Rob Jetten is zeer welkom bij de techsector, maar er wordt niet echt naar hem geluisterd

5 uren geleden 2

„Rob Jetten doet áltijd wat hij zegt”, meent Annabelle Vultee, directeur van online trainingsplatform Goodhabitz. „Altijd.” En straks gaat de aanstaande premier van D66 leiding geven aan „het meest tech-georiënteerde kabinet dat we óóit hebben gezien”. De 450 aanwezigen klappen bij dat vooruitzicht, tijdens de eerste paneldiscussie op de State of Dutch Tech-conferentie in Den Haag.

Op deze conferentie komen ondernemers, beleidsmakers en lobbyisten uit de technologiesector samen. De coalitie van D66, VVD en CDA wil hen een duwtje in de rug geven. In het coalitie-akkoord staat: „Baanbrekende ondernemingen moeten weer groot kunnen worden in Nederland.” De coalitie wil „investeringen losmaken” en het „vestigingsklimaat versterken”. 

Jetten maakt zich daarmee populair op de conferentie. Maar helemaal soepel beweegt de aanstaande premier zich nog niet in de wereld van startups en durfkapitaal. Tijdens de paneldiscussie komt Jetten amper aan het woord. Moderator Vultee is vooral zélf aan het vertellen wat vervelend is voor haar als ondernemer, zoals ontslagregels. Het andere panellid naast Jetten, voormalig ASML-directeur Peter Wennink, legt aan Jetten uit hoe die de economie toekomstbestendig moet maken. Hoe de aanstaande premier daar zelf over denkt, dat lijkt Wennink noch Vultee veel te interesseren. 

Wat Jetten er nog tussen weet te krijgen, is dat Nederland meer „risk appetite” moet tonen. Hij belooft Nederland „binnen een jaar” van het stikstofslot te halen. „I’m pretty sure: ‘Het kan wel’.” Wennink complimenteert hem, en neemt het woord weer. Daarna is het panelgesprek van een halfuur alweer zo’n beetje voorbij – Jetten is een paar minuten aan het woord geweest. Techlobbyist en sectormascotte prins Constantijn van Oranje komt het podium op om Jetten te bedanken.

Lees ook

‘Nederland moet 151 tot 187 miljard investeren’, concludeert Wennink-rapport

Peter Wennink, voormalig bestuursvoorzitter ASML

Grote dichtheid van AI-talent

De optimistische toon waarmee Jetten D66 in oktober vorig jaar voor het eerst de grootste partij van Nederland maakte, is lastig terug te vinden in het jaarlijkse rapport The State of Dutch Tech, waarin de Nederlandse technologiesector wordt ontleed. In het rapport, dat woensdag aan Jetten werd overhandigd, staat dat Nederlandse AI-bedrijven langzamer groeien dan concurrenten in andere Europese landen. Van de durfinvesteringen in Nederland gaat 27 procent naar AI-bedrijven, tegenover 32 procent in de EU en zelfs 60 procent in de Verenigde Staten. Slechts een op de vijf startups wordt in Nederland een ‘scale-up’. 

Alleen de allergrootste spelers komen aan kapitaal, de kleintjes niet. Dat is heel zorgwekkend

De reden, aldus het rapport, is een gebrek aan durfkapitaal. Die boodschap is al vaak verkondigd, onder meer in rapporten van Techleap, de netwerkorganisatie die onder leiding van prins Constantijn startups, investeerders, overheden en ondernemers bij elkaar probeert te brengen. Maar er verandert „niet zoveel”, zegt Van Oranje. Sterker nog, zegt mede-oprichter van techbedrijf Cradle Jelle Prins: „Het is alleen maar erger geworden.” Want: „Hoewel er meer durfkapitaal naar techbedrijven ging [11 procent meer dan vorig jaar] is het naar mínder bedrijven gegaan.” Oftewel: „de allergrootste spelers” komen aan kapitaal, de kleintjes niet. „Dat is heel zorgwekkend.”

Nieuw in het rapport is een apart hoofdstuk over AI. Driekwart van de investeringen in Nederlandse AI-initiatieven komt uit het buitenland, staat daarin. Van Oranje vindt het wél hoopgevend dat Nederland beschikt over relatief veel „AI-professionals” – in het rapport gedefinieerd als iedereen die dagelijks AI-tools gebruikt of ontwikkelt. Dat zijn er 10,9 per 10.000 inwoners. „We blijken de grootste dichtheid van AI-talent in Europa te hebben”, zegt Van Oranje. Maar dat zegt volgens Jelle Prins niet alles. „Het talent ís er, maar richt zelf vaak geen nieuwe bedrijven op en werkt vaak niet bij startups.” 

Die werknemers werken vooral bij grote ondernemingen, dat is ook buiten de techsector zo (70 procent). Maar volgens Van Oranje ontstaat „innovatie vaak juist bij startups”. Volgens Prins kun je personeel in Nederland „niet goed betalen in opties”. Startups in andere landen belonen op die manier hun personeel, wanneer ze nog weinig geld hebben. Vanaf 2027 wordt het wél mogelijk personeel in aandelen te betalen.

‘Snellius’, een supercomputer in Amsterdam die een eigen AI-model probeert te bouwen.

‘Snellius’, een supercomputer in Amsterdam die een eigen AI-model probeert te bouwen.

Foto Olivier Middendorp

Europese regelgeving

Het is een beginnetje, maar er is nog veel werk aan de winkel voor de Nederlandse politiek om de techsctor te faciliteren, vinden de aanwezigen in de Haagse Fokker Terminal. Een van die politici is Vincent Karremans, demissionair minister van Economische Zaken (VVD). Hij beklimt na Rob Jetten het podium, voor een één-op-één-interview. Karremans, zelf voormalig techondernemer, is in zijn element. Hij spreekt het techtaaltje. „Nederlandse startups zijn supergrote vissen in een veel te kleine vijver”, zegt hij. „Die vis moet zwémmen.” Hij bedoelt: Nederlandse startups moeten kunnen uitbreiden naar de rest van Europa om te kunnen groeien, en dus moet er algemene Europese regelgeving komen. Anders moeten ondernemers zich per land aan een andere bureaucratie aanpassen. 

Dát is de belangrijkste taak voor de minister van Economische Zaken, vindt Karremans. Maar zelf zal hij die missie niet vervullen: hij wordt minister van Infrastructuur en Waterstaat. „Mijn nieuwe hobby wordt treinen en auto’s, en dat soort dingen. Ook leuk.”

Karremans geeft toe dat hij het „heel leuk had gevonden” om minister van Economische Zaken te blijven. Ook prins Constantijn vindt het jammer dat Karremans vertrekt. Op het podium neemt hij namens de sector afscheid. Hij geeft Karremans, die binnenkort opnieuw vader wordt, een rompertje met het logo van Techleap erop. Zodat zijn baby vanaf de geboorte bij de „Techleap-maffia” hoort. 

En dan, serieuzer: „Meneer Karremans. Vincent. Dit is een persoonlijk vaarwel.” Prins Constantijn bedankt Karremans, die in zijn maanden als minister van Economische Zaken meer zou hebben gedaan dan veel van zijn voorgangers in jaren.

Lees ook

Groeiende kritiek op de manier waarop Peter Wennink in zijn rapport met cijfers omspringt

Peter Wennink tijdens de presentatie van zijn rapport in perscentrum Nieuwspoort in Den Haag.
De journalistieke principes van NRC
Lees het hele artikel