Partijen op rechts vallen uit elkaar, maar schijn bedriegt: ze zijn sterker dan ooit

5 uren geleden 1

Het gebeurde op woensdagmiddag, de eerste dag van het Tweede Kamerdebat over de regeringsverklaring. Geert Wilders, wiens PVV na een afsplitsing nog negentien zetels heeft, sprak in zijn bijdrage over het plan van het minderheidskabinet-Jetten (D66, VVD, CDA) om de AOW-leeftijd te verhogen. Het leek voor Kamerleden te klinken als de Wilders van 2016, of 2018, of 2022.

Sinds de kortstondige regeerperiode van de PVV vorig jaar zomer is geëindigd, let bijna niemand meer écht op als Wilders spreekt. Interrupties zijn er vrijwel niet meer. Toen Wilders het had over „deze waanzin”, „werken tot aan de rand van het graf” en „dat idiote voorstel” leek dat geruisloos voorbij te gaan.

Toen stond Gidi Markuszower op. Hij had wél vragen aan Wilders. Jarenlang was hij een trouw lid van de PVV-fractie, maar onlangs verliet hij met zes fractiegenoten de partij en vormde hij de Groep Markuszower. Wilders kon „de ramp” nog afwenden, zei hij, en de AOW-plannen nog helpen „verzachten”.

Wilders hoefde alleen maar een deal te steunen die Markuszower en SGP-leider Chris Stoffer de afgelopen drie weken met de coalitiepartijen hadden uitgedacht. Er zou een motie komen die de gevolgen van bezuinigingen op de sociale zekerheid voor kwetsbare groepen in kaart moest brengen. De coalitie zou die motie aan een meerderheid helpen. Waarom deed Wilders daar niet aan mee, vroeg Markuszower.

Venijnig debat

Er ontstond een venijnig debat tussen de voormalige bondgenoten, dat over veel dingen tegelijk ging. Over de AOW. Over een verbroken relatie in de politiek. En, vooral, over de vraag hoe radicaal-rechts populisme zich moet verhouden tot dit kabinet. Wilders wilde geen millimeter toegeven, zei hij. Hij ging niet meedoen aan „een slap aftreksel”. „U kunt wel iedere keer op uw knieën gaan voor dit kabinet, maar daar zullen de mensen ú boos op aankijken, niet ons.”

Op vrijdag zegt Markuszower over dit moment: „Ik ben geen interruptiekoning. Geert is dat wel.” Maar, zegt hij, zijn opzet slaagde. „Inhoudelijk is er geen verschil. Wij zijn gekozen op het verkiezingsprogramma van de PVV en dat willen we honoreren. Alleen onze aanpak is verschillend. Ik wil resultaten boeken, ook dat hoort bij politiek.”

Rechts van de VVD wemelt het van de zetels, al jaren: bijna een derde van alle Kamerleden is te vinden bij de PVV, JA21, Groep Markuszower, FVD, BBB en, sinds deze week, de Groep Keijzer van BBB-afsplitser Mona Keijzer. Uiterst rechts, bleek al in het Nationaal Kiezersonderzoek van 2021, is een volwaardige derde politieke stroming geworden, naast centrum-links en centrum-rechts. Volgens politicologen heeft ook BBB zich de laatste paar jaar in deze stroming gevestigd.

Het experiment met het kabinet-Schoof toonde aan dat regeren de uiterst rechtse vleugel slecht afgaat. Maar nu het minderheidskabinet-Jetten is aangetreden, en uiterst rechts in de oppositie zit, zijn er nieuwe kansen. Het kabinet rust in de Eerste en Tweede Kamer niet op een meerderheid en moet voor iedere begroting, ieder wetsvoorstel, ieder plan steun bij andere partijen zien te krijgen.

Deze week bleek Gidi Markuszower een aantrekkelijke partij voor de coalitiepartijen om zaken mee te doen. De motie haalde een meerderheid. Dat betekende overigens niet dat Markuszower, met wie de coalitie de deal sloot, zijn boodschap aanpaste. In zijn bijdrage had hij het over „statushouders die studentes gingen aanranden en verkrachten”, „linkse dwaallichten” en Nederlanders die „ernstig in de war” zijn. „Ze weten vaak niet eens meer het biologische verschil tussen man en vrouw en vinden begrippen als ‘God’, ‘vaderland’ en ‘gezin’ primitief of zelfs fout.” Hij kreeg geen interrupties.

Ondanks deze kansen voor de meerderheidszoekende coalitie blijft het een bijzonder instabiele flank. Deze week stapte Mona Keijzer uit de BBB-fractie na een conflict dat zich lange tijd had opgebouwd. Onder invloed van Keijzer was de partij steeds meer uiterst rechtse thema’s gaan overnemen. BBB had bijvoorbeeld campagne gevoerd met een anti-islamnotitie. Partijleider Caroline van der Plas en haar opvolger Henk Vermeer wilden BBB juist meer terug bewegen naar het agrarisch populisme van weleer.

Kiezers zijn snel weg bij uiterst rechtse partijen, maar blijven de stroming trouw

Het is een patroon dat sinds de intrede van de LPF in de Tweede Kamer (in 2002) zichtbaar is. Populistische partijen komen snel op, vaak onder invloed van een aansprekende leider. Maar ze houden zetels niet vast, vallen uit elkaar of verliezen de belangstelling van kiezers. Veel Kamerleden op de uiterst rechtse flank hebben een lang cv van politieke families, zoals Joost Eerdmans (onder meer LPF, EenNL, FVD en nu leider van JA21). Kiezers zijn snel weg, maar blijven de stroming trouw: ze stappen meestal over naar andere partijen op dezelfde flank.

Je kan deze instabiliteit als een teken van zwakte zien. Het ontbreekt partijen op uiterst rechts vaak aan een goede organisatie. Veel hangt af van de leider. Als diens charisma is uitgewerkt, stort een partij vaak snel in. Een uitgewerkte ideologie is er meestal niet.

Vitaliteit

Maar je kan de vele afsplitsingen ook als een teken van vitaliteit zien, zegt hoogleraar rechtsextremisme-onderzoek Léonie de Jonge, verbonden aan de Universiteit van Tübingen. De uiterst rechtse beweging is in relatief korte tijd groot geworden, zegt ze, en de vele afsplitsingen zijn een gevolg van die enorme groei. „Het blok is zo groot geworden, dat er vanzelf stromingen ontstaan. De dynamiek is vaak dezelfde. Radicalere vleugels krijgen in partijen de overhand, gematigden vallen af, waarna er weer scheuringen komen.”

De meeste van die partijen redden het niet. Inhoudelijk zijn de verschillen vaak klein. Grofweg zijn er op uiterst rechts internationaal twee stromingen, al is er een grijs gebied: een nationalistisch-populistische stroming, zoals de PVV. En een extreem-rechtse, meer identitaire stroming. Hier is volop ruimte voor complottheorieën, ideeën over ‘remigratie’ en regelrecht antisemitisme. FVD beweegt zich in deze laatste vleugel. In de MAGA-wereld in de Verenigde Staten is deze stroming invloedrijker aan het worden, aangevuurd door online influencers als Nick Fuentes en Candace Owens. De laatste sprak in 2024 nog op een FVD-congres.

Maar achter dit permanente sociaal darwinisme is uiterst rechts opvallend stabiel, zegt Léonie de Jonge. „Kijk naar FVD, dat de laatste jaren sterk geprofessionaliseerd is en de organisatiestructuur heeft versterkt. FVD ging bijna ten onder aan de eigen radicalisering. Maar nu vindt de partij lokale verankering en doet bij de gemeenteraadsverkiezingen mee in ruim honderd gemeenten.”

Het wordt voor uiterst rechts steeds makkelijker om invloed uit te oefenen, aldus De Jonge. Dat is bijvoorbeeld te zien aan de asielwetten van toenmalig minister Faber (Asiel en Migratie, PVV), die enigszins aangepast door de Tweede Kamer zijn aangenomen, met steun van partijen in het centrum. De wetten liggen nu bij de Eerste Kamer, waar een meerderheid nog onzeker is.

Deze week liet het debat over de regeringsverklaring zien dat de dynamiek rondom uiterst rechts fundamenteel veranderd is. Vroeger deden ze nooit echt mee. Maar dat is nu anders. Léonie de Jonge: „Doordat er een minderheidskabinet zit, zijn hun zetels opeens heel interessant. Dat bleek deze week met Gidi Markuszower.” Maar het bleek ook toen Geert Wilders en Jesse Klaver (GroenLinks-PvdA) gezamenlijk optrokken in hun volledige afwijzing van de AOW-plannen van het kabinet. De Jonge: „Er ontstaat een rare nieuwe dynamiek in Den Haag, waar uiterst rechts van kan profiteren.”

Geert Wilders kiest voor oppositie oude stijl, in de Angelsaksische traditie: ik ben tegen alles waar het kabinet voor is. Markuszower maakte deze week duidelijk dat hij inhoudelijk niet van plan is op te schuiven, maar dat er wel degelijk deals te sluiten zijn. Hij doet dat op een moment dat, zo bleek deze week, de bereidheid om met uiterst rechts samen te werken groot is in Den Haag.

Overigens is het nog maar de vraag of Markuszower met de AOW krijgt wat hij wil. De motie werd aangenomen, onder meer dankzij steun van de coalitiepartijen, JA21 en FVD. PVV en GroenLinks-PvdA stemden tegen. Minister Hans Vijlbrief (Sociale Zaken, D66) zei op vrijdagochtend tegen journalisten dat de motie wat hem betreft niets verandert aan de plannen: „We gaan helemaal niks afzwakken.”

Lees het hele artikel