Coalitie belooft ‘sterke rechtsstaat’ en oogst lof én kritiek van juristen

5 uren geleden 1

Toegegeven, het is misschien niet het meest sexy onderwerp van het regeerakkoord. En nee: in de begroting van de nieuwe coalitie krijgt het niet veel budget. Maar dat maakt de rechtsstaat niet minder belangrijk volgens Hanneke van Eijken, hoogleraar rechtsstaat en democratie aan de Universiteit Utrecht.

Niet dat de rechtsstaat de afgelopen jaren geen aandacht kreeg: het kabinet-Schoof grossierde in rechtsstatelijke ophef. Zo baarden de oud-coalitiepartijen opzien door een rechtsstaatverklaring te ondertekenen, werden negen onderwerpen van het regeerakkoord onrechtsstatelijk geacht en lag het kabinet meermaals in de clinch met de Raad van State.

Een ‘verkeerde’ minister kan de rechtspraak naar zijn hand zetten

Dat de coalitiepartijen D66, VVD en CDA nu pleiten voor een „sterke rechtsstaat” is volgens Van Eijken dan ook positief. „De rechtsstaat staat weer op het vizier en hoog op de agenda. Het verval ervan kan hard gaan, zoals blijkt in andere landen. Het is geen ‘rustig’ bezit: de overheid moet de rechtsstaat uitdragen en versterken.”

De coalitie beoogt naar eigen zeggen dat laatste. Zo gaat het toetsingsverbod, dat rechters verbiedt wetten te toetsen aan de Grondwet, deels op de schop om de rechtsbescherming van burgers te verbeteren. Ook wordt ”een stevig schot” geplaatst tussen de rechtspraak en de overheid, zodat die eerste niet kan worden beïnvloed door de politiek.

Sorteren deze rechtsstatelijke plannen het gewenste effect?

Heel grote stap

Jonathan Soeharno, hoogleraar rechtspleging in rechtsfilosofisch perspectief aan de Universiteit van Amsterdam, is overwegend positief. Vooral is hij te spreken over voornoemd ‘schot’ tussen rechtspraak en politiek, dat wordt geplaatst door de Raad van de Rechtspraak onafhankelijk te maken van de overheid en de rechtspraak een eigen begroting te geven. Dat is volgens Soeharno een „heel grote stap”: de rechtspraak wordt losgetrokken van de minister van Justitie en Veiligheid. „In 2002 werd de rechterlijke organisatie ondergeschikt aan de minister. Dat was riskant voor de onafhankelijkheid. Een ‘verkeerde’ minister kan de rechtspraak naar z’n hand zetten.”

Soeharno noemt Hongarije als voorbeeld van hoe de politiek de onafhankelijke rechtspraak kan aantasten. „Orbán benoemde zelf de leden van de hoogste tuchtkamer voor rechters en liet vervolgens kritische rechters voor die kamer verschijnen.”

In Nederland heeft de minister direct invloed op wie in de Raad voor de Rechtspraak wordt benoemd, waardoor politieke invloed op de rechtspraak volgens Soeharno ook in Nederland op de loer lag. „Dat schot is daarom heel belangrijk.”

Lees ook

Opnieuw slokt een Orbán-gezind bedrijf een onafhankelijk nieuwsmedium op

De Hongaarse premier Viktor Orbán in oktober bij een toespraak ter herdenking van de Hongaarse opstand van 1956.

Rode, gele en groene kaarten

Het was interessant wat D66, VVD en CDA met de rechtsstaat zouden doen in het regeerakkoord. Hun verkiezingsprogramma’s doorstonden de toets van de Nederlandse Orde van Advocaten (NOvA) niet volledig. D66 en CDA kregen allebei 1 rode kaart voor plannen die strijdig waren met de rechtsstatelijkheid; de VVD kreeg 9 rode kaarten. Er werden ook groene (rechtsstaatsversterkende plannen) en gele kaarten (risicovolle plannen) uitgedeeld: de VVD kreeg 3 groene en 20 gele, het CDA 10 groene en 9 gele, D66 17 groene en 1 gele kaart.

Op basis van die resultaten viel te verwachten dat vooral D66 bij de coalitieonderhandelingen met rechtsstaatversterkende maatregelen zou komen. Zo geschiedde. Waar op thema’s als migratie het VVD-geluid doorklinkt in het akkoord, heeft D66 zich laten gelden op het thema van de rechtsstaat. Afschaffing van het toetsingsverbod en invoering van de Wet op de politieke partijen, waren beide ook te vinden in het verkiezingsprogramma van CDA, maar het schot tussen politiek en rechtspraak, evenals aanpassing van het kiesstelsel, kwamen uit de koker van D66.

Ik zie vooral heel veel continuïteit ten opzichte van het vorige kabinet

Het voorstel in het coalitieakkoord dat het meeste stof doet opwaaien – inperking van het demonstratierecht – komt weer wel van de VVD. Ze maakte in haar verkiezingsprogramma al kenbaar maatregelen te willen nemen tegen ordeverstorende demonstraties. Waar onderzoekers van het WODC recent adviseerden het recht ongewijzigd te laten vanwege voldoende waarborgen en instrumenten om wanordelijkheden aan te pakken, willen de coalitiepartijen bestuurders toch extra bevoegdheden geven. Ook moet de strafrechter strafbare feiten gepleegd tijdens demonstraties zwaarder gaan wegen.

Rian de Jong, hoofddocent staatsrecht aan de Radboud Universiteit en gespecialiseerd in de bescherming van grondrechten bij ordehandhaving, was dan ook ”licht verbijsterd” toen ze over het demonstratierecht in het akkoord las. Ze noemt het een ”buitengewoon betreurenswaardige” passage.

Femke Halsema

De Jong vindt dat de coalitiepartijen het WODC-advies hadden moeten opvolgen. Nu worden ”relschoppers en vreedzame demonstranten over één kam geschoren”. De Jong: „Geweld en vernielingen vallen bovendien niet onder het demonstratierecht: waar geweld begint, eindigt dat recht.”

„En maatregelen binnen dat recht heb je helemaal niet nodig, daarvan kunnen vreedzame demonstrant de dupe worden”, zegt De Jong. Als voorbeeld noemt de hoogleraar het verplaatsen van demonstranten met bussen. De Raad van State oordeelde vorig jaar dat de Amsterdamse burgemeester Femke Halsema betogers van klimaatactiegroep Extinction Rebellion, die in september 2020 Amsterdamse straten en gebouwen blokkeerden, niet ‘bestuurlijk’ had mogen verplaatsen.

De coalitiepartijen willen evengoed meer bestuursrechtelijke bevoegdheden voor zulke verplaatsingen. De Jong: „Dat maakt het veel makkelijker om een demonstratie snel op te breken en te laten verdwijnen. Je loopt dan een groter risico dat vreedzame demonstraties vroegtijdig worden beëindigd.”

Van een ander voorstel uit het coalitieakkoord, het deels opheffen van het verbod voor rechters om te toetsen aan grondrechten (bijvoorbeeld de vrijheid van meningsuiting), moet volgens Joost Sillen „niet de wereld worden verwacht”. De hoogleraar staatsrecht aan de Universiteit Maastricht wijst erop dat de rechter al kan toetsen aan grondrechten, maar dan via Europese verdragen. Volgens Sillen is daarom sprake van „gratis rechtsstatelijk scoren”: het opheffen van het toetsingsverbod kan binnen de wetenschap op brede consensus rekenen en kost de overheid bovendien niets.

Kabinet-Schoof

Overigens was het kabinet-Schoof ook voornemens het toetsingsverbod deels te schrappen. Dat wetsvoorstel heeft onlangs de internetconsultatie afgerond. En een van de rechtsstatelijke stokpaardjes van het vorig kabinet – het constitutioneel hof – moest ook aan grondrechten gaan toetsen. De circa 75 miljoen euro voor dat ‘grondwettelijk hof’ werden vorig jaar door de Tweede Kamer gebruikt voor het gevangeniswezen. Met de wens van de nieuwe coalitiepartijen om de ‘normale’ rechter aan klassieke grondrechten te laten toetsen, sterft dat constitutioneel hof een stille dood.

Sillen vindt opheffing van het toetsingsverbod tekenend voor de rechtsstatelijke plannen van de coalitie. „Ik zie vooral heel veel continuïteit ten opzichte van het vorige kabinet. Uitzonderingen daargelaten, zoals de eigen begroting voor de rechtspraak en minder politieke beïnvloeding, zie ik weinig nieuws.”

Lees ook

In bontjas naar de rechter: hoe sterren hun rechtszaak gebruiken als pr-moment

Kim Kardashian (l) met haar moeder Kris Jenner bij de Parijse rechtbank.
De journalistieke principes van NRC
Lees het hele artikel