Waar moeten Friese boeren naartoe met al hun mest nu ze minder mogen uitrijden? ‘Het voelt krom en het is krom’

2 dagen geleden 1

Yke Bijlstra (27) praat het liefst in de stal. Hij leunt tegen een muurtje, in blauwe werkoverall, handen in de zakken. Er staan hier 120 melkkoeien en wat jongvee, ze hebben ook nog 26 vleeskoeien, verder op het erf in Drogeham, Noordoost-Friesland. Als een koe begint te poepen wordt hij alert. „Hoor je, hoor je”, zegt hij, en hij klapt in zijn handen. „Zo moet het klinken als een koe poept, klap-klap. Dan is de koe gezond. Goede mest.”

Je moet niet raar opkijken als een boer over goud praat, terwijl hij het over poep en urine heeft. Mest laat het gras sneller groeien, en van dat gras eten de koeien weer. Jaren ging dat in een cirkel rond op de boerderij waar Bijlstra werkt: ze reden alle mest van eigen koeien zelf uit over het grasland rond de boerderij, maaiden het gras als het mals was, en konden dat – deels gedroogd – weer voeren aan de dieren.

Nu lukt dat niet meer. Sinds 1 januari mogen Nederlandse boeren geen extra mest meer uitrijden ten opzichte van hun Europese collega’s. De uitzonderingspositie die Nederland sinds 2004 had, is opgeheven door de Europese Commissie, onder luid maar vruchteloos protest van demissionair minister Femke Wiersma (BBB, Landbouw). Doelen voor (grond)waterkwaliteit heeft Nederland volgens de Commissie onvoldoende gehaald, en daarom is het afgelopen met de voorkeursbehandeling.

De laatste jaren is de hoeveelheid mest die op land mocht worden gebruikt in stappen afgebouwd – nu zijn ook de laatste vrijstellingen opgeheven. Boeren die nog een ontheffing hadden, mogen sinds 1 januari een derde minder mest op het land brengen, vooral om ervoor te zorgen dat er minder stikstof (nitraat) in de bodem komt. Het Europese maximum ligt op 170 kilo stikstof uit dierlijke mest per hectare, terwijl die voor Nederlandse boeren jaren op 250 kilo lag.

Alfons Beldman, die aan Wageningen University & Research onderzoek doet naar melkveehouderij en duurzaamheid, heeft berekend dat sinds dit jaar zo’n 2,2 miljoen kilogram stikstof uit mest minder het land op kan. Dat komt overeen met de mest van ongeveer 140.000 koeien (er zijn 1,5 miljoen melkkoeien in Nederland, en ongeveer eenzelfde aantal vleeskoeien). Niet elke koe produceert evenveel mest, maar het gaat om enorme aantallen vloeibare mest die op de markt komen. Denk aan, grove schatting, 160.000 volle tankwagens – een file van Utrecht tot voorbij Moskou.

Ineens is melkveehouder Yke Bijlstra speler op die mestmarkt. Want mest die je niet kwijt kunt, moet weg. Alternatieven zoals meer grond kopen of minder koeien houden vinden veel boeren niet haalbaar – dat is te duur om hun bedrijf te laten overleven. In sommige provincies, zoals Drenthe of Flevoland, zijn er wel akkerbouwers die de mest kunnen gebruiken om hun gewassen te laten groeien. Daar worden al jaren afspraken gemaakt over het opkopen van mest.

Maar in Friesland, waar traditioneel veel melkveehouders zijn met grasland en weinig akkerbouwers, hebben boeren een probleem: waar moet hun mest naartoe? En kunnen ze het wel betalen om af te voeren? Bijlstra: „Ik vind het heel kwalijk. Nu moeten we straks voer gaan inkopen, terwijl we mest wegbrengen. Dat is toch niet logisch? Ik ben bang dat jonge mensen terugschrikken om een bedrijf over te nemen, omdat de opbrengsten hierdoor dalen.”

Yke Bijlstra in Drogeham.

Yke Bijlstra in Drogeham.

Foto Kees van de Veen

Automatisch de mestkelder in

Jan Teade Kooistra (56) drinkt koffie in zijn keuken, iPad en telefoon bij de hand om het werk van de machines in de stallen te volgen. Hij zit vlak achter de oude stal die er al meer dan honderd jaar staat, gebouwd door zijn voorouders, precies tegenover het witte dorpstorentje van Eagum, iets onder Leeuwarden. 240 melkkoeien heeft hij, ze staan in een relatief nieuwe stal op zijn terrein, gebouwd in 2012. Als het lekker weer is, pakt hij achter het erf een bootje en vaart hij zo het beschermde natuurgebied de Alde Feanen in.

Mest uitrijden mag tot 1 september, en daarna weer vanaf half februari. Nu zit het in de mestkelder, onder de stal. Kooistra voerde altijd al 2.000 kuub mest per jaar af. Daar komt nu iets van 3.000 kuub bij, en de prijs daarvoor is met zo’n 35 euro ook nog eens veel hoger geworden: „Ook de kuubs die we al afvoerden, kosten ons meer geld. Dus we zijn wel 130.000 euro meer kwijt per jaar.”

Boer Jan Teade Kooistra op zijn melkveebedrijf in Eagum.

Boer Jan Teade Kooistra op zijn melkveebedrijf in Eagum.

Foto Kees van de Veen

In mest zitten stikstof, fosfaat, organische stoffen. Een deel daarvan wordt opgenomen door het gewas, maar een deel spoelt de grond in en dat is slecht voor de waterkwaliteit. Dan krijg je algenbloei en zuurstoftekort, vissen die eronder kunnen lijden en mogelijke invloed op het drinkwater. Vorig jaar concludeerde de Unie van Waterschappen, na onderzoek van kennisinstituut Deltares op 172 meetlocaties, dat in de helft van de landbouwgebieden de waterkwaliteit in sloten en beken onvoldoende is.

Sinds midden jaren negentig is de nitraatconcentratie (stikstof) in water dat wegspoelt van boerderijen juist enorm afgenomen – het gaat dus al veel beter dan vroeger, al stagneert die vooruitgang de afgelopen jaren. Wie kijkt naar de Friese meetpunten voor fosfor en stikstof, ziet dat het op veel plekken helemaal niet zo slecht gaat.

Een Friese of Spaanse boerderij

Zo ziet scheidend minister Wiersma het ook, schreef ze in december aan de Tweede Kamer: op de meeste agrarische bedrijven die gebruikmaakten van de uitzonderingsregeling voor mest kwam minder nitraat in het grondwater terecht dan volgens Europese normen mag. Het zijn vaak boerderijen met veel grasland – dat houdt schadelijke stoffen relatief goed tegen. Niet voor niets was veel grasland een voorwaarde om meer mest te mogen gebruiken. Maar volgens de Europese Commissie is het niet genoeg: bij 20 procent van de meetpunten voldoet de waterkwaliteit niet – én op veel plekken verslechtert de situatie de laatste jaren weer.

Het nieuwe kabinet wil natuurherstel bevorderen door rechten voor aantallen dieren en voor fosfaat af te romen als een bedrijf (buiten de familie) overgaat op een nieuwe eigenaar, bleek eind vorige week uit het regeerakkoord van D66, CDA en VVD. Het is nog onduidelijk om welke percentages het gaat. Om meer profijt te halen uit mest die ‘over’ is, wil het kabinet dat wordt geëxperimenteerd met gedroogde vormen, die als exportproduct zouden kunnen dienen. Kippenmest kan bijvoorbeeld al worden omgezet in brandstof, maar met koeienmest is dat moeilijker.

Jan Teade Kooistra in Eagum.

Jan Teade Kooistra in Eagum.

Foto Kees van de Veen

Kooistra loopt zijn erf op. Hij pakt een handje bierbostel – krachtvoer voor de koeien – uit een zak en steekt zijn neus erin. Hij loopt de grote stal in, wijst naar een stevige witbruine koe: „Zie je hoe mooi?” Het doet hem pijn dat voor zijn Friese boerenbedrijf nu dezelfde normen gelden als voor een boer in, hij roept maar wat, Zuid-Frankrijk of Spanje. Terwijl het weer (in een nat jaar is er meer waterverontreiniging), de ondergrond (gras houdt veel vast, in zand spoelt meer weg) en de werkwijze (hoe verdeel je de mest op het land) van de boer enorm belangrijk zijn voor de schadelijkheid van mest in het water.

Kooistra: „Wij willen best meewerken aan verbeteren van het water, dat moet ook, maar kijk naar de metingen per gebied. Er zijn best veel plekken waar het oppervlaktewater goed is, daar zouden we meer mest moeten kunnen uitrijden. Waar het water niet goed genoeg is, moeten we dat eerst oplossen. Nu is het overal gewoon die mest afvoeren en verder niks. Terwijl het gewoon top is, mest, een geweldige voedingsstof.”

Erger nog – Yke Bijlstra begon er in Drogeham ook meteen over – vindt hij dat boeren nu wél weer kunstmest mogen uitrijden, in plaats van gewone mest. Terwijl dat óók slecht is voor het water. Wageningen University berekende enkele jaren geleden dat er tot 2030 door het verliezen van de uitzonderingspositie waarschijnlijk 18 procent minder stikstof en fosfaat uit dierlijke mest in het water zal komen. En inderdaad: er komt ook 3 procent éxtra stikstof in het water door meer kunstmestgebruik, volgens de onderzoekers, maar het water zal desondanks verbeteren, stond in het rapport dat met de Tweede Kamer werd gedeeld.

Kooistra: „Dat zeggen de modellen. Maar wie zegt dat er niet véél meer kunstmest gebruikt gaat worden? In het buitenland snappen ze er werkelijk he-le-maal niets van dat wij nu méér kunstmest gaan gebruiken. Het voelt krom en het is krom.”

Lees ook

De uitkoopregeling voor veehouders had tot drie keer zoveel stikstof kunnen reduceren

De overheid kocht honderden veehouderijen op om de stikstofuitstoot van de landbouw te reduceren.

De politiek wachtte af

Alfons Beldman van de universiteit, niet betrokken bij dat specifieke onderzoek, denkt dat er minder schadelijke stoffen in het water zullen komen, maar begrijpt desondanks de frustratie van boeren. Beldman: „We hebben in Nederland heel lang gedacht dat we die uitzonderingspositie wel zouden behouden. Maar je zag tegelijkertijd dat we qua waterkwaliteit niet de doelen haalden. Als je dan blijft afwachten, komt de klap een keer. Je kunt je afvragen of dat de schuld van boeren is, of dat er op politiek niveau eerder beslissingen genomen hadden moeten worden.”

Melkveebedrijf van boer Jan Teade Kooistra in Eagum.

Melkveebedrijf van boer Jan Teade Kooistra in Eagum.

Foto Kees van de Veen

Nederlandse boeren, zegt Beldman, halen hogere opbrengsten van hun grasland in vergelijking met Europese collega’s. Daar past volgens hem nu eenmaal een hoger mestgebruik bij – in ons land meer mest uitrijden vindt hij dus niet gek. Daar komt nog bij dat door het vervallen van de uitzonderingspositie nu grasland door boeren wordt omgezet in bebouwd land. Daardoor komt op zichzelf al veel stikstof vrij, en op akkerbouwgewassen worden vaak ook meer chemische middelen gebruikt – allebei een risico voor de waterkwaliteit. Beldman: „Er zijn best veel onzekerheden, dus ik begrijp wel dat die boeren zich afvragen wat je hier nou mee wint.”

Jan Teade Kooistra stapt de drempel van zijn stal over, kijkt rond en wijst naar zijn land. Dat land is onbetaalbaar geworden, zegt hij. Iedereen wil grond om maar mest kwijt te kunnen. Kooistra: „Dat geeft spanning onder boeren. Als een stukje grond vrijkomt, springt iedereen er bovenop. En je ziet: de sterksten kunnen het betalen, en de financieel minder sterke spelers gaan eraan onderdoor.”

Lees ook

Wiersma zet versoepeling mestregels niet door na kritiek

Donderdag stemde een meerderheid van de Tweede Kamer in met een motie die demissionair minister Femke Wiersma belet haar mestplannen uit te voeren
De journalistieke principes van NRC
Lees het hele artikel