Een nieuw onderzoeksschip kan met onderwaterrobots tussen poolijs en in windparken werken

2 uren geleden 1

Hij is knalgeel, lijkt op een torpedo en kan maandenlang op eigen kracht in zee blijven en metingen doen naar zout- en zuurstofgehaltes of de watertemperatuur. Op zijn staart, die ook een satellietantenne bevat, staat een telefoonnummer op Texel voor het geval hij ergens zou aanspoelen.

Zulke onbemande gliders bestaan al een tijdje, maar het fonkelnieuwe oceanografisch vaartuig van het Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee (NIOZ) is speciaal ontworpen om het werk met onderwatervoertuigen en -robots gemakkelijker te maken.

Het schip is vernoemd naar Anna Weber-van Bosse (1852-1942), baanbrekend zeewierwetenschapper, en het werd donderdagmiddag in de Texelse thuishaven naast het NIOZ gedoopt door koningin Máxima. Met een lengte van 80 meter is het schip maar iets langer dan de Pelagia, haar bejaarde voorganger die in oktober uit dienst werd genomen, maar dubbel zo groot. Onder andere door de brede dekken met op afstand bediende kranen en winches, een achterdek als een voetbalveld waar meereizende mobiele laboratoria in containers kunnen worden gestapeld, en door de riante werkruimtes voor de wetenschappers.

De Anna Weber kan er 47 meenemen, tegen dertig op de Pelagia. Zij en de vaste bemanning van veertien personen slapen in ruimere hutten. En er is een echte eetzaal met kombuis, waar het nog net zo ruikt als op de Pelagia, met dezelfde flesjes Maggi op tafel.

„Het heeft me zeven jaar van mijn leven gekost”, grijnst Gert-Jan Reichart, hoofd oceaansystemen bij het NIOZ. Talloze keren is hij met collega’s naar de werf in het Spaanse Vigo gereisd om de voortgang van de bouw te begeleiden. Zijn hoofdtaak: zorgen dat het scheepsontwerp en de wetenschappelijke vereisten elkaar niet in de weg zitten.

Koningin Máxima krijgt toelichting bij de nieuwe glider, die maandenlang op eigen kracht in zee kan blijven en metingen kan doen naar zout- en zuurstofgehaltes of de watertemperatuur.

Hij wijst op de hoge, rechte ‘bijlboeg’ – de fles champagne voor de doop staat terzijde al klaar – die door het water snijdt en het ‘stampen’ moet beperken. „Want dat geeft maar turbulentie en extra ruis op de sensoren onder de romp”, zegt Reichart.

Watermonsters

Zo zijn er meer kleine en grote gevallen van ‘form follows function‘. Zo is er nu een lift waardoor wetenschappers niet meer met hun watermonsters over dekken en trappen naar het lab hoeven te lopen – afgekeken van een Noors researchschip.

De Pelagia kon maar aan één zijde apparatuur over boord laten zakken, bijvoorbeeld om op verschillende dieptes watermonsters te nemen, of om plankton te verzamelen, of om met grijpers en boren een stuk oceaanbodem te inspecteren dat nog nooit mensenbezoek heeft gehad.

Bij de Anna Weber gebeurt alle ‘waterwerk’ nu aan bakboord, met een tweede installatie aan stuurboord voor andere operaties. Zo hoeft niet elk experiment op het voorgaande te wachten, is het idee.

De bijlboeg is geen ijsbreker, maar anders dan de Pelagia kan de Anna Weber ook aan de rand van het poolgebied opereren. Naarmate het ijs smelt wordt dat ook wetenschappelijk steeds belangrijker.

Bij het eisenpakket hoorde ook de mogelijkheid om in windparken te opereren. Daarvan komen er in de Noordzee steeds meer. Welke effecten ze hebben op water, bodem en zeestromingen is nog te weinig onderzocht.

Maar werken tussen de windmolens vraagt precieze navigatie en de mogelijkheid om langere tijd op één plaats stil te liggen. Daartoe heeft de Anna Weber behalve een klassiek schroef in en onder de romp een aantal regelbare en draaibare ‘voorstuwers’ die zorgen voor wat ‘dynamic positioning’ heet.

Op de brug met panoramaramen van dek tot dak laat tweede stuurman Ravi Blok de bediening zien: een paar joysticks in beide brugvleugels. Onder zijn voeten, een meter of tien lager, klotst de NIOZ-haven, want de vloer van de brugvleugels is van glas. „Ook heel handig als je een robot moet binnenhalen of om te zien of de kabel van de waterbemonsteraar goed loopt”, zegt hij.

Scheepsfamilie

Bemanning en vaste wetenschappers kennen elkaar van de soms maandenlange reizen en vormen een scheepsfamilie. Stuurman Blok overwoog eerst marien bioloog te worden maar het werd de zeevaartschool. Juist hier voelt hij zich op zijn plek, zegt hij. „Om dit werk goed te kunnen doen moet je je wel oprecht interesseren voor wat de wetenschappers doen.”

Furu Mienis, chief scientist (expeditieleider) op ruim dertig reizen met de Pelagia, beaamt het. „Jullie moeten wel snappen waarom we soms een hele dag stil moeten liggen op de oceaan.”

In het ‘droge lab’, waar de onderwatercamerabeelden en de data van de multibeam-sonar die de zeebodem in kaart brengt binnenkomen, draait op een monitor een filmpje van een spinachtig kreeftje, zo rood dat hij al gekookt lijkt.

Dat kreeftje leeft op koudwaterkoraalriffen, vertelt Mienis, die zich tussen 500 en 1.000 meter diepte vormen. „Onder water verdwijnt het rode licht het eerst uit het spectrum, dus voor zulke dieren is rood een schutkleur; predatoren zien het niet. Terwijl het voor ons juist heel fel is als we ze naar boven halen.”

Die middag zal Mienis het filmpje aan koningin Máxima laten zien, zegt ze. „Heb ik mooi al even geoefend.”

Mienis is specialist zeebodemonderzoek. Op de eerste wetenschappelijke reis van de Anna Weber gaat ze mee om bodemmonsters te nemen op de Noordzee, onder meer uit oude zandwinningsputten en om sporen te zoeken van vroegere zeespiegelstijging. Voor een deel is het letterlijk bekend terrein, zegt ze. „Maar juist zo kunnen we oefenen met ons nieuwe schip en alle nieuwe appraten.”

Lees ook

Afscheid van de Pelagia, schip dat wetenschappers de ogen opende

Lees het hele artikel