Onder een donkere Friese hemel wordt de fascinatie voor de sterren gekoesterd

10 uren geleden 1

‘Daar heb je er weer een!” Als Theo Jurriens (64) naar boven wijst, volgen alle ogen zijn vinger. „Een kunstmaan!” Een klein lichtpuntje trekt gestaag over de hemel, verdwijnt af en toe achter een wolk, en komt dan weer tevoorschijn. De enthousiaste Groninger vertelt intussen honderduit over satellieten, waarom hij het „ouderwetse” woord kunstmaan prefereert, en dat ze de waarnemingen van sterrenkundigen kunnen verstoren. Zo’n dertig Friezen, met leeftijden van acht tot tweeëntachtig jaar, hangen aan zijn lippen.

Achter op de veiligheidshesjes, die over de groep zijn verspreid, staat „Sterrenwandeling”. Sterrenkundige Jurriens heeft ze vanaf de Groningse universiteit meegenomen. In samenwerking met bibliotheken in de regio organiseert hij sterrensafari’s voor jong en oud, die volgens Margriet Zeinstra (33), medewerker van de bibliotheek van Buitenpost, steevast volgeboekt zitten. „We doen dit nu een paar jaar, en het blijft mensen trekken. Theo’s enthousiasme springt echt over, horen we terug van deelnemers. Dus we houden het erin! Leden kunnen nu zelfs een paar weken een telescoop van ons lenen.”

Met een combinatie van sterrenkundige inzichten en persoonlijke anekdotes doet Jurriens de deelnemers de temperatuur, nét boven het vriespunt, vergeten. Zo ook Jantsje Oost (82), die met haar rollator het wandeltempo van de enthousiaste gids prima bijhoudt. Ze loopt met haar vriendin Minkie Hoekstra (72), die vertelt hoe de twee elkaar voor het eerst ontmoetten tijdens een sterrenwandeling. „Twee jaar terug kwamen we naast elkaar te lopen, ook bij een wandeling van Theo. Jantsje was net geopereerd, en vroeg of ze even op me mocht leunen. Toen vertelde ze hoe ze vroeger altijd met haar vader sterren keek. Sindsdien zijn we vriendinnen en gaan we elk jaar.”

De deelnemers, grotendeels geboren en getogen in Buitenpost, hoorden over de wandeling via flyers of de Facebookpagina van de bibliotheek. Elk van hen voelt zich op hun eigen manier verbonden met het heelal. Voor Anita Faber (35), die samen met haar moeder loopt, is het een fascinatie met de maan. Voor Jan van der Til (68), hobbyastronoom, zijn het de grote vragen over het heelal die hij niet met zijn eigen telescoop kan beantwoorden. En voor Stefan van Kammer (40) en zijn zoon Noël (10) is het simpelweg het grote onbekende: „Als je te hard nadenkt over wat allemaal boven ons hangt, denk je jezelf gek.”

Foto’s Zara Nor

Als je te hard nadenkt over wat allemaal boven ons hangt, denk je jezelf gek

Juist die fascinatie voor de sterrenhemel wil Jurriens met zijn wandelingen koesteren. Bij hem is dat ook gebeurd: „Als klein jongetje ging ik één keer per maand naar een amateurastronoom in de buurt, en praatte hij mij bij over wat er allemaal in de sterrenkunde gebeurde. En een vriendelijke bibliothecaris liet mij van het volwassenen-deel van de bieb lenen: daar stonden de sterrenkundeboeken. Op het moment heb je zoiets niet door, maar die mensen zijn ontzettend belangrijk voor me geweest.”

Als de stoet enthousiastelingen naast een lantaarnpaal in een verder donker parkje tot stilstand komt, schakelt die plots uit. „Niet op mijn verzoek!”, lacht Jurriens. „Maar goed voor het nachtzicht is het wel. Tegenwoordig is er steeds meer lichtvervuiling, waar de natuur ook echt last van heeft. Wormen die te vroeg uit de grond komen, vuurvliegjes die elkaar niet meer kunnen vinden. Ik ben geen bioloog, maar ik weet wel: wat slecht is voor de natuur, is uiteindelijk ook slecht voor de mens.”

En volgens Jurriens al helemaal slecht voor de mens: „Die vreselijke lichtvervuiling in bijvoorbeeld Amsterdam. Ik heb weleens medelijden met die westerlingen. Die hebben helemaal niet meer door of er een volle maan aan de hemel schijnt, zo veel licht is daar. Een collega bij de universiteit die van Den Haag naar Groningen verhuisde, ziet nu voor het eerst in haar leven sterren in haar bewoonde omgeving. Dat is toch niet voor te stellen?”

Lees ook

Vuil licht maakt de schoonheid van de hemel onzichtbaar. In Artis doen ze er wat aan

Artis gezien vanuit de lucht. De dierentuin ligt als een donkere vlek in een verlicht Amsterdam. Foto Artis

De deelnemers kijken naar de waarneming gedaan met een smart telescope.

Foto’s Zara Nor

Na anderhalf uur keert het ietwat verkleumde gezelschap terug naar de bibliotheek, om daar op te warmen en na te kletsen. De bibliotheek verzorgt koekjes, thee en koffie. Jurriens blijft nog even buiten, en loopt na een poosje grijnzend met zijn telefoon in de hand naar binnen: „Moet u hier eens kijken!” Al snel staat de groep op een kluitje naar de telefoon te turen, waar een flinke rode stip en vier kleine puntjes op te zien zijn. Het beeld komt van de kleine smart telescope die buiten op het dak van Jurriens’ auto is opgesteld. Het apparaat is nog geen twintig centimeter groot. Jurriens jubelt: „Jupiter, met maar liefst vier maantjes!”

Ook vader en zoon Stefan en Noël staan aandachtig mee te kijken. Terwijl de bibliotheek langzaam leeg druppelt, blijven ze geboeid luisteren naar de verhalen van hun sterrengids. Ze zoeken nog een aantal planeten op met de telescoop. „Dus jij wordt later sterrenkundige?”, vraagt Jurriens. Dat weet Noël nog niet. „Als je dat wilt, zou ik alvast gaan leren programmeren. Bij de studie kan dat goed van pas komen.” Daar heeft hij nog wel een boek over liggen, vertelt zijn vader. In ieder geval heeft de wandeling fascinatie aangewakkerd, blijkt als het tweetal richting de uitgang loopt: „Misschien kunnen we eens zo’n telescoop van de bieb lenen?”

Een waarneming op de telefoon van Theo Jurriens.

Een waarneming op de telefoon van Theo Jurriens.

Foto Zara Nor
Lees het hele artikel