gesproken van genocide in Gaza op het moment dat het Internationaal Gerechtshof daar een definitieve uitspraak over doet. Het Internationaal Gerechtshof had in januari 2024 in een tussentijds oordeel al gesteld dat er een redelijk vermoeden was van genocide, en dat Israël er alles aan zou moeten doen om die te voorkomen.
Voorvechter van internationaal recht
Volgens hoogleraar en mensenrechtenadvocaat Liesbeth Zegveld is het internationaal recht nog altijd het „morele kader” van Nederland. Nederland wil ook graag het imago van voorvechter van het internationaal recht hebben. Maar daar écht voor opstaan doen Nederlandse kabinetten alleen als dat „risicoloos is en geen impact heeft op andere belangen”.
We moeten voor nu leren leven met de tegenstrijdigheid
Universitair hoofddocent vergelijkend EU- en internationaal recht Joris Larik aan de Universiteit Leiden heeft „wel begrip voor het begrip dat de Nederlandse regering heeft getoond”. „Het is koorddansen tussen enerzijds de internationale rechtsorde verdedigen en schendingen benoemen, en intussen het strategische eigenbelang niet uit het oog verliezen.” Het eigenbelang in dezen, denkt Larik, is op de korte termijn de VS niet te boos maken. „We moeten voor nu leren leven met de tegenstrijdigheid.”
Dat het internationaal recht altijd politiek is en dilemma’s opwerpt, daar zijn experts het over eens. Al is het maar omdat interventies doorgaans door de VN-veiligheidsraad moeten worden goedgekeurd. Daarin zitten de VS, China, Rusland, het VK en Frankrijk. Larik: „De norm is goed: geen interstatelijk geweld behalve onder hele strenge voorwaarden. Maar als je de vraag ‘mag dit’ delegeert aan grootmachten met vetorecht die het internationaal recht zelf op grote schaal schenden, zoals Rusland en de VS, dan ben je op een moreel dwaalspoor beland.”
Lees ook
Wij van het Westen bepalen wel wanneer internationaal recht van toepassing is
Geen ‘steun’ maar wel ‘begrip’
Dat Nederland daar moeite mee heeft, bleek bijvoorbeeld in 2018, toen NAVO-bondgenoten Frankrijk, het VK en de VS Syrië bombardeerden in reactie op een chemische aanval van het regime van de Syrische president Assad op rebellen, waarbij zo’n veertig mensen om het leven kwamen. Die aanval was waarschijnlijk niet legaal, maar het kabinet-Rutte III vond die wel „proportioneel en weloverwogen”.
Het kabinet gaf geen ‘steun’ maar toonde ‘begrip’, net als het kabinet-Jetten doet inzake de aanval op Iran. Minister van Buitenlandse Zaken Stef Blok (VVD) vroeg destijds een expertgroep om te onderzoeken hoe in het vervolg moet worden omgegaan met politieke steun aan illegale militaire acties. De expertgroep concludeerde in 2020 dat het bij hoge uitzondering te verantwoorden is om steun te verlenen aan illegale militaire acties. Volgens hen brengt politieke steun „geen volkenrechtelijke aansprakelijkheid” met zich mee, voor de staat die de steun verleent.
Het kabinet reageerde: „Hoewel het kabinet deze interpretatie deelt, kan niet bij voorbaat worden uitgesloten dat een internationale rechter tot een andere conclusie zou komen.”
Een conflict in ‘gerommeld’ worden
Zulke politieke steun gaf Nederland aan de VS, toen dat land na 9/11 Irak binnenviel. Tijdens het debat donderdag werd de Irakoorlog vaak aangehaald. Bijvoorbeeld door GroenLinks-PvdA-leider Jesse Klaver, die bang is dat Nederland opnieuw een conflict in wordt „gerommeld”.
Emeritus hoogleraar internationaal publiekrecht Nico Schrijver van de Universiteit Leiden zat in 2009 in de Commissie-Davids, die onderzocht hoe de besluitvorming rondom de oorlog in Irak tot stand is gekomen.
Dat Nederland niet de hoogste prioriteit had gegeven aan het naleven van het internationaal recht, maar aan geopolitieke belangen, was al in aanloop naar de oorlog duidelijk. De VN-veiligheidsraad had namelijk géén toestemming gegeven voor de oorlog.
Meer debat in Europa over Irak-oorlog
Schrijver ziet wel dat in aanloop naar de Irakoorlog „meer debat in Europa was”. „Het ene uiterste was Tony Blair, de premier van het VK.” Die steunde de VS militair in Irak. „Maar de Duitse regering was fel tegen, en de Franse regering was rabiaat tegen.” Dat debat, weet Schrijver nog, werd in alle openheid gevoerd.
Nederland koos „onmiskenbaar de Britse en Amerikaanse lijn”, schreef de Commissie-Davids. „Loyaliteit jegens de Verenigde Staten vanwege hun rol in de bevrijding van Nederland tijdens Tweede Wereldoorlog speelde daarbij nog steeds een rol.”
Volgens Schrijver was het geen trendbreuk dat Nederland het internationaal recht niet als hoogste prioriteit had: „Nederland liep niet voorop in de afkeer van de Vietnamoorlog, kabinetten hebben daar in feite steun aan gegeven. Het is een Trans-Atlantische reflex.”
Soms denk ik: wanneer leren we nu eindelijk die bitterharde lessen dat dit niet de aanpak is om een bevolking te helpen
Toch ziet Schrijver grote verschillen tussen de oorlogen in Irak toen en Iran nu. De regering-Bush zocht bínnen het internationaal recht naar steun voor de invasie van Irak. Daar zouden massavernietigingswapens liggen, en de VS en bondgenoten zouden democratie komen brengen naar het land. Bovendien, beargumenteerden de VS, zou een aantal VN-resoluties sámen in feite een machtiging bevatten om militair in te grijpen. Dat eerste klopte niet, dat tweede lukte niet en dat derde hield geen stand. Maar het internationaal recht was wel degelijk een factor. Nu, ziet Schrijver, „weet niemand precies wat nou de aanleiding was voor de oorlog in Iran”, en waartoe die moet leiden. „Dat baart me nog de meeste zorgen.”
In 2003 vroeg Schrijver zich weleens af: „Waar gaat het heen met het land van het Vredespaleis?” Zo bezorgd is hij vandaag de dag niet. Maar, zegt hij wel, „het is naïef om te denken dat je een land de democratie in kunt bombarderen”. Dat werkte volgens Schrijver ook niet in Irak, Libië en Afghanistan. „Soms denk ik: wanneer leren we nu eindelijk die bitterharde lessen dat dit niet de aanpak is om een bevolking te helpen.”
Lees ook
‘Niet het internationaal recht schiet tekort, maar staten en politici’


/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/03/12205836/120326VER_2032262117_SdeTeiman.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/03/12142754/120326DEN_2032249378_2.jpg)


/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/03/05101437/060326BIN_2031542143_taakverdeling.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/03/10154144/100326WET_2032185287_IgNobelprijzen.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/02/16152508/data110747145-a3ddbf.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/03/10183836/100326VER_2032194056_bbb.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/03/10141321/100326WET_2032083953_hitteDEF.jpg)
English (US) ·