Game ‘Marathon’ is een moeilijk te beoordelen chaos: soms prachtig, soms ongrijpbaar

5 uren geleden 1

Een ‘eeuwige game’ die gamers nog jarenlang spelen: dat was jarenlang de wensdroom van elk groot gamebedrijf. Maar de droom bleek vaak een fata morgana. Slechts enkele makers slaagden erin, met studio Bungie (Destiny) voorop.

Totdat ook Bungie van zijn sokkel viel. Na een overname door Sony, meerdere ontslagrondes, kelderende omzet, moet de nieuwe game Marathon nu bewijzen dat Bungie het kunstje nog kan.

Marathon heeft tijdsgeest noch genre mee. Het is een zogenoemde ‘extraction shooter’, een spel waarin je ergens gedropt wordt met de opdracht om binnen twintig minuten de uitgang te vinden. Terwijl je probeert om alles te grijpen dat er te grijpen valt, word je van alle kanten belaagd: door robots, valstrikken en andere spelers. Een spelvorm waar niet alle gamers van houden.

De game lijkt, na een week vol avondjes spelen, noch een pijnlijke flop, noch een feniks die uit de as herrijst. Marathon is, als je er toch een bijvoeglijk naamwoord aan moet geven, vooral raar; een game met onvermurwbare artistieke visie in een cynisch, commercieel genre.

Bijna onnavolgbaar flitsen de beelden je na het opstarten voorbij: een tuimelende veer, een mot die kruipt over een masker, een kunstmatige intelligentie als een mensenhoofd zonder lichaam, wolken van pixels die het beeld opvreten en je uitspugen in de gamewereld. Elk menu kost tijd om te doorgronden, het verhaal – een cyberpunkepos over ruziënde megabedrijven en menselijke breinen in robotlichamen – druppelt in gesluierde monologen binnen.

Beeld uit ‘Marathon’.

Foto Playstation

De chaos is aanlokkelijk

Net zozeer flitsen potjes Marathon voorbij. Je rent eenzaam door een woestenij vol felgekleurde, verlaten gebouwen, stopt je zakken vol, vertrekt. Je trekt een neon groen-geel-blauw industrieterrein binnen met twee kameraden – binnen een minuut liggen vijf lichamen op de grond, jij, je maten en twee derde van je tegenstanders. Een volgende keer ren je weg van je team om een doel van je lijstje af te strepen maar je kunt de juiste computer niet vinden en sterf je in een hoekje terwijl de rest naar de uitgang holt. Dan heb je je net neergelegd bij de dood, drijft er ineens een mensenstem uit de speakers. „Hoi, ik heb dit spel nog niet eerder gespeeld. Heb je iets gevonden dat je niet kwijt wil? Zal ik je komen redden?”

Het blijkt lastig om een oordeel over Marathon te vellen. De saaiheid van het genre – zijn we nu alwéér door elk kastje aan het rommelen op zoek naar een beter geweer? – trekt de ervaring naar beneden, maar de chaos is aanlokkelijk.

Zowat elk potje begint met drie man tegen de wereld, maar het pad is altijd anders. Zeker omdat iedere individuele speler zelf kan kiezen welke doelen hij of zij in een sessie wil bereiken. Laat je je team in de steek voor je eigen glorie? Help je je teamgenoten hun lijstjes af te vinken? Of eindigt dit potje, zoals zoveel potjes, zoals zoveel ‘eeuwige games’, met een genadeloze kogel tussen de ogen?

Het is lastig Marathon aan te raden, en toch, en toch, en toch: het heeft wel wat.

Lees het hele artikel