Eindelijk is bewezen dat mensapen verbeeldingskracht hebben

4 uren geleden 1

Bonobo’s hebben geen moeite om mee te spelen met een doen-alsof-spelletje. Dit blijkt uit een experiment met de bekende bonobo Kanzi dat deze week is gepubliceerd in Science, door Amalia Bastos (University of St Andrews, VK) en Christopher Krupenye (Johns Hopkins University, Baltimore, VS). Het is een van de laatste experimenten waaraan de vorig jaar overleden Kanzi (1980-2025) meedeed.

Kanzi baarde al veertig jaar geleden groot opzien met zijn taalvaardigheid via een symbolenbord. Bonobo’s vormen samen met chimpansees de naaste verwanten van de mens in de stamboom des levens. De laatste gemeenschappelijke voorouders van deze primatentak leefden ongeveer 7 miljoen jaar geleden.

Kanzi had in het huidige experiment weinig moeite om mee te spelen met een experimentator die deed alsof hij vruchtensap in twee glazen goot. Uit één glas goot hij het dan weer zogenaamd terug in de kan. Gevraagd ‘waar is het sap?’ wees Kanzi 100 procent correct het juiste lege glas aan. In de voorafgaande trainingssessie, waarin Kanzi niet beloond werd voor de juiste keuze (met een slokje sap), scoorde hij al twee derde goed. Ook in een vergelijkbaar spelletje met een denkbeeldige druif die al dan niet in een glas werd gedaan, wees Kanzi moeiteloos aan in welk glas de denkbeeldige druif zou zitten.

Het spel met de experimentator: ‘Waar is het sap?’

Video Johns Hopkins University

Wegens vele anekdotes over spelende bonobo’s en chimpansees (die bijvoorbeeld met stukken hout als een soort babypop rondlopen) komt de conclusie over deze verbeeldingskracht van bonobo’s niet als een verrassing. Het is ook bekend dat jonge bonobo’s soms een soort blindemannetje spelen, met hun handen of een boomblad voor hun ogen. Het probleem bij al die observaties is dat er altijd wel alternatieve, meer sceptische verklaringen mogelijk blijven voor het gedrag.

Daarom noemt Mariska Kret, primatoloog en psycholoog aan de Universiteit Leiden, het tóch „een belangrijke studie”: „Want hier wordt het eerste experimentele bewijs geleverd, al is het voor iets wat we dus eigenlijk al wel wisten, sceptici daargelaten.” Het blijft ook opmerkelijk, zegt Kret, „dat mensen altijd zo verbaasd zijn als andere dieren ook iets ‘mensachtigs’ kunnen. Als het gedrag iets onmenselijks was, dan zou het al die aandacht niet krijgen, terwijl dat gedrag misschien nog wel veel interessanter is.”

Toch twijfelt Kret of nu wel echt het definitieve bewijs geleverd is, precies omdat Kanzi zo’n bijzondere bonobo is. Kret: „Kanzi kan het, dat is duidelijk. Maar of alle bonobo’s dus alsof-spelletjes doen en dit soort complexe voorstellingen hebben? Kanzi was een wel heel bijzondere aap. We weten niet wat het effect is van al dat trainen en al die experimenten in zijn leven. Hij is vooral beroemd om zijn omgang met die lexigrams en symbolen, waarvan hij heeft geleerd dat ze voor iets anders staan, iets dat er op dat moment niet is. Precies wat ook ‘doen alsof’ is, eigenlijk!”

En inderdaad, Kanzi blijkt zelfs al weleens zélf het nu geteste ‘imaginaire maaltijdspel’ te hebben uitgevonden. In 1988 beschrijft Kanzi’s belangrijkste onderzoeker, Sue Savage-Rumbaugh, hoe uit zijn voorliefde voor het verstoppen van spullen ‘doen-alsof-eten’ ontstond. „Het verbergen van objecten liep uit op een spel met imaginaire objecten. Kanzi doet regelmatig alsof hij onzichtbare objecten verbergt tussen stapels kussens of in de planten. Later haalt hij ze er weer uit en doet hij alsof hij ze opeet. Zelfs speelt hij weleens dat hij het dan vies vindt. Dan doet hij alsof hij het uitspuugt en zegt [via zijn symbolenbord]: ‘vies!’. Terwijl er al die tijd niks is. Kanzi betrekt ook anderen bij dit ‘onzichtbare objecten’-spel. Hij geeft de ander het onzichtbare object en kijkt wat die persoon ermee doet.”

Geavanceerde denkkracht

Aan doen-alsof wordt in de cognitiewetenschappen veel waarde gehecht omdat het geldt als een symptoom van een van de basiscapaciteiten van geavanceerde denkkracht, zoals mensen die bezitten. Want wie kan doen alsof heeft het vermogen om twéé beelden tegelijk in zijn of haar hoofd te houden: van de echte werkelijkheid en van de denkbeeldige werkelijkheid (wie die twee verwart, doet niet meer alsof maar hallucineert). Het is een duidelijk teken van verbeeldingskracht.

Mensenkinderen vanaf anderhalf of twee jaar zijn al in staat tot doen-alsof. „Maar als mensapen dat deden, zeiden sceptici dat die apen zich vergisten of gewoon de primatoloog imiteerden”, e-mailt Amalia Bastos in een toelichting. Zij deed met Kanzi het doen-alsofexperiment. „Om echt na te gaan wat er in de geest van een dier omgaat, moet je dus een gecontroleerd experiment doen.” Bastos legt uit dat ze het experiment met Kanzi deden precies „omdat hij uniek was in zijn begrip van mondelinge verzoeken en opdrachten. Hij kan honderden woorden begrijpen. Dat is nu extreem zeldzaam bij mensapen, de opvoeding die Kanzi heeft gekregen bestaat nergens meer. In die zin namen we door met Kanzi te beginnen het minste risico. We konden hem gewoon vragen stellen. En dat hij dus al wel eens aan ‘doen-alsof-eten’ heeft gedáán, was natuurlijk precies het soort anekdote dat ons inspireerde bij dit experiment.”

In haar Science-artikel bespreekt Bastos ook de mogelijkheid dat door die ‘menselijke’ opvoeding Kanzi unieke cognitieve mogelijkheden heeft gekregen die zouden kunnen ontbreken bij ‘gewone’ bonobo’s, met veel minder intensieve menselijke contacten. Haar lijkt het meest waarschijnlijk dat die taalvermogens vooral de contactmogelijkheden van Kanzi verbeterden, en niet dat ze zijn onderliggende cognitie transformeerden. Bastos: „Maar meer is onderzoek nodig. Ik hoop dat we nu een experimentele opzet kunnen bedenken die ook gaat werken met mensapen die minder enculturated zijn, die een minder menselijke opvoeding hebben gekregen.”

De journalistieke principes van NRC
Lees het hele artikel