‘Artsen worden een beetje geleefd door alle medische ontwikkelingen’

8 uren geleden 2

Op de werkkamer van longoncoloog Idris Bahce (48) in het Amsterdam UMC is niets persoonlijks te zien. Geen foto’s, geen kinderknutsels. Maar wel: drie grote gouden harten, op de vensterbank, in een kast en aan de muur. Op elk ervan staat een bedrag, steeds hoger oplopend, van de Paulien van Deutekom Foundation.

Het fonds, opgericht door nabestaanden, heeft bijna 350.000 euro opgehaald voor onderzoek naar longkanker. Geld dat de onderzoeksgroep van Idris Bahce mocht gebruiken voor datgene wat hem misschien wel het meest motiveert: hoe kunnen bestaande kankerbehandelingen beter worden gecombineerd?

Paulien van Deutekom was een van zijn patiënten. Gezond geleefd, moeder van een jong kind, ongeneeslijke longkanker waaraan ze op 36-jarige leeftijd overleed. Er was geen goede behandeling voor haar. Bahce: „Heel, heel frustrerend.” De drie gouden harten symboliseren de emotie die hij als arts en als onderzoeker mag hebben, zegt hij. „Ze tonen dat mijn werk impact heeft op de levens van mensen.”

Idris Bahce groeide op in Brussel, als kind van Turkse ouders. Zij stimuleerden hem om hoge cijfers te halen, naar de universiteit te gaan en carrière te maken. In zijn inaugurele rede, die hij uitsprak bij zijn hoogleraarsbenoeming in januari, bedankte hij hen voor de offers die ze daarvoor hebben gebracht. De Turks-Belgische kinderen uit de buurt waarin hij opgroeide gingen zo snel mogelijk van school, geld verdienen voor het gezin. „Dat wilden mijn ouders absoluut niet.”

Hij koos voor een specialisatie in de longen. Er is, zegt hij, geen ander inwendig orgaan waarvan we ons voortdurend zo bewust zijn en waarop we zoveel directe controle kunnen uitoefenen. „Zo kunnen we met onze ademhaling leren om negatieve gevoelens, zoals angst, onder controle te krijgen. En door te stoppen met roken wordt de gezondheid van de longen meteen beïnvloed. Ook voor longkankerpatiënten loont het vaak nog om te stoppen.” Bijna altijd, bij 85 procent van de patiënten, wordt longkanker veroorzaakt door roken.

Ongeveer de helft van de patiënten die bij ons binnenkomen heeft al een uitgezaaid stadium 4

En het is in eveneens 85 procent van de gevallen ongeneeslijk.

„Helaas verandert dat percentage nauwelijks. Alle behandelingen worden beter, operaties worden steeds preciezer. Dat leidt tot langer overleven. Maar nog zelden tot echte genezing.”

Hoe komt dat?

„Als we de ziekte in een heel vroeg stadium ontdekken, is er de beste kans op genezing. Maar ongeveer de helft van de patiënten die bij ons binnenkomen heeft al een uitgezaaid stadium 4. En veel van de patiënten die dat nog niet hebben, ontwikkelen dat alsnog als gevolg van een microscopisch kleine uitzaaiing die onopgemerkt is gebleven.”

En ze komen pas zo laat bij jou doordat ze eerder geen klachten hadden?

„Precies. In de oncologie kennen we growers en spreaders. Een grower is een tumor die op één plek blijft groeien. Die is vaak goed te behandelen. Maar bij longkanker zijn het meestal spreaders: kleine tumor, veel metastase. Dan is het nauwelijks nog te genezen. Uitgezaaid betekent bij ons een mediane levensverwachting van anderhalf jaar.”

In zijn oratie sprak Idris Bahce over het belang van meer samenwerking tussen onderzoekers, en ook tussen artsen. Er zijn veel ontwikkelingen in het oncologisch onderzoek, stelt hij, maar die bewandelen elk een eigen spoor. „Er is geen regie, geen overzicht. Artsen worden een beetje geleefd door alle medische ontwikkelingen.”

Hij vertelt over een patiënt die zowel hartproblemen als een teruggekomen longtumor had, en daarbovenop complicaties als gevolg van immuuntherapie. „Bij die patiënt kun je verschillende sporen volgen: die van het hartfalen, die van de longkanker en die van de immuuntherapie. In elk van die sporen zijn mooie ontwikkelingen geweest. Maar omdat álles gedaan wordt, en de artsen alle bijwerkingen van al die behandelingen voor lief nemen, is er van die patiënt een enorm slachtoffer gemaakt. Omdat niemand naar het totaalplaatje heeft gekeken en heeft bedacht waar de proporties zouden moeten liggen. Ik mis die multidisciplinaire regie.”

Je stelde in je oratie dat de belangrijkste winst bij het behandelen van kanker zit in het slimmer combineren van bestaande therapieën. Dat klinkt best logisch.

Hij lacht. „Ja. En dáárom hebben ze mij tot hoogleraar benoemd?”

Ik bedoelde het niet beledigend.

„Je hebt gelijk, het ís een open deur. Maar hoe logisch het ook is, het gebeurt niet voldoende. Veel van de vragen die we hebben, zijn te groot om in één medisch onderzoekscentrum te onderzoeken. We zouden veel meer moeten samenwerken met andere centra. Maar het systeem is competitief. Als je onderzoek wilt doen, moet je beurzen aanvragen. En daarvoor moet je kunnen laten zien dat je het goed gedaan hebt. Heb je alleen meegewerkt met succesvolle anderen, dan krijg je geen geld. Het is een complex spelletje.”

Het is een grote frustratie als ik wéét dat er een optie moet zijn die geschikt is, maar die niet kan vinden

Het ontwikkelen van nieuwe medicijnen is vast ook lucratiever dan bestaande behandelingen anders combineren.

„Ja. En de allergrootste vooruitgang ontstaat daar waar het meeste geld rondgaat. Maar het nadeel daarvan is dat daarbij vooral gekeken wordt naar de gevolgen voor de grote groep. Niet naar de subgroepjes, de patiënten voor wie een standaardbehandeling niet werkt. Dat maakt de farmaceuten minder uit, want zij willen gewoon schaalvergroting en verkopen. Deze patiënten moeten het hebben van academische partijen. Het is niet sexy, maar het is wel waar onze kracht ligt. Mijn grote drijfveer is om de minder bedeelde patiënten een betere behandeling te kunnen geven dan we nu hebben.”

En met minder bedeeld bedoel je…

„De patiënten die niet reageren op bijvoorbeeld immuuntherapie, terwijl de grootste groep met hetzelfde type tumor dat wel doet. Het is een grote frustratie als ik, zoals destijds bij Paulien, wéét dat er een optie moet zijn die geschikt is, maar die niet kan vinden.” Ongemakkelijke glimlach. „Het wordt niet prettiger hè, dit gesprek?”

Je hebt ook niet het meest vrolijke werk.

„Dat is zo. Maar ik ben wel erg enthousiast over ons onderzoek naar hoe we bij die patiënten de immuuntherapie toch weer aan de praat kunnen krijgen met bijvoorbeeld radiotherapie of een combinatie van middelen die het immuunsysteem stimuleren. Daarvoor hebben we eind vorig jaar een onderzoeksbeurs van 250.000 euro gekregen van het Cancer Center Amsterdam. Ik denk dat dit een hoopvolle route is.”

Lees het hele artikel