De meeste landen in de Indo-Pacifische regio zijn voor hun energie aangewezen op import, en het leeuwendeel van die invoer komt uit de Golfregio. Olie en gas uit Koeweit, Irak, de Verenigde Arabische Emiraten en Qatar passeren de Straat van Hormuz, en in 2024 was meer dan 80 procent daarvan bestemd voor Azië, volgens het Amerikaanse ministerie van Energie. Normaliter gaan er zo’n twintig miljoen vaten (à 159 liter) ruwe olie per dag door de nauwe zeestraat tussen Iran en Oman.
Maar sinds Israël en de Verenigde Staten op 28 februari hun aanvallen op Iran begonnen, is aan die toevoer een eind gekomen. Irans greep op de internationale (olie)handel is vermoedelijk zijn krachtigste wapen, en dus noemt het ieder schip dat „ten behoeve van de Verenigde Staten, de zionisten en hun handlangers” door de Straat van Hormuz vaart „een legitiem doelwit”. Woensdag waarschuwde Iran de wereld om zich voor te bereiden op een olieprijs van 200 dollar per vat.
Diezelfde dag werden in de Straat drie schepen aangevallen, waaronder een Japans containerschip en de bulkcarrier Mayuree Naree, die onder Thaise vlag voer. Drie opvarenden van dat laatste schip raakten vermist toen daar aan boord brand uitbrak. Inmiddels zou Iran ook zeemijnen in de vaarroute leggen. Donderdag vatten twee olietankers voor de Iraakse kust vlam na een Iraanse aanval. Het Internationaal Energie Agentschap (IAE) spreekt van „de grootste verstoring in de geschiedenis van de wereldoliemarkt”.
Lees ook
De historisch grote vrijgave van olie uit noodvoorraden moet de markt weer tot rust brengen, is de hoop
Cijfers van Lloyd’s List laten inderdaad zien dat de doorvaart van tankers door de Straat sinds 1 maart vrijwel is stilgevallen. De weinige schepen die zich nog aan de tocht wagen, behoren volgens de in scheepvaart gespecialiseerde publicatie tot de Iraanse schaduwvloot, en worden daarom ongemoeid gelaten. Ze vervoeren vermoedelijk vooral olie naar China, dat minder in de problemen zit dan andere landen in de regio.
Voor elf dagen lng op voorraad
Elders in Azië zijn de opgedroogde toevoer van olie en gas en de prijsstijgingen een prangend probleem, zeker naarmate de crisis langer duurt. De economische grootmachten Japan, Zuid-Korea en Taiwan importeren vrijwel al hun olie en gas, en vrezen tekorten en fors hogere prijzen. In Japan hebben veel bedrijven hun productie teruggeschroefd omdat olieproducten als etheen –een grondstof voor plastic – flink duurder zijn geworden.
De regering van de Japanse premier Sanae Takaichi besloot woensdag liefst tachtig miljoen vaten ruwe olie uit de eigen strategische voorraad vrij te geven. Ook bereidt de regering financiële maatregelen voor, zoals een prijsplafond voor benzine en herinvoering van subsidies op brandstof, die eerder dit jaar juist waren afgebouwd. In Zuid-Korea is zo’n prijsplafond voor benzine er al, en kondigde de regering donderdag beperkingen aan voor de uitvoer van geraffineerde producten.
Voor Taiwan is vooral een dreigend tekort aan gas acuut. Lng, grotendeels uit Qatar, is de belangrijkste energiebron voor elektriciteitscentrales die niet alleen huishoudens, maar ook de belangrijke halfgeleiderindustrie bedienen. Het eiland beschikt over noodvoorraden voor ongeveer elf dagen, aldus een memo van een analist waar Nikkei uit citeert. Een regeringswoordvoerder zei donderdag dat Taiwan voor maart en april voldoende aanvoer uit andere bronnen heeft zekergesteld, en dat het druk bezig is met voorraden voor de maanden daarna. Maar als de oorlog lang aanhoudt, zal dat vermoedelijk steeds moeilijker worden.

Klanten wachten om te tanken in Seoul. De Zuid-Koreaanse regering heeft een prijsplafond voor benzine ingevoerd.
Foto Kim Hong-Ji/Reuters
In het Indiase Chennai staan lange rijen bij een benzinepomp uit vrees voor tekorten en prijsstijgingen.
Foto R. Satish Babu/AFP
Klanten staan in de rij voor een pompstation in Dhaka de hoofdstad van Bangladesh. Brommerrijders mogen in het land voorlopig niet meer dan twee liter benzine per dag tanken.
Foto Munir Uz Zaman/AFPMaximaal twee liter benzine
Elders in Azië laat de brandstofschaarste zich rechtstreeks voelen. In India kregen staatsraffinaderijen opdracht om huishoudens, ziekenhuizen en onderwijsinstellingen voorrang te geven bij de distributie van lpg, dat het land voor een belangrijk deel uit Qatar, Saoedi-Arabië en de Verenigde Arabische Emiraten haalt. De Nationale Restaurant Associatie heeft al gewaarschuwd dat haperingen in de levering van gas voor keukens tot sluiting van restaurants zal leiden.
Intussen hebben de VS India toestemming gegeven de komende dertig dagen weer Russische olie te kopen. In januari maakte de Amerikaanse president Trump nog een einde aan een importheffing van 25 procent op alle Indiase producten, nadat Delhi beloofd zou hebben géén Russische olie meer te kopen – wat India niet openlijk heeft bevestigd. De Amerikanen verweten India door de aankoop van Russische olie de oorlog in Oekraïne mede te financieren.
In Bangladesh, dat 95 procent van zijn energie importeert, blijven universiteiten gesloten tot het einde van de ramadan om stroom en brandstof te besparen. Nadat vorige week onrust was ontstaan bij pompstations, deed de regering benzine op rantsoen: voor een brommer mag maximaal twee liter per dag getankt worden, voor een jeep of kleine bus maximaal 25 liter. Sommige kledingfabrikanten in Bangladesh hebben al geklaagd dat zij niet genoeg diesel hebben om hun noodgeneratoren te laten draaien. De textielindustrie is een belangrijke economische pijler van het land.
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/03/12114702/120326BUI_2032232509_1.jpg)
Dikke rookwolken stijgen op uit een oliedepot even buiten de Iraanse hoofdstad Teheran na een golf Israëlisch-Amerikaanse luchtaanvallen. Sinds de oorlog op 28 februari begon, is een oliecrisis uitgebroken.
Foto Kaveh Kazemi/Getty ImagesAndere landen, zoals Pakistan en de Filippijnen, hebben voorlopig een vierdaagse werkweek en verplicht thuiswerken ingevoerd om brandstof te besparen. De Pakistaanse overheid heeft een groot deel van het wagenpark tijdelijk van de weg gehaald, uitgezonderd ambulances en politievoertuigen. Hoger onderwijs vindt online plaats en andere scholen krijgen de komende weken vakantie.
Palmolie
Zelfs de olieproducerende landen in Azië – met name Maleisië en Indonesië – hebben last van de oliecrisis. Maleisië profiteert weliswaar van de gestegen olieprijs, maar kampt ook met de hoge kosten die daar het gevolg van zijn. De regering in Putrajaya vreest voor inflatie en verstoring van toeleveringsketens. Donderdag verscherpte het land zijn grenscontroles uit vrees dat gesubsidieerde brandstof het land uitgesmokkeld zou worden.
Indonesië gebruikt meer olie dan het zelf produceert en heeft miljarden uitgetrokken om brandstof te subsidiëren. Daarnaast overweegt het om het gehalte aan bijgemengde palmolie in biodiesel te verhogen van 40 naar 50 procent, een plan dat het eerder dit jaar nog schrapte omdat dit tegen toen geldende prijzen te duur was. De productie van palmolie gaat in Indonesië vaak gepaard met grootschalige ontbossing.
‘Theepotten’ met oliereserves
China heeft met al die problemen voorlopig minder te kampen. Het heeft de laatste jaren veel geïnvesteerd in zijn energiezekerheid, en kon daarbij profiteren van olie die het door internationale sancties in Rusland, Venezuela en Iran goedkoop kon kopen.
Volgens schattingen ging voor de oorlog tussen 80 tot 90 procent van de Iraanse olie-export naar China, maar in Chinese statistieken is dat niet terug te vinden: officieel heeft het land sinds 2022 geen druppel Iraanse olie meer gekocht. Na Rusland (18 procent), Saoedi-Arabië en de Verenigde Arabische Emiraten (beide 14 procent) was Maleisië (11 procent) in 2025 China’s belangrijkste leverancier.
Maar vrijwel zeker was die ‘Maleisische’ olie grotendeels afkomstig uit Iran en Venezuela, een andere grote olieproducent die door internationale sancties was getroffen. Bloomberg documenteerde in 2024 al hoe Iraanse olie voor de Maleisische kust op zee wordt overgeslagen op andere schepen om de herkomst te verdoezelen. Iran en Venezuela zijn in werkelijkheid goed voor zo’n 15 procent van China’s olie-import, schatten onderzoekers van Columbia University in de VS. Anders, merkten ze op, is moeilijk te verklaren waar de 1,3 miljoen vaten ruwe olie per dag vandaan komen die China in 2025 in Maleisië zou hebben gekocht: dat is ruim twee keer zoveel als het Zuidoost-Aziatische land een jaar eerder produceerde.
De olie die onder sanctieregimes valt, wordt niet gekocht door de grote staatsoliebedrijven, maar door kleine, onafhankelijke raffinaderijen, zogenoemde ’theepotten’. Die zijn minder afhankelijk van westerse financiële instellingen en dollartransacties, en zijn dus minder gevoelig voor sancties.
De Iraanse schaduwvloot zou sinds het begin van de oorlog zelfs meer olie naar China hebben verscheept dan daarvoor
Onder meer in zulke theepotten heeft China een grote noodvoorraad opgebouwd. Volgens olieanalist Homayoun Falakshahi van databedrijf Kpler omvat die voorraad 1,2 miljard vaten, een record. Zelfs als alle olie-import stopt, zou China daar nog maanden mee vooruit kunnen. Daarnaast koopt het grote hoeveelheden Russische olie, die via pijpleidingen wordt aangevoerd.
Bovendien maken olie en gas een relatief klein deel uit van de Chinese energiemix: het land verstookt enerzijds nog veel steenkool, en heeft anderzijds de laatste jaren juist veel geïnvesteerd in duurzame alternatieven als zonne- en windenergie, die snelle elektrificatie mogelijk maken. Zo rijden er steeds minder auto’s met verbrandingsmotoren rond.
‘Fully China-owned’
Ondanks al die investeringen in energie-onafhankelijkheid zou een langdurige verstoring van de toevoer uit de Golf voor ’s werelds grootste olie-importeur wel degelijk een probleem opleveren, met name door de hogere energieprijzen. China heeft nog weinig concrete maatregelen aangekondigd om dat tegen te gaan. Een regeringswoordvoerder zei eerder deze week alleen dat het land „zal doen wat nodig is om zijn energiezekerheid te beschermen”. Hij wilde niet ingaan op de vraag of China, net als ruim dertig IEA-landen, zijn strategische voorraad zal aanspreken. Wel zou China deze donderdag een onmiddellijk verbod hebben uitgevaardigd op de uitvoer van geraffineerde olieproducten. Het land is normaliter een grote exporteur van brandstoffen.
China oefent inmiddels diplomatieke druk uit op Iran om Chinese schepen veilige doorvaart te bieden, aldus persbureau Reuters. Volgens analisten zou de Iraanse schaduwvloot sinds het begin van de oorlog zelfs meer olie naar China brengen dan daarvoor. Het Franse persbureau AFP stelde deze week vast dat sommige tankers met andere vlaggen en bestemmingen daar gebruik van maken, door hun transponders – die gegevens als locatie, eigenaar en bestemming van een schip uitzenden – tijdens de passage van de Straat van Hormuz te laten beweren dat ze ‘Fully China-owned’ zijn.
Lees ook
China is een van de belangrijkste internationale partners van Iran. Hoe reageert het land op de oorlog in het Midden-Oosten?
Met medewerking van Merel Thie en Saskia Konniger.


/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/03/12154613/120326ECO_2032135493_Dide-Roeten_Economie-en-recht-WEB.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/03/12115457/120326ECO_2032239061_.jpg)


/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/03/10154144/100326WET_2032185287_IgNobelprijzen.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/02/16152508/data110747145-a3ddbf.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/03/10183836/100326VER_2032194056_bbb.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/03/10141321/100326WET_2032083953_hitteDEF.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/03/10115837/100326VER_2032175496_volkerturk.jpg)
English (US) ·