Van heksenbezem tot kunststof hoesje – het belang van het vegen in curling

12 uren geleden 1

Superbezems waren het en Wouter Gösgens keek zijn ogen uit. Het was 4 oktober 2015 en de Nederlandse curler, die tegenwoordig aanvoerder is van het nationale team, was destijds zeventien jaar oud. Tijdens een groot internationaal toernooi in Basel speelde hij in de finale tegen het team van Brad Gushue, een grootheid in het curling. In Canada is een snelweg naar hem vernoemd.

Gösgens: „Hij wisselde voortdurend van bezem, wat totaal ongewoon is in curling. Iedereen vroeg zich natuurlijk af waarom hij dat deed, wat er zo speciaal was aan die bezems.”

Gösgens herinnert zich dat enkele stenen die Gushue wierp niet de bekende kromming maakten, de ‘curl’ waar de sport zijn naam aan dankt. „Niet veel later bleek correct wat Gushue al langer beweerde: er waren nieuwe bezems op de markt waar je de steen eerder en harder mee kon laten afbuigen. Soms vertoonde de steen zelfs geen enkele kromming meer, wat echt totaal ongekend was.”

Gushue won het toernooi. Hij won in die dagen nagenoeg alles. Hij gebruikte de superbezems om ze, paradoxaal genoeg, te laten verbieden.

Om dat te begrijpen is een korte uitleg nodig over de sport. Het olympische toernooi start al deze woensdagavond, twee dagen voor de openingsceremonie van de Olympische Winterspelen in Milaan.

In curling gaat een geworpen steen nooit helemaal rechtdoor: mik je op het midden, dan mis je. En dan het vegen. Dat is bedoeld om de toplaag van het ijs een tikje te verwarmen. Daardoor ontstaat een watervliesje die de wrijving tussen steen en ijs vermindert. Het effect: de steen glijdt langer door. Omdat de stenen de weg van de minste weerstand zoeken is zelfs hun richting enigszins te manipuleren met het vegen. Niet voor niets haalde dit eindeloze geveeg opvoedkundige commentaren. Sterker, voor veel Nederlanders is het woord ‘curlingouders’ bekender dan de sport.

In Nederland is het woord ‘curlingouders’ bekender dan de sport

Een van de twee schilderijen van Pieter Bruegel uit 1565 met een vroege verwijzing naar het  curlingspel.

Een van de twee schilderijen van Pieter Bruegel uit 1565 met een vroege verwijzing naar het curlingspel.

Beeld Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België, Brussel

Schilderijen van Pieter Bruegel

Maar ondanks die onbekendheid in landen als Nederland is de sport al eeuwen oud, aanzienlijk ouder dan populaire sporten als honkbal, voetbal en basketbal. Al zeker sinds 1565 spelen mensen een soortgelijk spel, eisschiessen, zoals te zien op twee schilderijen uit dat jaar, beide van Pieter Bruegel. Een geschreven bron, gevonden in een Schotse abdij, vermeldt de sport zelfs nog eerder, in 1541. Toegegeven, bij dat spel is nog geen sprake van bezems, wel van platte stenen met handvatten die door spelers naar een doel worden geschoven.

Eenmaal mét bezems groeit Canada uit tot grootmacht in de sport. Vergelijk het met de Nederlands werelddominantie in het langebaanschaatsen. Waar Nederland 21 procent van alle medailles in die sport op alle winterspelen heeft gewonnen, ligt dat percentage bij Canada op 24 procent van alle curlingmedailles.

Live

Sorry, het lukt niet om de video af te spelen.
of probeer het later nog eens.

Canadese curlers in Quebec vegen met de traditionele strobezems in 1967.

video getty images

Dus als 2015 aanbreekt is Brad Gushue, de sterkste Canadees van dat moment, gewend vaak en veel te winnen. Des te groter de verbazing als die reeks overwinningen plots stokt. Hij begint zelfs van teams te verliezen die hij zijn leven lang had verslagen. Ligt het aan hemzelf? Onwaarschijnlijk: hij ziet hoe tegenstanders de stenen dingen laten doen die volgens hem nagenoeg onmogelijk zijn.

Als hij in het voorjaar aan de andere kant van de wereld ook van Koreanen begint te verliezen, begrijpt hij dat er meer aan de hand is dan tactiek en teamspel. „Ik ging eens goed kijken wat die Koreanen deden dat ze eerst niet deden.”

Gushue zegt dit in een ijzersterke podcast, twee jaar geleden gemaakt door het Canadese CBS. Titel: Broomgate: A Curling Scandal. De zes afleveringen vertellen het verhaal, horen we maker John Cullen zeggen, „over een bezem die de sport bijna de nek om draaide”. Wat de podcast op spanning zet is dat de maker medeschuldig is. Hij speelde ooit zelf op hoog niveau en hij bracht de eerste superbezem op de markt. 

Dat zijn de bezems gebruikt door de Koreanen. De kop van die bezems was van bijzonder stijf materiaal, iets nieuws, met een gecoate, waterdichte synthetische toplaag op de hoes. Daardoor bewerkte die het ijs als een soort geavanceerd schuurpapier. In gewoon Nederlands: wat voorheen eindeloos boenen vergde, kon nu in een enkele gemikte veeg – en nog met meer effect ook.

‘Besturen met een joystick’

Met nieuwe schaatspakken komen snellere tijden. Met betere bezems is er bij curling, zo vreest Gushue, geen bal meer aan. Want iedereen die serieus gaat trainen met de wonderbezems zal de stenen overal kunnen neerleggen waar die maar wil. „Het is alsof je de stenen bestuurt met een joystick”.

Dat is niet waarom hij een groot deel van zijn leven besteedde aan curling. Hij stelt zijn collega’s en de World Curling Federation voor om de superbezems te verbieden, maar die geven geen gehoor. Collega’s voelen zich beschuldigd van vals spel. Dan besluit hij zelf wedstrijden te gaan spelen met de bezems. Hij wil de curlingwereld laten zien wat daarmee allemaal mogelijk is. Dat is waar Wouter Gösgens als zeventienjarige getuige van was. Net als van de hoogoplopende spanningen tussen ’s werelds beste curlers. De podcast laat goed horen: er was niets over van de gemoedelijke sfeer waarin topcurlers doorgaans over de wereld reisden om hun wedstrijden te spelen.

De bekendste Canadese curler Brad Gushue in actie in november vorig jaar. Hij won in 2006 een gouden medaille bij de Winterspelen van Turijn met het mannenteam. Gushue is inmiddels gestopt en doet niet mee in Milaan.

De bekendste Canadese curler Brad Gushue in actie in november vorig jaar. Hij won in 2006 een gouden medaille bij de Winterspelen van Turijn met het mannenteam. Gushue is inmiddels gestopt en doet niet mee in Milaan.

foto Darren Calabrese/ANp

Er moest iets gebeuren en in het voorjaar van 2016 komen de belangrijkste spelers en bondsbestuurders bijeen in het Canadese Kemptville. In deze ‘sweeping summit’ worden vijftig verschillende bezemkoppen en veegtechnieken onderzocht, met hulp van de nationale onderzoeksraad van Canada en met inzet van een robot. Die speelt voortdurend stenen met dezelfde vaart en in dezelfde richting. En dan maar vegen.

Het merkwaardige was: er waren eerder nauwelijks regels. Meer dan honderd jaar zat er nauwelijks ontwikkeling in het speelmateriaal. Foto’s van de eerste Winterspelen in 1924 in Chamonix tonen spelers met strobezems, noem het een klassieke heksenbezem. Foto’s uit de jaren vijftig tonen dezelfde bezems. Pas in de jaren tachtig verandert er iets, met een soort folie over de uiteinden van die klassieke bezems. Daarna komen de zwabbers die we nu zien, met een platte wendbare borstelkop. 

Verbod op afremmen

Na drie dagen testen komt er een oplossing die iedereen accepteert. Alle bezemkoppen moeten worden verpakt in een en hetzelfde kunststof hoesje. Het ding is van een sterk geweven nylon, met de naam „Nylon Oxford 420D”, het is slijtvast en, belangrijker, gedraagt zich op ijs bijzonder consistent. Het maakt niet uit hoe hightech de bezemkop onder het hoesje is, met het hoesje verliest die iedere magie.

Scheidsrechters beloven streng toe te zien op gebruik van het hoesje. 

Iedereen tevreden. En toch, legt de directeur van de Nederlandse curlingbond uit, is de geest uit de fles. Jiska Kortekaas: „In Canada is curling echt een hele grote sport en dus blijven fabrikanten en spelers zoeken naar nieuwe materialen en technieken. Zo hebben we onlangs van de wereldbond weer een nieuwe regel gekregen: een verbod op the knifing orientation.”

Bedoeld wordt een harde felle beweging met de bezem om de steen af te remmen. Dat is niet de bedoeling: vegen dient om stenen verder te laten komen.

Het Britse team bij de eerste Olympische Winterspelen in 1924, in het Franse Chamonix.

Het Britse team bij de eerste Olympische Winterspelen in 1924, in het Franse Chamonix.

Getty Images
De Britse Jennifer Dodds veegt tijdens de vorige Spelen in Beijing (2022).

De Britse Jennifer Dodds veegt tijdens de vorige Spelen in Beijing (2022).

LILLIAN SUWANRUMPHA/AFP

En de bezems? Wouter Gösgens, nu 27 jaar oud, vertelt hoe enkele fabrikanten zo’n twee jaar geleden met prestatie-bevorderende borstelkoppen kwamen die zelfs effect hebben mét het verplichte gele hoesje erom. Vijftien topspelers kwamen daarop met een voorstel voor ‘fair play in curling‘. De Canadese pers schreef al over „broomgate 2.0”. Gösgens: „De discussie over materiaal zal vermoedelijk nooit meer helemaal gaan liggen.”

De discussie over materiaal zal vermoedelijk nooit meer helemaal gaan liggen

Gösgens heeft zich bij het laatste kwalificatietoernooi in december nét niet geplaatst voor de Spelen. De teller Nederlandse deelnames blijft daarmee op nul staan. Gösgens heeft er stevig de smoor in. Even overwoog hij zelfs niet naar de Spelen te gaan kijken, op tv. „Maar de tijd doet veel. We zijn nu twee weken verder en ja, het is wel mijn sport he?”

Al sinds zijn tiende speelt en traint Gösgens op de enige officiële curlingbaan van Nederland, in Zoetermeer. Er zijn nog vijf andere banen, maar daarop wordt ook geschaatst, wat het ijs ongeschikt maakt voor curlen op hoog niveau. Op die banen vinden vooral zogenoemde clinics plaats. Meestal zijn dat bedrijfsuitjes.

Die vertalen zich helaas nog niet uit in meer reguliere spelers, zegt Jiska Kortekaas. Zij hoopt nu op de Spelen. „Ook mensen die nog nooit een wedstrijd hebben gezien, zullen ontdekken hoe spannend het kan zijn. Het is gewoon prachtig om te zien hoe in het eindspel spelers, via de stenen van de ander, nog alles overhoop kunnen gooien. Curling is echt een spectaculaire sport.”

De journalistieke principes van NRC
Lees het hele artikel