Het compenseren van fossiele energieprijzen houdt Europa gevangen

4 uren geleden 1

En weer wordt de energie duur betaald. Olie- en gasprijzen schieten omhoog nu de productie en de aanvoer uit het Midden-Oosten hapert. Regeringen houden crisisberaad en proberen de pijn te verzachten. De eerste noodmaatregelen zijn al aangekondigd. Nederland gaat, net als andere landen, een deel van zijn noodvoorraad olie op de markt brengen.

Het is een echo van de energiecrisis in 2022, toen Rusland Oekraïne binnenviel en de aanvoer van gas naar Europa afkneep. Groot verschil: de gasprijs is nu veel lager, pakweg een vijfde van toen. De olieprijs stuitert op en neer maar komt dichter in de buurt van de crisisprijs destijds.

Politici weten: dure energie is politiek dynamiet. Langdurige prijsstijgingen drukken de koopkracht en de winsten. En omdat energie voor alle bedrijvigheid nodig is, wakkert het inflatie aan. De Nederlandse economie als geheel mag een stoot kunnen hebben, hogere energiekosten zijn altijd een bittere pil.

Want één ding staat vast: dure energie neemt een hap uit de Europese welvaart. De Europese Unie heeft weinig fossiele energiebronnen en koopt een relatief groot deel van haar energie in het buitenland. Hogere prijzen betekenen dan simpelweg: meer betalen aan buitenlanden.

Om een idee te geven: EU-landen importeren ongeveer 58 procent van hun energieverbruik, Nederland zo’n 78 procent. China maar rond de 25 procent. De Verenigde Staten hebben een klein exportoverschot. Rusland en Noorwegen zijn grote exporteurs.

Een energiecrisis zet altijd een enorme herverdeling van welvaart in gang: van landen die energie importeren naar landen die energie exporteren, van bedrijven die energie inkopen naar bedrijven die energie verkopen. De een bloedt, de ander wordt slapend rijk.

Aan de verliezende kant staan veel burgers, vooral die met een laag inkomen en hoge energiekosten, bijvoorbeeld omdat hun huurhuis niet geïsoleerd is of omdat ze veel moeten rijden in een fossiele auto. Per saldo verdienen de VS aan hogere prijzen, maar dat betekent niet dat Amerikaanse burgers niet worden geraakt. Autorijdende Amerikanen zien hun kosten sterk stijgen.

Graaiflatie

Ook Nederland krijgt als grootimporteur een knauw. Na de energiecrisis van 2022 ontstond een jarenlang gevecht over wie de kosten moest dragen. Tussen bedrijven en hun personeel: stijgen de lonen met de inflatie mee? Tussen consumenten en bedrijven: rekenen bedrijven de hogere energiekosten volledig door? Tussen leveranciers en afnemers. De woorden graaiflatie, winstflatie, krimpflatie ontstonden in 2022 uit het gevoel dat sommige bedrijven de crisis gebruikten om er een slaatje uit te slaan. Wie de kosten draagt, is uiteindelijk een kwestie van macht: degene met de meeste marktmacht heeft, wint.

Hebben we van de vorige crisis geleerd? Zijn we minder kwetsbaar geworden? Antwoord: een beetje.

Nederland is minder gas gaan gebruiken na de crisis: meer dan 20 procent minder. Bedrijven, organisaties en huishoudens gingen elektrificeren met behulp van zonnepanelen, windmolens en warmtepompen. Overigens werd niet altijd naar een andere energiebron overgeschakeld: in de industrie schaalden sommige bedrijven hun activiteiten terug of hielden er helemaal mee op.

Maar beter voorbereid op een heuse stop in de aanvoer van gas (die er nog niet is), is Nederland niet. De gasvoorraden zijn nu laag, en er is volgens diverse kenners onvoldoende noodvoorraad.

Wel is een groter deel van de kwetsbaarste groep nu beschermd: mensen met lage inkomens in tochtige huurhuizen. Woningcorporaties isoleerden 50.000 woningen per jaar. In 2022 was 8 tot 9 procent van de huizen van woningcorporaties slecht geïsoleerd, nu is dat 5 procent, inventariseerde Peter Mulder, onderzoeker bij TNO.

Toch zijn nog steeds evenveel huishoudens energie-arm volgens TNO: 6 procent. Ze hebben een laag inkomen en een hoge energierekening. Oorzaak: de energieprijzen zijn hoger dan voor 2022. Zonder grootschalig isoleren was de energie-armoede dus gestegen.

Prijssprong verzachten

In Europa en de Tweede Kamer klinkt alweer de roep om de prijssprong te verzachten. Dat is begrijpelijk, maar dat heeft een hoge prijs: het houdt de samenleving kwetsbaar voor fossiele crises. „Als energie duur is, komen mensen en bedrijven direct in actie. Ze gebruiken minder en investeren in alternatieve energie. Die stimulans wil je niet voor iedereen verzachten”, zegt Machiel Mulder, hoogleraar energie-economie. „Want dan betalen overheden heel veel geld om hun samenleving in het fossiele systeem te houden.”

De overheid zou alleen zwaar getroffen burgers en bedrijven moeten helpen die geen kant op kunnen. Die niet kunnen elektrificeren omdat ze een huurhuis hebben en een laag inkomen bijvoorbeeld.

Want uiteindelijk is er maar één manier om minder kwetsbaar te worden: veel minder fossiele energie verbruiken. Nog altijd is het overgrote deel van ons energieverbruik fossiel: pakweg 75 procent in de EU en 80 procent in Nederland.

Energie is macht en al heel lang ligt die macht bij landen met veel olie en gas

Energie is macht en al heel lang ligt die macht bij landen met veel olie en gas. Hernieuwbare energie uit zonnepanelen en windmolens geeft fossiel-arm Europa een unieke kans: snel zelf meer energie produceren en eigen macht opbouwen. Dat kan via kerncentrales ook, maar de bouw duurt langer.

En ja, zonne- en windenergie creëren een nieuwe afhankelijkheid, bijvoorbeeld voor kritieke grondstoffen uit China. Maar er is een groot verschil: gas en olie koop en verbrand je continu, terwijl je zonnepanelen, windmolens en batterijen voor lange tijd installeert.

Stel nou dat Europa de honderden miljarden euro’s, die het mogelijk opnieuw gaat uitgeven aan lagere accijnzen en energieplafonds, zou uitgeven aan het installeren van batterijen in huizen? Of aan elektrische lease-auto’s voor mensen met lage inkomens die veel moeten rijden voor hun werk?

„Dan besteed je belastinggeld veel slimmer, want dát hoef je bij een nieuwe energiecrisis niet opnieuw te doen”, zegt Peter Mulder. Reken even mee. „Het isoleren van de woningen van energie-arme huishoudens in Nederland kost ongeveer 3 miljard euro. De brandstofaccijns een jaar extra verlagen, kost zo’n 1,5 miljard euro en komt voor 90 procent bij mensen met hogere inkomens terecht.”

Dit betekent natuurlijk niet dat acute verlichting en hulp niet mag. Het betekent wel dat het beter is om bedrijven en burgers royaal over de hobbel naar niet-fossiele energie te subsidiëren dan om fossiele prijssprongen voor iedereen te verzachten. Want een klimaatvriendelijkere economie bouwen mag kostbaar zijn, telkens opnieuw een olie- of gasprijsoptater incasseren, is pas echt duur.

Lees het hele artikel