Vooraf alleen een uurtarief noemen? Dat mag de advocaat niet

4 uren geleden 2

De zaak

Een gehuwd stel wil scheiden en klopt aan bij een advocaat. Op een advocatenkantoor in Zaanstad vindt de eerste bespreking plaats. Acht dagen later stuurt de advocaat per mail een opdrachtbevestiging met een gespreksverslag en een prijsopgaaf, bestaande uit een uurtarief van 266,20 euro inclusief btw en een omschrijving van de te verrichten werkzaamheden met de bijbehorende totale tijdsbesteding.

Door een verschil van inzicht tussen de advocaat en het stel stoppen de werkzaamheden. De advocaat stuurt een factuur van 663,67 euro inclusief btw, hoofdzakelijk voor die eerste bespreking en de daaropvolgende e-mail. Na protest van het echtpaar stelt de advocaat de declaratie naar beneden bij tot 530,63 euro inclusief btw.

Na diverse betalingsherinneringen en sommaties stapt de advocaat naar de rechter.

De uitspraak: wél een overeenkomst, maar verlaging van de prijs

De cliënt beweert in het intakegesprek een vrijblijvende offerte te hebben gevraagd. Het advocatenkantoor zou vooraf niet hebben vermeld dat het gesprek en de mail daarna geld zouden kosten. Maar de rechter concludeert dat bij de bespreking wel een overeenkomst van opdracht tot stand kwam, omdat partijen het toen – zo blijkt uit het gespreksverslag – eens werden over de belangrijkste onderdelen van de opdracht: de werkzaamheden en het uurtarief. Die mondelinge overeenstemming is voldoende.

Omdat het hier gaat om een overeenkomst met een consument, moet de rechter toetsen of voldaan is aan het consumentenrecht. Daar gaat het alsnog mis, want de advocaat heeft het stel niet vooraf – voordat de overeenkomst tot stand kwam – over de totale prijs ingelicht, aldus de rechter. Bij de bespreking kwam alleen het uurtarief ter sprake. De totale prijs noemde het advocatenkantoor pas in de mail daarna. Volgens de rechter werd vooraf ook niet duidelijk dat het kantoor kosten aan het intakegesprek zou verbinden.

De rechter past een sanctie toe en verlaagt het bedrag van de factuur met 20 procent.

Het commentaar

„Een potentiële klant meldt zich meestal eerst via de telefoon of mail. Dan weet je als advocaat nog weinig. Het is daarom gebruikelijk iemand eerst op gesprek uit te nodigen en alles door te nemen”, licht Maaike van Herpen toe, advocaat bij DVDW. Zij staat niet alleen particulieren in het familierecht bij, maar ook advocaten die met tuchtklachten te maken krijgen.

Van Herpen: „Als voor een eerste gesprek kosten in rekening worden gebracht, moet dat vooraf duidelijk zijn. Daar gaat het nog weleens mis. Vervolgens kan de advocaat op basis van zo’n intakegesprek de kosten begroten en vervolgstappen uitwerken. Als dat nog niet mogelijk is – omdat informatie ontbreekt, bijvoorbeeld, of omdat partijen eerst nog in overleg gaan over een oplossing – moet de advocaat een inschatting geven.” Hoewel dit uit de gedragsregels voor advocaten volgt, gaan zij op dit vlak nog steeds weleens de mist in, blijkt ook uit andere rechtszaken. 

Hoe Van Herpen het zelf aanpakt? „Bij het eerste contactmoment geef ik aan dat er kosten aan de bespreking zijn verbonden. Ik noem mijn uurtarief en de tijd die zo’n bespreking ongeveer in beslag neemt.” Daarna stuurt zij altijd een schriftelijke bevestiging. Na de intake zet Van Herpen de strategie en de kostenraming op de mail.   

De rechter is hier wel streng over het moment van de kostenopgave, vindt Van Herpen. „Tijdens de intake een kostenraming geven, is lastig omdat je vaak nog onvoldoende weet over het dossier en het nog niet compleet is.” Volgens haar is de gedachte achter de Europese richtlijn waar de rechter aan toetst dat de consument de financiële gevolgen van een overeenkomst kan overzien zodat hij of zij, in dit geval de cliënt, kan beslissen: ga ik wel of niet verder?

Als een cliënt de zaak doorzet, kan de advocaat niet achterover gaan leunen. Van Herpen: „Als er gaandeweg iets verandert in de kosten of de situatie van de cliënt, bespreek je dat met die cliënt en geef je een nieuwe begroting af.”

Dat sluit aan bij een recente uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland, in een zaak die ook ging over een advocaat die betaling door een consument in een echtscheidingszaak wilde afdwingen. De rechtbank oordeelde dat de advocaat met zijn cliënt om de tafel had moeten gaan over wat nog zou komen toen die vanwege een faillissement in financieel zwaar weer terechtkwam.

Hoewel de rechter vermindering van de advocaatkosten kan opleggen, betalen consumenten in dit soort incassozaken soms alsnog flink voor rente, incasso- en proceskosten. Dat kan een probleem zijn, zeker als iemand bijvoorbeeld in een echtscheiding zit. Kunnen dit soort zaken niet eenvoudiger en goedkoper worden afgedaan?

Van Herpen ziet een kans voor verbetering en wijst op een laagdrempelig en goedkoper alternatief: de Geschillencommissie Advocatuur. Toch komen daar volgens haar nog weinig zaken terecht, onder andere omdat advocaten ten onrechte denken dat ze bij die commissie aangesloten moeten zijn. Van Herpen: „Advocaten zouden vaker een beroep op deze commissie kunnen doen.”

Uitspraak: Rechtbank Den Haag, 21 januari 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:1015

Lees het hele artikel