Hersenonderzoeker Dick Swaab: ‘Ik ben fanatiek de baarmoeder uitgekomen’

4 uren geleden 1

Een hoekhuis in Amstelveen, Patty Swaab wijst naar boven, twee trappen op naar zolder en daar zit Dick Swaab (81) achter zijn bureau, daaronder een elektrisch kacheltje. Hij is arts, neurobioloog, hersenonderzoeker en het bekendst van zijn boek Wij zijn ons brein (2010). Een half miljoen verkochte exemplaren in Nederland, in twintig talen vertaald. Hij was de eerste die zei dat álles in een mensenleven begint en eindigt in de hersenen. Een hormoon in het babybrein (oxytocine) laat de bevalling beginnen en na de dood valt volgens Swaab in het hersenweefsel te zien of iemand vanzelf overleed, of door suïcide of euthanasie.

Kom bij hem niet aan met ‘hogere machten’ of ‘God’ of ‘de zin van het leven’. Het leven vindt hij iets volstrekt toevalligs, want hoezo versmelt die ene eicel met die ene zaadcel? Niks vrije wil of eigen keuze, de vorming van ons brein in de baarmoeder bepaalt wie of wat we worden. Man, vrouw of transgender, hetero- of homoseksueel, depressief of hyperactief, en onze kans op alzheimer of obesitas.

Wat zich heeft afgespeeld sinds zijn geboorte heeft hij nu opgeschreven in de ‘neurobiografie’ Dick Swaab. Hersenonderzoeker bij toeval. Hij begon het te schrijven, zegt hij, toen hij een voorgedrukt vragenboekje kreeg van zijn zoon; of hij dat wilde invullen voor Alexander, zijn enige kleinkind. ‘Opa, wie ben je, wie zijn je ouders, wat voor werk deed je’, dat soort vragen. En dat is, zegt Swaab bescheiden glimmend, een beetje uit de hand gelopen. Hij had, zegt hij, zelf nog zoveel willen vragen aan zijn ouders. Kleine dingen als: wie zijn die mensen op de foto, maar ook: wie speelde er met de Märklin-trein die op zijn studeerzolder staat. „Hij is van een jongetje geweest dat in een kamp is omgebracht. Zijn moeder wilde dat een ander kind ermee zou spelen. Ze moet een goede kennis van mijn ouders zijn geweest.” Hoe zijn Joodse vader de oorlog heeft overleefd, weet hij. Hij verschool zich ónder de vloer van zijn bureau, hoofd schuin tegen de planken, en werkte aan zijn dissertatie over vulvakanker – hij werd later gynaecoloog. Zijn niet-Joodse moeder haalde de boeken voor hem uit de bibliotheek. Maar of zijn vaders broer Judah nou in Auschwitz is omgekomen of toch ergens anders, dat is onduidelijk.

Zo uitvoerig als hij in zijn boek vertelt over zijn grootouders en ouders, over zijn halve eeuw hersenonderzoek en zijn dertig jaar aan het hoofd van het Nederlands Herseninstituut en de Hersenbank die hij oprichtte, zo spaarzaam geeft hij antwoord als je tegenover hem zit. Wat je ook vraagt – waarom hij iets doet of hoe iets komt – hij heeft altijd maar één echt antwoord. Heel zachtaardig hoor en met een glimlach, maar je krijgt dus dit:

U werkt, schrijft u, sinds uw 31ste tachtig uur per week en dat doet u nog steeds. Waarom die enorme drang tot werken?

„Dit is een aangeboren afwijking.”

En waar zit die afwijking ’m dan in?

„Nou, waar kan die zitten? In je brein.”

Je kunt ook denken: de nazi’s hebben geprobeerd uw familie aan vaderskant te vernietigen, daarom heeft u een enorme bewijsdrang.

„En waar zit die bewijsdrang dan?”

Verklaren, psychologiseren, uitleggen, al die paadjes lopen bij hem dood. Swaab is van de bewezen feiten, de gebeurde gebeurtenissen. Dan maar zo:

U wordt neurocalvinist genoemd.

Glimlach, stilte. „Ja, omdat ik zeg dat het merendeel van onze eigenschappen wordt vastgelegd in onze vroege ontwikkeling. Alsof de mens in zekere zin is voorbestemd, wat de calvinisten geloven. Ik ben dat maar als soort van eretitel gaan beschouwen.”

Neuroseksist, noemen ze u ook wel.

„Haha, ja. Lang leve de verschillen.”

Foto Lars van den Brink

In de jaren tachtig publiceerde hij in wetenschappelijk tijdschrift Science over de verschillen die hij zag in mannen- en vrouwenhersenen (in de hypothalamus) en dat daarin misschien wel de verklaring lag voor geslachtsbepaald gedrag: vrouwen soppen en zorgen, mannen timmeren en beschermen. Feministen verontwaardigd, want zij zeiden, zeker in die tijd, dat alle verschillen tussen man en vrouw – in gedrag, beroepskeuze en interesse – werden opgedrongen door de mannenmaatschappij.

Met enige trots vermeldt Swaab in zijn boek dat hij een nul scoorde op de Feministische Meetlat van tijdschrift Opzij, maar daarna alsnog bevriend geraakt is met de hoofdredacteur ervan (Cisca Dresselhuys).

Swaab pookte het vuurtje nog verder op. Hij zag in de hersenen niet alleen verschil in gender, maar ook in seksuele voorkeur. Hij vertelde erover in een interview met Akademie Nieuws – „dat leest toch niemand”. Het werd wereldnieuws: ‘Swaab ontdekt het homobrein’. En dat viel niet alleen slecht bij de groep die sowieso al niks wil horen over homoseksualiteit.

In de voortuin onder zijn Amstelveense zolderraam stond op een zondagmorgen in 1988 een menigte woedende homomannen te brullen dat ‘Dick maar in zijn eigen p*k moest snijden’. Hoe dúrfde hij te beweren dat homoseksualiteit was aangeboren.

„De kinderen waren doodsbang.” Ze verschansten zich bij hem in de studeerkamer.

Keek u ervan op dat ook homoseksuele mensen boos waren?

„Ja, eigenlijk wel. Ik dacht dat homoseksuelen opgelucht zouden zijn, en anders hun moeders wel, of wie er ook maar de schuld kreeg van de geaardheid van hun zoons. Maar er was een groepje homoseksuele mannen dat het idee had dat hun seksualiteit een keuze was, een politieke keuze. Ze vonden het vervelend dat ik zei dat die keuze voor hen in de baarmoeder al was gemaakt.”

Hoe ontdekte u het ‘homobrein’?

„Ik zag het bij toeval. Ik was geïnteresseerd in de veranderingen in de biologische klok, de suprachiasmatische kern in de hypothalamus, bij alzheimer-patiënten. Het eerste symptoom van alzheimer is nog steeds dat mensen overdag dutjes gaan doen en ’s nachts gefragmenteerd slapen. Ik ontdekte dat die biologische klok bij alzheimer veel kleiner was en minder actief. En toen kwam de vraag: zie je dat beeld ook bij andere soorten dementie? Het eerste hersenmateriaal dat ik bekeek, was afkomstig van een man die was overleden aan aids-dementie en toen zag ik dat die klok twee keer zo groot was en óók twee keer zo groot als bij mensen die aids hadden opgelopen via bloedtransfusie [en niet homoseksueel waren]. We hadden voldoende controlemateriaal om te kunnen zeggen: die vergrote klok hangt niet samen met de aidsbesmetting, maar met de seksuele oriëntatie.”

Iedereen woedend.

„Ja, ik heb nog geprobeerd de emoties te temperen door uitleg te geven voor televisie. Maar dat had helemaal geen zin. Als emoties eenmaal losgaan, kun je beter wegblijven.”

Hersenonderzoek lag gevoelig, het riep associaties op met onderzoek dat in de nazitijd werd gedaan op hersenen van vermoorde mensen.

„Ik kreeg brieven met: je zult het wel jammer vinden dat je niet onder Mengele [kamparts Joseph Mengele] in Auschwitz hebt kunnen werken. Feit is dat het hersenonderzoek associaties opriep met de Tweede Wereldoorlog. Vandaar ook mijn aarzeling om een hoogleraarschap te aanvaarden aan het Max-Planck-Institut in München [in 1996]. Daar zijn de nazi’s ooit begonnen met de zogenaamde euthanasie van mentaal geretardeerden. Er werd volop hersenonderzoek gedaan, nog lang na de oorlog is dat hersenmateriaal gebruikt voor onderzoek.”

Waarom werd u er toch hoogleraar?

„Ik was naar mijn vader gegaan voor advies. Ik zei: ‘Ik kan een eervolle aanstelling krijgen, maar het is wel bij het Max-Planck-Institut’. Hij dacht na en zei toen: ‘Je moet gaan en vertellen dat we er nog zijn’.”

De afgelopen 25, 30 jaar kon Dick Swaab rustig verkondigen dat mensen geen hersenen hebben, maar hun hersenen zijn. Bijna niemand werd nog kwaad, ook niet toen hij aantoonde dat er meer smaken zijn dan alleen man of vrouw. Afhankelijk van de soort en hoeveelheid hormonen in de baarmoeder ontwikkelt een mens zich tot één van de geslachten of ergens ertussenin. Hij kon ook uitleggen hoe het kan dat een kind in de baarmoeder het lichaam van het ene geslacht ontwikkelt en het brein van het andere.

Tot Donald Trump weer president werd van de Verenigde Staten en zelfs verbood de woorden gender, identiteit en transgender te gebruiken.

„Het is krankzinnig om mee te maken”, zegt Swaab. „Ik was kort geleden op een congres in Washington, opvallend hoe down de wetenschappers waren. Op alle niveaus, van de regering tot aan faculteitsbestuurders is de klok teruggezet.”

Weerhoudt het u ervan te kijken naar genderverschillen?

„Nee. We kijken altijd systematisch of er geslachtsverschillen zitten in wat we onderzoeken. Of we nou onderzoek doen naar neurologische of psychiatrische ziekten, die verschillen vinden we elke keer weer.”

Of we nou onderzoek doen naar neurologische of psychiatrische ziekten, we vinden elke keer weer geslachtsverschillen

U ziet in de hersenen sekseverschillen bij de ontwikkeling van psychiatrische ziekten.

„Heel veel.” Vrouwen hebben een verhoogde kans op eetstoornissen, depressie en alzheimer. Mannen op schizofrenie, ADHD en autisme.

U ziet niet alleen man-vrouwverschillen maar u legde in 2021 ook een verband tussen homoseksualiteit en sommige psychiatrische ziekten.

„Dat is zo’n onderzoek dat nu in Amerika heftig wordt neergeknuppeld. Mijn onderzoeksgroep ziet een relatie tussen homoseksualiteit en de kwetsbaarheid voor depressies. Dan wordt er natuurlijk meteen gewezen op minderheidstress….”

… homoseksuelen raken eerder depressief door uitsluiting en afkeuring.

„… maar dat is dus niet het hele verhaal. Er zijn ook genetische relaties, bepaalde variaties in het dna geven zowel meer kans op homoseksualiteit als op depressie.”

En dat ziet u bij mannen weer meer dan bij vrouwen?

„Ja. En het merkwaardige was dat ons onderzoek heel snel werd gereviewd, geaccepteerd en gepubliceerd in Neuroscience & Biobehavioral Reviews en toen kwam pas de rel.”

Hoe dúrfde u homoseksualiteit te koppelen aan een psychiatrische stoornis… mag je depressie eigenlijk een stoornis noemen?

„Als je ooit depressie meemaakt, dat is wel een stoornis, hoor.”

Bent u wel eens depressief geweest?

„In de puberteit. Rond mijn dertiende ofzo. Ik was heel somber, diepongelukkig, suïcidale gedachten had ik ook. Ik heb er nooit met iemand over gesproken, pas kort geleden dacht ik er weer aan.”

In de puberteit was ik heel somber, diepongelukkig, suïcidale gedachten had ik ook

En het heeft vast weinig zin om te vragen naar het waarom van die somberte?

„Er was geen specifieke reden voor. Ik had een goede jeugd, er leefden op de achtergrond wel dingen uit het verleden, maar mijn ouders deden hun uiterste best ons niet lastig te vallen met de oorlog. De reden, dat was dat het brein moest leren omgaan met opspelende geslachtshormonen.”

Hoe bent u uit die depressie gekomen?

„Door heel hard te gaan roeien, ik deed aan wedstrijdroeien. En door verliefd te worden [op Patty].”

Dus het klopt dat flink bewegen heilzaam is bij depressie?

„Ik ken ook een publicatie waaruit blijkt dat beweging voor jonge mensen juist niet werkt.”

Hoe verklaart u de ‘genezing’ van uw depressie dan?

„Fanatiek met iets bezig zijn.”

En als ik zeg: Swaab werkt zo fanatiek om z’n depressie voor te blijven?

„Dan zeg ik dat ik fanatiek de baarmoeder ben uitgekomen. Met een enorme drive.” Hij mag van geluk spreken, zegt hij, dat hij in de Hongerwinter van 1944 is geboren en niet vlak daarna. Hij heeft zelf meegewerkt aan onderzoek naar de hersenstructuren van kinderen die tijdens de Hongerwinter zijn verwekt. „Vooral het kind dat z’n eerste drie maanden doorbracht in de baarmoeder tijdens de Hongerwinter heeft meer kans op psychiatrische stoornissen, kleinere hersenstructuren en een grotere kans eerder alzheimer te ontwikkelen.”

Foto Lars van den Brink

Recent onderzoek van uw onderzoeksgroep laat zien: depressie is erfelijk, en suïcide óók.

„Suïcide of suïcidale gedachten zijn voor vijftig procent genetisch bepaald. Een promovenda van mij, Lin Zhang, voormalig forensisch patholoog in China, toonde aan dat er typische veranderingen in de hersenschors en hippocampus zijn die samenhangen met de kans op overlijden door suïcide. Die verandering staat los van de psychiatrische aandoening die er eventueel achter zit. Het zijn net een beetje andere eiwitten die je kwetsbaar maken voor suïcide. We zien die eiwitten op een ándere plek dan we depressie zien, het gaat echt om twee moleculaire systemen, één voor depressie, één voor suïcide. Dat verklaart ook waarom antidepressivagebruik in de eerste weken een verhoogde kans geeft op zelfdoding. Het duurt een aantal weken voor de stemming verbetert, maar tegelijkertijd wordt het hele brein actiever, en hebben mensen niet alleen suïcidale gedachten, maar voeren die ook uit.”

Is het troostrijk om een biologische verklaring te hebben voor suïcide?

„Voor ouders die er een kind aan hebben verloren is het troostrijk, hebben we gemerkt. Je zou willen dat we eventuele veranderingen in het brein veel eerder konden zien, bij leven al. Dan kun je vaststellen wie er meer risico lopen en dan hoop je dat we tegen die tijd medicatie hebben gevonden tegen suïcide.”

En euthanasie?

„Lin Zhang heeft laten zien dat dezelfde verandering in de hippocampus zichtbaar is bij mensen die door euthanasie zijn overleden. We denken dat het te maken heeft met een actieve doodswens.”

Houdt de dood u bezig?

„Ik ben er wel mee bezig, maar het maakt me niet zoveel uit, ik merk het wel.”

U bent twee keer aan de dood ontsnapt. Eén keer door sarcoïdose (een auto-immuunziekte van de long), en u lag met Covid op de intensive care.

„Ik kon daar goed afstand van nemen, het was net alsof iedereen om me heen met een andere patiënt bezig was. Ook dat het ieder moment afgelopen kon zijn met me kon ik rustig incasseren. Dissociatie noemen ze dat in de psychiatrie. Een overlevingsmechanisme. Werkt prima. Ze hadden me eigenlijk even in de scan moeten leggen om te zien wat er dan in je hoofd gebeurt.”

U bedacht de term ‘uitburgeringscursus’. U vindt dat iedereen zich moet voorbereiden op het einde.

„Na een heel leven is het wel handig om ook de touwtjes in handen te houden bij je overlijden.”

Betekent dat voor u ook beslissen wanneer u sterft?

„Ik weet het niet, hangt van de omstandigheden af. Ik zit elke dag te midden van chemicaliën dus dat is geen probleem, en we hebben dat middel X in huis voor als alles ons in de steek laat. Maar de beste manier is als een arts een infuus inbrengt en je binnen een seconde weg bent. Mocht het nodig zijn, dan denk ik dat ik voor een bevriende arts ga.”

Lees het hele artikel