‘Vriend, dit is een drug: één keer roken en je bent de lul’

2 dagen geleden 3

Kijk, iemand met gebogen rug en het hoofd voorover. Goed opletten, want zo lopen crackgebruikers vaak. Uit schaamte, omdat ze liever niet aangekeken willen worden, maar vooral omdat op de grond nog weleens een kruimel ligt van een bolletje crack – niet veel, maar je kan het in je pijp stoppen en roken.

Kijk, iemand met wondjes op armen en oren. Crack doet je bloed zo snel stromen dat je het gevoel kunt krijgen dat er beestjes onder je huid kruipen. Beestjes die je weg wil krabben.

Ella Bowler (26) kijkt, dat is haar vak. Wat de veldwerker ziet, zien maar weinig anderen, ook omdat die vaak niet wíllen zien waar zij juist aandacht voor heeft: de wereld van goedkope harddrugs.

Ella kijkt naar de grond in het park. Liggen er bierblikjes? Heroïnenaalden? Kleine plastic zakjes, ongeduldig opengescheurd? Hulpverlening op straat heeft veel weg van recherchewerk. Etensverpakkingen en afval kunnen betekenen dat iemand tussen die bosjes woont. Condooms kunnen wijzen op sekswerk. Waar wandelaars met hun aangelijnde honden met een grote boog omheen lopen, daar gaat Ella Bowler juist op af.

De gebruikers die ze tegenkomt, begroet ze met een boks. Ze vraagt hoe het gaat. Gebruik je? Wat dan? Hoe is de kwaliteit? Ze vraagt: heb je een aansteker nodig? Zeefjes, die je op elkaar legt in je pijp zodat je geen as oprookt? Een wasknijper om je pijpje neer te kunnen zetten? Al die spullen zitten in het voorvakje van haar rode rugzak. Het is wisselgeld voor een gesprek met mensen die meestal geen zin hebben om met buitenstaanders te praten. Misschien kan ze hen doorverwijzen naar een arts. Misschien hoort ze dat er gevaarlijke versnijdingsmiddelen of nieuwe drugs rondgaan.

Ella heeft haar wenkbrauwen in een patroon geverfd, bruine en lichtoranje strepen. Aan de rits van haar oranje vest hangt een Lego-poppetje, een cowboy. Ze is net naar de kapper geweest en nu zit haar haar als dat van een kraker, vindt ze: de zijkanten kort, achter wat langer. Helemaal tevreden is ze niet. „Ik vind het een beetje saai om zo op één ding te lijken, snap je? Ik wil niet dat je aan mijn haar al kan zien waar ik op stem.”

Van jongs af aan komt Ella al in Amsterdam, op bezoek bij haar stiefvader – een schilder, die een kwartetspel over verschillende soorten drugs maakte. Maar pas toen ze in 2021 als antropologiestudent stageliep bij stichting Mainline, een organisatie die veldwerk doet met drugsgebruikers op straat, openbaarde een onzichtbare stad zich aan haar. De stad van inloophuizen, winteropvang, gaarkeukens, van plaatsen die verstopt zitten tussen het normale leven van de Wallen, de seksshops, snackbars en cafés.

De aanstekers, zeefjes en wasknijpers in het voorvakje van haar rode rugzak zijn wisselgeld voor een gesprek

Bij het laatste inloophuis waar Ella die middag komt, hangt een briefje aan de deur: „Sorry, we zitten helaas vol.” In de vijf jaar dat ze dit werk doet, heeft Ella veel zien veranderen: meer mensen zoeken hulp, opvanglocaties en afkickklinieken zitten overvol, en veel van de mensen die op straat wonen zijn crack gaan gebruiken.

Onder de gebruikers zijn veel arbeidsmigranten en ongedocumenteerde asielzoekers. Het zijn mensen, zo ziet Ella, die moeilijk in beeld komen bij instanties, of die door hun gebruik – crack kan agressief en achterdochtig maken – overlast veroorzaken op straat of in parken. Regelmatig wíllen gebruikers helemaal niet geholpen worden. Niet door iedereen, in ieder geval.

Een flash van vijf minuten

Afgelopen oktober publiceerden onderzoeksinstituut Trimbos en stichting Mainline, waar Ella Bowler en haar collega Has Cornelissen (49) werken, samen een rapport over het verslavende en destructieve crack. In tien jaar tijd is de drug heroïne voorbijgegaan als meest gebruikte illegale drug.

Crack – ook wel basecoke – is een bewerkte, rookbare vorm van cocaïne. Het geeft hetzelfde euforische gevoel als snuifcoke, maar doordat crack sneller in het bloed wordt opgenomen, zijn de effecten intenser – en dus verslavender. In Nederland roken naar schatting bijna dertigduizend mensen het wekelijks, bleek uit het rapport, ongeveer evenveel als er heroïneverslaafden waren in de epidemie van de jaren tachtig. Waarschijnlijk is het aantal gebruikers inmiddels hoger: Ella en Has namen de enquêtes voor het onderzoek af in 2023.

De cocaïne wordt fijngesneden.

foto mona van den Berg

Een gebruiker laat zijn basepijp zien.

foto mona van den Berg

Verrast waren ze niet door de cijfers. Mainline is de enige organisatie die door het hele land contact zoekt met drugsgebruikers, ze zien en horen al jaren dat de drug in opmars is. 

Dat komt voor een deel door een groeiend aanbod. Omdat de Europese markt werd overspoeld door cocaïne uit Colombia, bleef de straatprijs ondanks de inflatie 5 euro per bolletje van 0,1 gram. Wie in één keer een grotere hoeveelheid koopt, krijgt bij sommige dealers kwantumkorting en betaalt 3 euro per bolletje – toch zijn gebruikers zo honderd tot tweehonderd euro per dag kwijt. Basecoke, vertellen gebruikers, geeft een flash, voor zo’n vijf minuten lijken honger en kou te verdwijnen. Has: „Je voelt je even de koning, terwijl je je daarvoor een loser voelde.”

Bankschroef en metaalzaag

„Is dit de drugsworkshop?” Terwijl Has nog bezig is zijn gereedschap en flyers uit te stallen, komen de eerste bewoners van de Leger des Heils-locatie al aangesneld. Het is een waterkoude vrijdagmiddag in januari, maar in de gemeenschappelijke ruimte is het benauwd warm. Aan de leestafel begint een man aan zijn tweede pak appelsap. Bewoners lopen onrustig naar binnen, weer naar buiten om te roken, dan weer naar binnen.

De opvang is „een natte locatie”, zei Has van tevoren. Jargon voor: hier wordt veel drugs gebruikt. 

Een zeventiger met een zonnebril werpt een blik op de folders, metalen buizen, vijlen, de bankschroef en de metaalzaag die Has heeft neergelegd. 

„We gaan pijpjes verlengen!”, zegt Has. „Roken jullie crack?” Een man in een Tom en Jerry-shirt gniffelt en knikt naar een medebewoner: „Die is getrouwd met mevrouw De Bruin en gaat vreemd met dame De Wit.” Bruin: heroïne, wit: crack. De zeventiger met zonnebril haalt zijn schouders op. Hij is al meer dan vijftig jaar aan de drugs, zegt hij. „Ik schaam me er niet meer voor, ik geniet gewoon.” Hij tovert zijn pijpje tevoorschijn. „Ik gebruik haar al heel mijn leven. Ze heet Gerda.”

„Nou”, zegt Has, „zullen we Gerda dan maar wat mooier maken?”

Een gebruiker laat zijn basepijp aan Has zien.

Foto Mona van den Berg

Has van Mainline geeft informatie over veiliger gebruik.

Foto Mona van den Berg

Has heeft een grijzende baard en hippe bril met groot vierkant montuur. Al in de jaren negentig, toen hij nog natuurkunde studeerde in Amsterdam, organiseerde hij demonstraties voor regulering en tegen de ‘war on drugs’. Alsof hij nog voor de klas staat – na zijn studie gaf hij jarenlang natuurkunde op een middelbare school – pakt hij er een poster bij die hij heeft meegenomen, met daarop een doorsnede van de longen. Hij legt uit waarom COPD een van de meest voorkomende bijeffecten van crack roken is. „Door te korte pijpjes koelt de rook tussen het kopje en je mond niet af, waardoor de lucht die je inhaleert heet is en de longhaartjes aantast. Dat kan voor chronische ademhalingsproblemen zorgen.” 

Het was, een tijd terug, Has’ eigen idee: door het pijpje open te draaien en er een extra stuk metaal tussen te zetten, kun je het makkelijk verlengen. En dat – hij wendt zijn blik naar een medewerker van Leger des Heils, die bedenkelijk meekijkt – „scheelt ook jou en mij een boel zorgkosten.” Zo’n 1.400 euro per patiënt per jaar, zegt Has. „Als de COPD-patiënt geopereerd moet worden zelfs twee ton.” 

Harm reduction, dat is het idee achter de aanpak van Has en Ella: schade beperken. Verslaafd zijn deze mensen toch wel, redeneren ze. Dan kunnen ze beter veilig gebruiken – met een langere crackpijp, bijvoorbeeld, en met zeefjes in de pijpenkop zodat ze geen as inhaleren. Ook overlast voor de buitenwereld beperken geldt als harm reduction. Denk aan een gebruikersbus, waarin dakloze gebruikers in een afgesloten ruimte drugs kunnen roken en injecteren, waardoor gebruik minder overlast geeft en gecontroleerd gebeurt.

De oorsprong van harm reduction ligt in de heroïnecrisis van de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw. Duizenden vooral jonge Amsterdammers raakten ernstig verslaafd aan heroïne die via Aziatische dealers op de markt kwam. Op het hoogtepunt ging er in Amsterdam om de paar dagen iemand dood door overdoses, sommige plekken in de stad waren haast onbegaanbaar vanwege de dealers en gebruikers. In andere landen werden gebruikers gedwongen naar afkickklinieken gestuurd, maar in het progressieve Nederland niet.

In plaats daarvan daalde het besef in, met dank aan gebruikers die zich verenigden in zogenoemde ‘junkiebonden’, dat sommige mensen nooit zullen of kunnen stoppen. ”En dat je als overheid dan maar beter kan aansturen op schadebeperking,” zegt Gemma Blok, experts op het gebied van het Nederlandse drugsbeleid en hoogleraar geschiedenis van de psychiatrie aan de Universiteit van Utrecht. Eind jaren zeventig begon de gemeente Amsterdam te experimenteren met methadonverstrekking, een minder schadelijk alternatief voor heroïne. Voor wie dat niet werkte, werd in het uiterste geval zelfs heroïne op recept beschikbaar gesteld.

„Dat was een succesverhaal”, zegt Blok. „De overlast nam af, doordat mensen niet meer hoefden te stelen om te kunnen gebruiken en hun gebruik beter onder controle kregen.” 

Maar de afgelopen tien jaar zijn politici er anders naar gaan kijken, ziet Blok, naar schadebeperking en de organisaties die het bepleiten. In 2016, toen ze nog raadslid was in Amsterdam, stelde de huidige VVD-leider en vicepremier Dilan Yesilgöz raadsvragen omdat Mainline drugsgebruik zou „promoten”.

Op het Trimbos-instituut bezuinigt het ministerie van Volksgezondheid de komende jaren zeven miljoen euro, 30 procent van de begroting. Het programma voor de verstrekking van medische heroïne wordt gekort met bijna tweeënhalf miljoen euro. De rijkssubsidie voor Stichting Mainline, waar Ella en Has werken, wordt dit jaar afgebouwd en per 1 januari 2027 stopgezet. „We waren ooit een gidsland wat betreft harm reduction en een pragmatische kijk op het gebruik van drugs in de samenleving,” zegt Daan van der Gouwe van Trimbos. „Nu lijkt de boodschap vooral dat gebruikers maar moeten wegwezen. Dat zie ik bij met name rechtse politici, die niet willen accepteren dat mensen drugs gebruiken. Maar ook bij bewoners die steeds sneller overlast melden.”

Het is „naïef”, zegt historicus Gemma Blok, om te denken dat we harm reduction alleen nodig hadden voor de heroïnecrisis. „Drugsproblemen veranderen met de tijd. Het is daarom belangrijk goed te monitoren en in contact te blijven met mensen die drugs gebruiken. En niet te denken dat je safe bent als land.” Dat is wel wat er nu gebeurt, zegt Blok, „als je naar de subsidies kijkt”.

Een illustratie van de longen die Elle en Has gebruiken bij hun voorlichting.

Foto Mona van den Berg

Fanta-blikje als crackpijp

„Bingo”, zegt Ella. Het is februari, ze loopt door het Rotterdamse Museumpark. Onder een vuilniszak naast het modderige pad blijkt een tas te zijn verstopt. „Ik ga er niet in kijken”, zegt ze, „want ja, respect, maar nu weet ik wel: hier slaapt iemand.” Ze loopt het park door, op zoek. Twee mannen op een bankje. „Waar woon je? Woon je op straat?” vraagt ze een van hen. Nergens, antwoordt hij. Hij is weggestuurd bij de Pauluskerk én het Leger des Heils. 

Naast hem zit een Spanjaard die een basepijp heeft gemaakt van een Fanta-blikje, halverwege ingedeukt met wat gaatjes in de bovenkant. Hij steekt de crack en as aan. Op zijn hand heeft hij een Louis Vuitton-tattoo. Er komt een kleine man aan die in een mix van Engels en Frans naar Ella schreeuwt: „Give me a pipe! Give me a pipe!” Uit haar tas haalt ze een ingepakt cadeautje. Ongeduldig pakt de man het uit, het is een opschrijfboekje. Hij glimlacht en kalmeert zowaar. Zijn vriend tikt hem aan en geeft het Fanta-blikje door. Sorry voor het roken, zegt de kleine man, maar het is zo fijn. „You forget about your stupid life.”

Ronald Buijt, zorgwethouder namens Leefbaar Rotterdam, zei in november tegen regionale omroep Rijnmond dat hij in de stad „onacceptabele overlast” ziet en dat hij een „hardnekkige groep van zeventig verslaafden” van straat wil halen. Mensen die hulp weigeren, moeten dan maar onder druk gezet worden. „Want we zijn het erover eens: soms heb je een beetje repressie nodig om iemand in de zorg te krijgen.” Daarmee bedoelt hij: te laten afkicken. Als het aan de wethouder ligt, komen de drugsgebruikers in opvanglocaties terecht waar ze onder toezicht drugs kunnen gebruiken, met het duidelijke doel ze richting een afkicktraject te bewegen.

Op deze februaridag is het druk op straat – de door de gemeente georganiseerde winteropvang, die opent zodra de temperatuur onder nul zakt, is gesloten omdat er een warmere week aankomt. Iedere dakloze zoekt koortsachtig naar een plek om binnen te slapen. Ella loopt naar een groepje mannen dat bij een inloophuis in de Rotterdamse Agniesebuurt staat te roken. De meesten druipen af als ze dichterbij komt. Zo niet Saïd Tigha, een man met een platte neus en blauwe pet. Hij blijft zitten op een gekantelde fietsmand op de grond. „Je bent van de krant toch”, vraagt hij. „Ik wil iets moois opschrijven, iets over crack.” Hij steekt zijn hand uit voor het boekje en de pen van de verslaggever.

„Mijn naam is crack”, schrijft hij in hoekig, wild handschrift. „Ik verwoest gezinnen en ruk families uit elkaar. Probeer me één keer en misschien laat ik je gaan, maar bij de tweede keer bezit ik je ziel. Ik neem je ouders en je kinderen en alles van je weg.” 

Hij legt even de pen neer en kijkt op. „Weet je hoeveel meisjes ik heb gewaarschuwd”, zegt hij. „Ik zeg het tegen iedereen: neem nóóit een trekje, want bij de eerste ben je de lul. Mensen luisteren niet.” Hij wijst naar een jonge vrouw met lang blond haar. „Ik heb haar honderd keer gewaarschuwd. Al die Polen die nu roken heb ik gewaarschuwd. Ik heb gezegd: ‘Vriend, dit is een drug, één keer roken en je bent driehonderd meter hoog.” Tigha rookt al 37 jaar en is bijna zestig. Hij heeft „oneindig” veel bolletjes per dag nodig, zegt hij. 

Hij begint weer te schrijven. „Ik neem ouders van hun kinderen en kinderen van hun ouders. Je zal alles voor me doen. Ik ben zeer fascinerend. Je zult liegen tegen je moeder, stelen van je vader. Je zult alles doen om me te plezieren en je high te voelen. Je zal alles kwijtraken.”

Bij een van de gebruikers op zijn kamer bij een opvanglocatie van HVO-Querido.

Foto Mona van den Berg

In maart 2024 presenteerde de Rotterdamse wethouder Ronald Buijt een plan voor een speciale opvang voor drugsgebruikers uit andere EU-landen. Zelf noemde hij het „hard met een hart”. „De toename in het aantal daklozen is te herleiden naar EU-arbeidsmigranten,” zei hij. Daarom komt er een speciale opvang met zestig plekken voor Europese daklozen. Ze mogen zes tot acht weken in de opvang blijven en moeten daar kiezen: weer aan het werk, zodat ze voor zichzelf kunnen zorgen, of „meewerken aan terugkeer naar het land van herkomst”. 

De wethouder presenteerde de eerste resultaten van de proef vorige zomer: een „groot deel” van de mensen die in de opvang verbleven – er is plek voor zestig mensen tegelijk – is afgekickt van drank of drugs. Het aantal arbeidsmigranten dat weer aan het werk ging of terugkeerde naar het land van herkomst, steeg door de komst van de opvang. In 2024 werden 317 mensen weer aan het werk geholpen en zijn 355 mensen teruggekeerd – „het merendeel vrijwillig” – naar hun land van herkomst. In 2023 waren dat er nog 228 en 321. „Dit zijn aantallen waar we trots op zijn”, zei Buijt erbij.

Ook de gemeente Amsterdam helpt steeds meer dakloze (arbeids)migranten terug te keren – bijna vijfhonderd gingen vorig jaar terug naar Polen, Roemenië, Duitsland, Hongarije of Spanje. Niet gedwongen, benadrukt een woordvoerder van de verantwoordelijke wethouder, maar „vanuit de zorgkant bezien”. Een deel was verslaafd aan crack, zei burgemeester Femke Halsema eind februari tegen stadszender AT5. „Anders dan bij heroïne en methadon hebben we geen middelen om de problematische groep gebruikers beter te beschermen.” Maar terugkeren werkt niet altijd, zegt een woordvoerder van stichting De Regenboog Groep, die de repatriëringen begeleidt. „20 procent komt uiteindelijk toch weer hierheen.” 

Saïd Tigha knikt naar een zilveren busje dat langsrijdt. Er zitten Oost-Europeanen in die van de speciale opvang van wethouder Buijt naar het centrum van de stad worden gebracht. ’s Avonds worden ze weer afgezet bij de opvang in de buurt van Rotterdam Airport. „Ze komen in Nederland aan met een wijnfles en gaan weg met een pijpje in de hand.” 

Ook Ella valt het op: op straat spreekt ze steeds meer Polen, Roemenen, Bulgaren – mensen die werkten in de bollenteelt, groothandels, de bouw, de zorg. „Op een gegeven moment is het werk afgelopen en dan word je ook meteen je huis uitgezet. Je weet niet wat je rechten zijn, je spreekt de taal niet en je durft ook niet terug naar huis te gaan, want dan voelt het alsof je gefaald hebt.” Op straat hoorde ze van arbeidsmigranten dat ze van hun baas speed kregen om sneller te kunnen werken. „Dan weet je als je op straat belandt al dat je je toevlucht kunt zoeken in drugs.”

In 2024 deed de arbeidsinspectie een verkennend onderzoek naar drugsgebruik op de werkvloer, naar aanleiding van een „toename van meldingen”. Het onderzoek richtte zich op sectoren waar veel arbeidsmigranten in werken en constateerde dat „het sociale isolement” en het „verbeteren van prestaties” belangrijke redenen zijn voor werknemers om drugs te gebruiken. 

Bijna klaar met schrijven, zegt Tigha. Hij noteert: „Mijn kracht is zeer krachtig. Tot je dood ben je van mij. Je zult misdaden plegen in mijn naam.”

Een gebruiker blaast op een apparaat dat zijn longinhoud meet. Veel gebruikers krijgen COPD.

Foto Mona van den Berg

Wil je gratis basecoke?

Als het medisch verstrekken van heroïne in de jaren negentig een uitkomst bleek voor sommige gebruikers, kan crack op recept dan nu een optie zijn? 

Dat is de vraag die op een donderdag begin december op tafel ligt in een container in de tuin van inloophuis Blaka Watra in Amsterdam. Has neemt plaats achter een laptop om gebruikers ernaar te vragen, op verzoek van de gemeente Amsterdam. Mocht er animo zijn, dan is de gemeente bereid te experimenteren met basecoke op recept. 

Het is koud in de container, iedereen heeft zijn jas aan, maar binnen de kortste keren staan gebruikers in de rij om op de stoel bij Has plaats te nemen en de vragen te beantwoorden. In ruil voor hun tijd krijgen ze een VVV- of Gall & Gall-bon van tien euro. Bij eerdere onderzoeken deelde Mainline dat contant uit, maar dat geld, merkte medewerkers al gauw, ging rechtstreeks naar de dealers.

„Heee, daar hebben we onze Belg!” Een man met een grijs sikje komt tegenover Has zitten. Er komen lange, grijze haren onder zijn zwarte, binnenstebuiten getrokken Nike-muts vandaan. Zonder dat Has een vraag stelt begint hij te praten. „Bruin”, zegt de Belg, heeft-ie nódig. Basecoke – wit – vindt hij een luxeproduct. Hij glimlacht. „Maar wel een luxeproduct dat ik elke dag gebruik.” 

Has stelt hem wat standaard vragen. Zijn leeftijd: „46, althans, dat zeggen ze.” Zijn verblijfplaats: „Under the bridge”. Daarna komt de vraag over medische crackverstrekking. „Gratis basecoke, zou je dat willen?”

„Voor mij zou dat een utopie zijn”, zegt de Belg. Hij veert op. „Met de nadruk op pi!” Hij ademt even in. „3,141592…. Oneindig mooi! Oneindig mooi!” Maar ook, zegt hij, opeens ernstig kijkend, „een gouden kooi”. Want eerlijk, zegt de Belg, de enige reden dat hij niet méér crack gebruikt, is dat hij er het geld niet voor heeft. „Meer geld is meer crack. Honderd procent.” 

En wat voor hulp zou je willen, vraagt Has. „Financieel? Medisch? Psychisch?” 

De man plukt even aan z’n sikje. Kijkt naar z’n voeten en kiest dan voor een optie die niet op Has’ lijstje staat. „Sociale hulp.”

„Je zoekt vrienden”, vraagt Has.

De Belg knikt. 

Soms geeft Has subtiel advies tijdens zo’n gesprek, zoals dat je drugs gratis kunt laten testen. Maar, zo weet hij inmiddels, bij deze doelgroep moet je niet te veel willen doceren. Dan denken ze gelijk weer dat ze iets fout doen, en dat horen ze al genoeg. „Dan ben je ze kwijt.”

Een man in een blauwe hoodie ploft neer in de stoel. Hij ziet wel wat in gratis basecoke, zegt hij. Maar mocht er iets van registratie zijn, dan is hij weg. Hij wil wel kunnen blijven „hosselen” – fixen, regelen, aan geld komen voor meer crack. De adrenaline die bij het hosselen hoort is voor hem de helft van het plezier van gebruiken. Hij wil sowieso geen hulp of begeleiding. „Ik wil niet in het systeem.”

Has neemt een kleine hoeveelheid cocaïne mee om naar het lab te sturen om de kwaliteit te controleren. Hij weegt het eerst.

Foto Mona van den Berg

Onder controle

In februari komen de eerste resultaten van het onderzoek binnen. Van de 148 gebruikers die zijn ondervraagd, onder meer door Ella en Has, ziet driekwart wel wat in crack op recept. 15 procent wil niet meedoen, omdat ze niet geregistreerd willen staan als drugsgebruiker of geen zin hebben om dagelijks naar een locatie te gaan. Van de ondervraagden verwacht 20 procent méér basecoke te gaan gebruiken als die gratis wordt verstrekt, 30 procent juist minder.

Wim van den Brink, emeritus hoogleraar psychiatrie en verslaving aan het Academisch Medisch Centrum en hoofdonderzoeker, is positief over de bevindingen uit het vooronderzoek. „Ook als het gebruik hetzelfde blijft, kan de overlast afnemen en de kwaliteit van leven van de gebruikers toenemen.” 

„Als de resultaten positief zijn, kunnen we daarna met een experiment waar gebruikers aan mee kunnen doen,” zegt Van den Brink. Maar vergis je niet: „Voordat crack op recept echt grootschalig ingevoerd kan worden, ben je een paar jaar verder. Dan heb je het over 2030. Tot die tijd moeten we nog iets verzinnen en hebben we harm reduction zeker nodig.” 

Nog geen maand later maakt Mainline bekend dat ze nog voor de zomer zullen stoppen met hun werk. Has en Ella moeten al per 31 maart uit dienst. Zonder de overheidssubsidie die de stichting kreeg, is hun veldwerk niet meer mogelijk.

Het is begin februari en Ella loopt al de hele ochtend te slepen met metalen buizen, vijlen, een bankschroef en de metaalzaag. Ze geeft een workshop in het verlengen van crackpijpjes aan mensen die psychische zorg nodig hebben en verslaafd zijn. De meesten gebruiken crack. Een vrouw tilt haar trui op en toont brandwonden op haar buik. Vroeger had ze een pijpenkopje van aluminium dat op een dag smolt door de hitte van haar aansteker. In de workshopruimte, een zaaltje met een ovale tafel in het midden, pakt een man die zich voorstelt als Richard zelf de zaag. Aan zijn vingers draagt hij twee grote gouden ringen met rode stenen erin. 

Een langer pijpje vindt hij „echt extreem lekker”, zegt hij tegen Ella terwijl hij de zaag erin zet. „Je proeft er niet minder om en je hebt veel minder last van de hitte.” Tegenover hem zit een vrouw met een verschroeide pony. Haar pijpje was zo kort dat haar lokken in de vlam van haar aansteker vielen.

Richard heeft zijn gebruik „onder controle”, zegt hij. Dertig jaar geleden was hij met dit nieuwe pijpje meteen naar buiten gerend, op zoek naar een bolletje crack. Nu niet meer. Hij heeft genoeg spullen – een computer, een tablet, zijn Lego-speelgoed – dus zijn weekgeld, ongeveer vijftig euro, gaat naar drugs. Hosselen en stelen is niet meer nodig. „Meestal haal ik maar een keer per week, omdat ik maar een keer per week geld krijg. Maar ik kan op allerlei manieren onder invloed zijn, ook een dag van alleen koffie, als het moet.”

Omdat Richard al zo lang gebruikt, is clean zijn geen optie, zegt hij. Maar de onrust die gebruikers vaak kenmerkt, is een kwestie van leeftijd, denkt hij. „Je moet er ouder voor worden. Hoewel, sommige mensen zijn al heel oud hier en die willen gewoon niet stoppen. Of ze zijn iets verloren in zichzelf.” Hij kijkt naar het stukje pijp in de werkbank. Ella luistert aandachtig, ze stelt geen vragen. „Ik zal ook wel iets verloren zijn in de loop van de tijd, maar mijn intelligentie zit er nog in”, zegt Richard. „En mijn wil tot overleven zeker.”

Lees het hele artikel