Ziekenhuizen moeten in hun vlees gaan snijden

5 dagen geleden 2

Ze moesten een beetje gniffelen, en bewogen behendig naar een ander onderwerp. Ik bleek een ongemakkelijk onderwerp ter sprake te hebben gebracht. Ik had bestuurders en commissarissen van een grootstedelijk ziekenhuis in een lezing verteld dat ze al het eten in hun ziekenhuis vegetarisch moesten maken als ze hun duurzaamheidsambities echt serieus wilden nemen. Van de catering voor opgenomen patiënten tot aan het personeelsrestaurant en het openbare lunchcafé in de centrale hal. Niemand die het hardop zei, maar die suggestie leek toch een brug te ver.

Ik merkte dat mijn voorstel te radicaal werd gevonden. We discussieerden verder over het verminderen van verspilling van medicatie, over een uitgebreider fietsenplan voor artsen en verpleegkundigen. Maar na afloop van de bijeenkomst voelde ik toch dat het niet helemaal was aangekomen. Het bestuur was blijven hangen in beelden van elektrische ambulances en minder plastic folietjes om de medicijnen. Een vleesvrij ziekenhuis was te ver buiten de comfort zone. En daarin zit ’m misschien wel hét argument om het toch te doen.

Met een uitsluitend vegetarisch aanbod breng je namelijk heel veel mensen buiten hun comfortzone. Wie hooguit basisschool, vmbo of mbo 1 heeft afgerond, komt in Nederland veel vaker in het ziekenhuis dan wie een hbo- of wo-opleiding heeft gehad. Laatstgenoemden zijn ongeveer drie keer vaker vegetariër, en zelfs van die groep is maar 10 procent het helemaal. Een vleesloze maaltijd is dus zeker niet wat de gemiddelde ziekenhuispatiënt gewend is. Een uitsluitend vegetarisch aanbod is behoorlijk confronterend. En juist daarmee geef je als ziekenhuis je duurzame impact een extra impuls. Als je geen vlees inkoopt, bespaar je niet alleen de directe negatieve gevolgen van de vleesproductie op klimaat, landschap, milieu en dierenwelzijn. Je prikkelt, stimuleert en geeft ook nog eens het goede voorbeeld.

Dat vrijwel geen ziekenhuis nog vleesvrij is, is verwonderlijk. In de medische zorg in Nederland is alle behandeling evidence-based, gestoeld op bewijsvoering verkregen met wetenschappelijke methodes. De klinische praktijk wordt vastgelegd in honderden richtlijnen, ondersteund door de wetenschappelijke literatuur. Wat voor röntgenfoto’s er bijvoorbeeld bij een vermoedelijke enkelbreuk moeten worden gemaakt (één zijaanzicht en één vooraanzicht van een 15 graden geroteerde enkel), of er vervolgens gegipst of geopereerd moet worden, en welke nabehandeling de kansen op herstel bevordert. Die richtlijnen komen tot stand in een cyclus van opstellen, gerandomiseerd experimenteren, rapporteren en aanscherpen. Deze benadering is beperkt tot de klinische praktijk. Wat een ziekenhuis zou moeten doen vanuit zijn maatschappelijke rol beantwoord je met deze aanpak niet. Maar wetenschappelijke ondersteuning voor een vleesvrij ziekenhuis is er te over, op minstens drie niveaus waarop je naar gezondheid kunt kijken.

De industriële pluimveehouderij wordt gezien als een tikkende tijdbom

Eerst de persoonlijke gezondheid. Vleesconsumptie wordt in verband gebracht met een verhoogd risico op beroerte, diabetes type 2, kanker en bepaalde hart- en vaatziekten. De Gezondheidsraad kwam eind vorig jaar al met een verdere aanscherping van de richtlijn voor vlees: niet meer dan 200 gram onbewerkt rood vlees per persoon per week. Dat wordt in de schijf van vijf van het Voedingscentrum over een paar weken overgenomen, het is nu nog 300 gram. Voor bewerkt vlees (denk aan salami, hamburgers, bacon) is zelfs geen veilige aanbevolen hoeveelheid. Dat kun je beter helemaal zo min mogelijk eten.

Dan de invloed van de bio-industrie op de volksgezondheid. We kennen allemaal Q-koorts als een goed voorbeeld van een bacterie uit de bio-industrie die mensen behoorlijk ziek maakt. Hoogpathogene vogelgriep is ook in de industriële pluimveehouderij ontstaan. Die wordt dan ook alom gezien als een enorme tikkende tijdbom waarvan het niet de vraag is of maar wanneer die de volgende mondiale viruspandemie veroorzaakt.

Tot slot is de beweging van de Gezondheidsraad naar minder vlees ingegeven door de bredere planetaire gezondheid. Op weg naar een duurzamere voedselproductie moet het mondiale dieet van 60 naar 40 procent dierlijk eiwit. Dat is nodig om de druk op klimaat, milieu en bodem terug te brengen. Een overgang naar meer plantaardig eten kan zorgen voor driekwart (!) minder benodigde landbouwgrond, de helft minder uitstoot van broeikasgassen en de helft minder uitspoeling van meststoffen in het oppervlaktewater. Er hoeft ook geen keuze gemaakt te worden tussen planetaire en individuele gezondheid: het kan allebei naast elkaar bestaan. Je kunt duurzaam eten met wekelijks maximaal 250 gram varken en kip, waarbij je je impact op de planeet met een factor zeven verkleint én de tijd waarin je gezond bent verlengt met 25 dagen voor ieder jaar dat je dat dieet volgt. Het inzicht groeit dat een gezonde planeet een voorwaarde is voor een gezondere mens.

Kortom, rationeel gezien is vlees in een ziekenhuis hetzelfde als een sigarettenautomaat naast de draaideur bij de ingang, of een biertap op de spoedeisende hulp. Het is vooral bestuurlijke aarzeling die de overstap naar het vegetarische ziekenhuis nog in de weg zit. Blijf van m’n bord, hoor je vaak zeggen over aangemoedigd vegetarisme. Maar als iemand aan je bord mag zitten, dan is het je ziekenhuis. Je laat je patiënten kennismaken met iets dat ze niet gewend zijn, geeft het goede voorbeeld en kunt ze daarmee inspireren. In een ziekenhuis komt iedereen over de vloer. Daarmee heeft een ziekenhuis een vrijwel unieke positie om vegetarisme aan een brede doorsnede van de samenleving te laten zien.

De journalistieke principes van NRC
Lees het hele artikel