In de vroege jaren zeventig deed de Portugese schrijver António Lobo Antunes dienst als arts in Angola, tijdens de koloniale oorlog die Portugal tegen dat land voerde. Het was een oorlog die dertien jaar duurde (1961-1974). De tijd tussen januari 1971 en januari 1973 die Lobo Antunes in Afrika verbleef, tekende hem voor zijn leven. Hij schreef een oeuvre van meer dan dertig boeken, was kandidaat voor de Nobelprijs voor Literatuur en zijn werk werd wereldwijd vertaald. Op 5 maart overleed hij op 83-jarige leeftijd.
Lobo Antunes werd op 1 september 1942 in Lissabon geboren, in de wijk Benefica. Na zijn middelbare school studeerde hij medicijnen en psychiatrie in de Portugese hoofdstad. Zijn opleiding bracht hem als geneeskundige naar het oorlogsgebied waar Portugal een uitzichtloze strijd voerde tegen Angolese bevrijdingsbewegingen. Die oorlog is hem zijn leven lang blijven achtervolgen, het is een verschrikking waaruit je nooit meer terugkeert, zoals hij het zelf formuleerde.
In die tijd in Angola schreef Lobo Antunes brieven aan zijn vrouw, die later werden gebundeld onder de titel Mijn winterkat mijn lief (2005), zoals de schitterende Nederlandse vertaling door Harrie Lemmens luidt. Hoewel de censuur zijn brieven aan zijn grote liefde Maria José Xavier de Fronseca e Costa napluist, getuigen zijn epistels van heftige kritiek op het Portugese regime en van grote sociale bewogenheid. In een enkele magistrale zin, genoteerd 26 maart 1971, geeft hij zijn literaire en maatschappelijke drijfveren prijs: „Ik wil dat het (boek in wording, red.) iets sarcastisch tragisch wordt, een natuurlijk portret van onze bittere Portugese hoedanigheid, iets baroks dat bruist van leven, en hopelijk lukt me dat.” Sarcastisch, tragisch, barok, bruisend van leven en bitter: allemaal sleutelwoorden in zijn imposante oeuvre, waarvan de stijl onthutsend knap en virtuoos is. Lobo Antunes bespeelt de taal en vooral de klankrijkdom van taal als geen ander.
Verpleger in een psychiatrisch ziekenhuis
Zijn leven lang combineerde Lobo Antunes zijn roeping als medicus met zijn roeping als schrijver. Hij wilde van jongs af aan auteur worden en schreef vanaf zijn achtste verhalen, gedichten, zelfs naar eigen zeggen ‘romans’, maar zijn vader, een vooraanstaand neurochirurg, dwong hem een fatsoenlijks beroep te kiezen en stuurde zijn zoon naar de faculteit geneeskunde van de Universiteit van Lissabon.
Zijn debuut komt in 1979 uit, Memória de Elefante (‘Olifantengeheugen’) en in datzelfde jaar Os Cus de Judas (‘De judaskus’). In 1980 verschijnt Conhecimento do Inferno (‘Kennis van de hel’), een verslag van de traumatische oorlogstijd en zijn jaren als verpleger in een psychiatrisch ziekenhuis, een ‘gekkenhuis’ zoals hij het noemt. Volgens vertaler Lemmens in het Nawoord van Mijn winterkat mijn lief heeft Lobo Antunes direct zijn stijl gevonden: „Schreeuwend, fluisterend, geselend, met een overdaad aan beelden die over elkaar heen buitelen, alsof hij ze uit zijn hoofd wil smijten.”
Drie boeken in amper twee jaar tijd: Lobo Antunes gold als een literaire storm die plots in alle hevigheid opsteekt. Maar ondertussen had hij wel enorm hard doorgeschreven.
Verwijzing naar Céline
Mede dankzij zijn vader had hij kennis gemaakt met de wereldliteratuur. De schrijvers die hem beïnvloedden waren William Faulkner, Jack Kerouac, Joseph Conrad, Louis-Ferdinand Céline en de Welshe dichter Dylan Thomas. Deze auteurs vormden voor hem geen willekeurig rijtje lievelingsschrijvers. Wat hen bindt is dat ze proza schrijven als een bewustzijnsstroom, een stream of consciousness. Het is deze stijl die Lobo Antunes tot in de perfectie in zijn latere werk zou beheersen. Niet voor niets heet een van zijn romans Reis naar het einde (2016), een niet mis te verstane verwijzing naar Célines befaamde roman Reis naar het einde van de nacht (1932).
Naarmate zijn oeuvre groeit, met een ongekende rijkdom aan thema’s en motieven, waarvan pijn en woede de belangrijkste zijn, zowel in maatschappelijk-sociaal als persoonlijk opzicht, ontpopt Lobo Antunes zich als een taalmagiër, een klankkunstenaar die zinnen bouwt die zich voortslingeren over de bladzijden. Hij was ook een man van het theater en het toneel. Zo hield hij van de Russische schrijver Tsjechov, die hij roemde omdat hij in staat was „de vreugde en misère van de menselijke staat” in zijn toneelstukken op te roepen.
En wat Lobo Antunes’ stijl betreft, zijn roman Voor wie in het donker op mij wacht (2016) is een weergaloze evocatie van een oudere vrouw, ooit toneelspeelster, die terugblikt op haar leven in een hallucinerende gedachtestroom. Als lezer geef je je gewonnen bij haar relaas over vroeger – een tijd die voorbij is. Maar doordat haar taal tot leven komt, luister je ademloos.


/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/03/05220210/050326BUI_2032075502_Straatbeeld_Dragend.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/03/05203112/050326VER_2032081390_Keijzer.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/03/05173056/050326VER_2032033139_rechter.jpg)


/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/03/02125523/020326BIN_2031383570_vlieland1.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/03/03125407/030326CUL_2031852036_1.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/03/02125001/030326BIN_2031523758_maastricht1.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/03/03093353/030326BUI_2031971971_1.jpg)
English (US) ·