Het moeizame traject richting topstuk: hoe komt deze Salvator Mundi op kunstbeurs Tefaf?

3 uren geleden 2

Daar is hij, gelijk herkenbaar, deze ‘Salvator Mundi’: Jezus met zijn vingers zalvend omhoog, glazen bol in de hand. „Iconisch”, volgens de Agnews Gallery uit Londen die hem vandaag te koop aanbiedt. De vele camera’s die er deze woensdag op de Tefaf op worden gericht geven hem wat dat betreft gelijk: dit is een van de twee bekendste versies uit een reeks van dertig varianten uit de omgeving van Leonardo da Vinci – en de andere is sinds 2017 het duurste schilderij ooit, omdat het als een ‘echte Leonardo da Vinci’ bij Christie’s voor 450 miljoen dollar werd geveild.

En nu hangt op de Tefaf Maastricht ineens deze tweede, bekend als ‘De Ganay Salvator mundi’, omdat een zekere markies De Ganay het schilderij in de 19de eeuw in zijn collectie had. Agnews haalt het Louvre en het Prado Museum in Madrid als autoriteit in zijn persbericht aan: het Prado schreef in 2021 in zijn catalogus van de Leonardo-expositie dat het een studiowerk van Leonardo is, „mogelijk gemaakt onder het wakend oog van de Meester” zelf. Dus: hoe komt een werk als de Salvator Mundi hier terecht, en: op welke manier komt hij er weer af?

Clifford Schorer, een van de directeuren van Agnews en een van de meer den 260 galeristen op de beurs, zit vlak voor de opening op een richeltje buiten de beurs, en glimlacht er subtiel bij: „Let’s not overcook it”, zegt hij, laten we vooral niet overdrijven. Want hij weet: het kan ook verkeerd lopen als je dat wel doet. Dat gebeurde tenslotte met de andere versie, bekend als de Cook-versie: na het onverwachte record in 2017 kwam de twijfel over de toeschrijving aan Leonardo Da Vinci. De koper, vermoedelijk de kroonprins van Saudi-Arabië, liet het sindsdien niet meer in het openbaar zien.

Schorer houdt het daarom – „ook in opdracht van de eigenaar” – liever wat bescheiden, zegt hij, maar opgewonden is hij wel: vandaag kan een mogelijk hoogtepunt worden van een „delicate dans” die hij jaren geleden begonnen is. Al wil hij die herkomst toch ook weer niet té bescheiden houden. Sinds gisteren heeft de Tefaf na de keuring de herkomst van het schilderij aangepast. Op het bordje is het geen werk meer uit de studio van Leonardo, maar: „Een volger van Leonardo da Vinci uit de vroege 16de eeuw”. Een subtiel verschil, maar voor de kunsthandel kan alles betekenis krijgen.

Streng is de keuring van de Tefaf, met 250 specialisten, twee dagen lang. De handelaren moeten zich erbij neer leggen – al maakt Tefaf de argumentatie niet openbaar – maar handelaar Schorer heeft voor de zekerheid wel zijn eigen bewijzen naar zijn stand meegenomen. Alles is volgens hem nog mogelijk op de Tefaf in Maastricht, samen met de Art Basel een van de twee belangrijkste kunstbeurzen ter wereld. De Tefaf, ontstaan op de kruising van drie landen en inmiddels ook met afsplitsing in New York, biedt allang niet meer alleen maar oude, maar ook moderne en hedendaagse kunst. Toch haalt de beurs het nieuws ieder jaar met topstukken uit de oude kunst – en die zijn weer de belangrijkste reden dat er ieder jaar privéjets van de rijkste verzamelaars in Maastricht landen.

Vandaag, twee dagen voor de officiële opening, mogen ze alvast kijken. Een discrete wereld is het, vertelt Filip Vermeylen, hoogleraar Global Art Markets in Rotterdam. Een beetje geheimzinnig ook: over de achtergronden wordt weinig prijsgegeven. De kopers komen allang niet meer alleen uit Europa, maar overal vandaan: zo hebben ook rijken uit het Midden-Oosten veel interesse in westers cultuurgoed, vertelt Vermeylen. De oorlog in Iran verandert dat niet: deze kopers werken vaak met tussenpersonen, specialisten.

Galerist Schorer wil best praten; nieuws is goed voor zijn Salvator Mundi. Het traject richting topstuk op de Tefaf begon toen hij rond 2019 op bezoek was bij een verzamelaar, die hij al langer adviseerde: Jacob ‘Jacqui’ Safra (1947), een Zwitserse investeerder uit een Joods-Syrische familie. Bankier Safra koopt hele verzamelingen tegelijk en bezit rond de 1.700 werken, zegt Schorer. Maar: hij laat ze dan gewoon in dozen zitten, ongerestaureerd. Zo ging dat ook met deze ‘Salvator Mundi’.

Het verhaal laat zien dat toeval een rol speelt: Safra kocht het werk in 1999, als deel van een veel grotere collectie: het paneel zag er niet goed uit en viel niet op. Pas in 2014 werd het schoongemaakt en gerestaureerd – en werd toen gezien door een conservator van het Prado in Madrid. Maar pas na 2017 veranderde de Salvator-versie uit de Cook-collectie ook de reputatie van dit werk. In 2019 ontstond het plan om beide werken naast elkaar in de grote Leonardo-expositie in het Louvre te hangen. Maar de Cook-versie kwam niet. De twijfel erover bleek al groot, én, weet Vermeylen, „het Louvre wilde het werk niet centraal ophangen en daarom trok de koper hem terug”. En dus kwam alleen deze De Ganay-versie in het Louvre te hangen, en later ook in het Prado. Mét vermelding als studiowerk.

Pizza in New York

Zo loopt dat, zegt Vermeylen, jaren duurt het en dan ineens, is „de tijd rijp” voor de verkoop: eerst moest niet alleen het schilderij zelf, maar ook de „negatieve verhalen” rond de Salvator Mundi worden schoongepoetst.

Maar ook daarmee was het nog niet gedaan, zegt Schorer. Want eigenaar Safra zelf wilde helemaal niet verkopen. Het was de suggestie van galerist Schorer. En dus volgde na 2019 nog een lange weg van „pizza eten in New York” tot „koffie drinken op het vliegveld van Genève”. Daar zat het werk in één van die roemruchte boxen, waar de rijken ter wereld hun waardevolle spullen belastingvrij bewaren – en één van de redenen ook dat de er meerdere schandalen rond witwassen in de kunstmarkt zijn geweest, vertelt Vermeylen.

Schorer bevestigt dit probleem, maar dat geldt niet voor hem, niet voor zijn verkoper, en niet voor dit werk: herkomst en bewijsvoering zijn volgens hem helder. Nu gaat het erom wie het meest overtuigt: de strenge Tefaf-keuring of de bewijzen die de handelaar heeft meegenomen. Op zijn tafeltje heeft hij de catalogi van het Prado en Louvre liggen. Naast het schilderij hangt een infrarood-foto die de tekening van het schilderij laat zien. „Zie je die plooi, dat is toch typisch Leonardo”, zegt Schorer.

En de prijs? Voor het eerst van zijn carrière heeft Schorer geen prijs vastgesteld. Hij heeft besloten niets vooraf vast te stellen, en niets te zeggen, want: „Wat is de waarde van zo’n schilderij?” Maar hij wil het wel vergelijken met die andere Salvator Mundi. Daarvoor had hij „75 miljoen dollar” een redelijke prijs gevonden, als het alleen een studiowerk was geweest. Nu is het afwachten, zegt Schorer. Halverwege de woensdag is de stand van Agnews „drukbezocht”. Maar nee, een koper is er nog niet. „De gesprekken zijn begonnen met degenen die het kunnen betalen”, zegt Schorer. Hij glimlacht: „De dans gaat nog verder.”

Lees ook

Da Vinci duurste kunstwerk ooit: 450 mln dollar

Bezoekers fotograferen het Da Vinci-schilderij tijdens een kijkdag voorafgaand aan de veiling.

Kijkdag op kunstbeurs Tefaf 2026 in Maastricht

Foto Loraine Bodewes
Lees het hele artikel