Ondanks nieuwe waarschuwingen omtrent de hypotheekrenteaftrek schuift het kabinet een beslissing hierover door

2 dagen geleden 2

De hypotheekrenteaftrek zorgt opnieuw voor beroering in de coalitie. In een zwaarwegend adviesrapport van zijn eigen ministerie wordt minister Eelco Heinen (Financiën, VVD) op het hart gedrukt: er móét iets gebeuren met de maximale periode van dertig jaar waarin huizenbezitters hypotheekrente mogen aftrekken.

Vanaf 2031 worden daar grote problemen mee verwacht bij de Belastingdienst. „Het is noodzakelijk dat er besluitvorming plaatsvindt”, concluderen de ambtenaren in hun rapport. Maar vicepremier Dilan Yesilgöz (VVD), die premier Rob Jetten (D66) woensdagmiddag verving tijdens de persconferentie na de ministerraad, liet meteen weten dat dat iets voor het volgende kabinet is: „politiek ligt dit niet op tafel. Dit kabinet heeft de mensen rust toegezegd.” Een dag eerder had Heinen al met klem toegezegd dat er niets met de renteaftrek zou gebeuren.

De hypotheekrenteaftrek ligt zeer gevoelig binnen het minderheidskabinet. Daar waar D66 en CDA de aftrek willen afbouwen, wil de VVD die koste wat kost behouden. De liberalen wonnen de strijd en plaatsten na de formatie triomfantelijk tweehonderd billboards langs de Nederlandse snelwegen met teksten als ‘Afspraak is afspraak: hypotheekrenteaftrek blijft’. 

Niet te controleren

Het draaide woensdag om de ‘dertigjaarsregeling’, die in 2001 is ingevoerd. Voor die tijd mochten huiseigenaren in feite onbeperkt de hypotheekrente aftrekken van hun inkomstenbelasting – wat voor lagere maandlasten zorgt. Velen deden dat met aflossingsvrije hypotheken. Deze (zeer voordelige) regeling voor huiseigenaren kostte de schatkist elk jaar meer. Daarom besloot de politiek dat huiseigenaren vanaf 2001 nog maximaal dertig jaar hun hypotheekrente mogen aftrekken.  

Het grote probleem: niemand kan in 2031 nog controleren wie er nog recht heeft op hypotheekrenteaftrek. De Belastingdienst bewaart belastingaangiftes slechts zeven jaar, ook banken en hypotheekadviseurs hebben die informatie niet. Onduidelijk is hoeveel woningeigenaren hun woonadministratie van de afgelopen dertig jaar hebben bewaard. 

Lees ook

‘Chaos dreigt vanaf 2031 rond hypotheekrenteaftrek’

Twee op de drie huizenbezitters in Nederland heeft een deels of volledig aflossingsvrije hypotheek.

De situatie is vrij overzichtelijk als iemand dertig jaar met dezelfde partner in hetzelfde huis woont. Maar het wordt ingewikkelder als je niet dertig jaar dezelfde lening hebt gehad, maar op verschillende momenten hypothecaire leningen bent aangegaan. Bijvoorbeeld bij een tussentijdse verhuizing naar een duurder huis, een ophoging van de hypotheek voor een verbouwing, of als je na een scheiding met een andere partner opnieuw een huis hebt gekocht. Over dat extra geleende bedrag mag je opnieuw dertig jaar lang de rente aftrekken, dus tot een datum ná 2031. 

De complexe regeling rond de eigen woning zorgt aan alle kanten voor problemen. Vanaf 2031 moeten huizenbezitters zelf bewijzen dat ze nog recht hebben op hypotheekrenteaftrek. De Belastingdienst, die aangiftes moet controleren en handhaven als er iets niet klopt, is nu al overbelast. Capaciteit om ook dit nog te handhaven en eventuele bezwaarschriften af te handelen is er straks niet. Hypotheekadviseurs komen nu al in de problemen omdat ze de leenruimte van huizenkopers – waar de renteaftrek een grote rol in speelt – niet meer goed kunnen berekenen.

Drie scenario’s

De problemen rond de dertigjaarstermijn zijn al langer bekend. Sinds 2019 verschenen er al diverse onderzoeken over, onder meer van de onderzoeksbureaus SEO Economisch Onderzoek en Panteia. In 2024 dook het probleem opnieuw op, dit keer in een rapport van een ambtelijke onderzoeksgroep die het belastingstelsel tegen het licht hield.

Om de situatie op te lossen, moet er iets gedaan worden aan de maximale duur van de aftrek voor oudere aflossingsvrije hypotheken – zo stellen ambtenaren maandag in het laatste rapport. De aflossingsvrije periode verlengen, en zo het moment afwenden waarop er discussie ontstaat over de vraag of iemand nog wel recht heeft op aftrek, zou volgens de ambtenaren van Financiën ruim 17 miljard euro kosten; geld waarvoor dekking gevonden moet worden. Het alternatief, de renteaftrek voor iedereen beperken tot 2031, zou betekenen dat een groep huiseigenaren minder dan de beloofde dertig jaar hypotheekrenteaftrek kan genieten.

De ambtenaren onderzochten drie hoofdscenario’s, met meerdere subvarianten die een overgangsregeling omvatten. Wat volgens de ambtenaren vaststaat: de dertigjaarstermijn moet vroeg of laat sneuvelen. Maar daarna houden de overeenkomsten op.

In het eerste scenario stopt in 2031 de hypotheekrenteaftrek voor álle oudere hypotheken, afgesloten vóór 2013. Voor hypotheken van na 2013 is er geen probleem meer, omdat je vanaf toen verplicht je hypotheek in dertig jaar moest gaan aflossen om in aanmerking te komen voor de hypotheekrenteaftrek. In 2043 is dit probleem dus grotendeels uit de wereld. Dit scenario levert de schatkist geld op (jaarlijks zo’n 1,4 miljard), omdat sommige eigenaren minder dan dertig jaar hun aftrek krijgen – terwijl ze daar wel op rekenen. Het is een variant die vooral de VVD slecht zal bevallen. Volgens de ambtenaren veroorzaakt dit scenario „forse inkomenseffecten voor inkomens met een hoge woningschuld”. 

In verschillende varianten op dit scenario wordt gewerkt met een overgangsregeling, waarbij aflossingsvrije hypotheken worden omgezet naar annuïtaire leningen, waardoor voortaan verplicht moet worden afgelost. In ruil daarvoor mogen de eigenaren blijven aftrekken tot 2043. „Juridisch erg lastig houdbaar en moeilijk uitvoerbaar voor banken”, aldus Raymond Gradus, hoogleraar economie aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. „Ook moeten oudere huiseigenaren langs de notaris voor een omzetting van hun hypotheek, met alle kosten van dien.” 

Lees ook

De hypotheekrenteaftrek: wat gebeurt er als die snel wordt afgebouwd?

Wijk in aanbouw in Hazerswoude-Rijndijk. Als de hypotheekrente wordt afgebouwd, dalen de huizenprijzen en is meer geld nodig om nieuwbouw rendabel te houden. Foto Laurens van Putten/ANP

Volgens de tweede route mogen huiseigenaren tot 2043 hypotheekrente blijven aftrekken. Vanaf dat moment vervalt voor alle aflossingsvrije hypotheken het recht om rente af te trekken. De groep huiseigenaren met een oudere, aflossingsvrije hypotheek (en dus maximale hypotheekrenteaftrek) profiteert in dit scenario voor de volledige dertig jaar van de aftrek, en vaak zelfs nog langer. Zij hebben een groot voordeel ten opzichte van wie na 2013 een hypotheek afsloot en verplicht moet aflossen. 

Een ander nadeel: het kost de schatkist (lees: alle Nederlanders) tussen 2031 en 2042 zo’n 17 miljard euro. Dit lijkt dan ook geen waarschijnlijk scenario. D66 en het CDA spraken zich dinsdag al uit tegen het verder verruimen van de hypotheekrenteaftrek.

Het kabinet heeft nu al grote moeite met de financiële huishouding. Zo wil het miljarden binnenhalen via de sociale zekerheid (de AOW-leeftijd versneld omhoog, de maximale WIA-uitkering omlaag, de werkloosheidsuitkering WW terug van twee naar één jaar), maar daar is geen meerderheid voor in de Tweede Kamer – en er is veel protest vanuit de samenleving. Ook voor de plannen om 10 miljard euro op zorg te bezuinigen is voorlopig nog lang geen steun in het parlement.  

„Weinig realistisch”, noemt Raymond Gradus deze oplossing daarom. „Dit kost fors extra geld in tijden van budgettaire problematiek. Geld dat bovendien gaat naar huishoudens die al jaren het meest profiteerden van de gunstige regels rond hypotheekrenteaftrek.”

Tot slot is er een derde route. Hierin wordt de aftrek voor ‘oude’ hypotheken tot 2042 geleidelijk afgebouwd, „een zachtere landing”, zo schrijven de ambtenaren. De fiscus haalt elk jaar een stukje af van de hypotheekrenteaftrek. Vanaf dat moment beschouwt de fiscus de hypotheek als een ‘gewone’ schuld, waarvoor geen renteaftrek geldt. 

Ook aan deze route zijn kosten verbonden: tussen 2031 en 2043 zou dit rond de 8 miljard euro kosten. Daarbij moet elke huiseigenaar op zoek naar bewijsstukken in oude multomappen – en hebben huiseigenaren met een oude, aflossingsvrije hypotheek meer voordeel dan de rest. 

Het voordeel van deze tussenvariant, zo zegt hoogleraar Raymond Gradus, is dat die starters ontziet. „Ook kost hij minder dan de andere variant. Je zou de kosten zelfs kunnen halveren als je de afbouwperiode terugbrengt naar zes jaar.” Een minder ‘zachte landing’ dus. „Zo blijft het voordeel voor de mensen met een oude hypotheek ook enigszins beperkt.”

Splijtzwam in coalitie

Hoewel de oproep van ambtenaren duidelijk is, gaat het minderheidskabinet er niet op reageren, besloot Yesilgöz woensdag na de ministerraad. De komende vier jaar kan het kabinet volgens haar alleen „de problematiek in kaart brengen, scenario’s maken. Politiek is afgesproken dat er niets verandert op dit terrein. Dat betekent ook dat je niet over je graf heen regeert.” 

Het moet blijken of de neiging van het kabinet om besluiten in deze kwestie uit te stellen, gevolgen krijgt. CDA-leider Henri Bontenbal zei eerder tegen het FD het probleem juist wél te willen aanpakken: „Het coalitieakkoord is een startpunt, gedurende de rit gebeuren er dingen. Het is al best snel 2031. De Belastingdienst heeft ook tijd nodig om dingen aan te passen. Dus dit kabinet moet zich erover buigen.” 

De eerste verliezers lijken de ambtenaren die maanden ploeterden op een rapport, waarover een besluit al naar het volgende kabinet werd doorgeschoven voordat de inkt goed en wel droog was. 

Lees het hele artikel