Koop de grond van stoppende boeren op en verpacht het aan jonge agrariërs, adviseert de SER

1 uur geleden 1

Het heeft iets geks, geeft Kim Putters toe, om een advies over de toekomst van de landbouw uit te brengen aan het kabinet zes dagen nadat dat kabinet het langverwachte ‘stikstofpakket’ dat de landbouw ingrijpend verandert, naar buiten heeft gebracht. Maar de Sociaal Economische Raad (SER), waarvan Putters de voorzitter is, houdt zich al jaren bezig met de vraag hoe Nederland op zijn heel beperkte oppervlakte een duurzamer én economisch veerkrachtige land- en tuinbouw kan houden. En van die vraag is de overmatige stikstofuitstoot die de mest van veehouders veroorzaakt, maar één onderdeel.

Het advies ‘Samenwerken aan een duurzaam en toekomstbestendig agrosysteem’, dat was aangevraagd door voormalig BBB-minister van Landbouw Femke Wiersma, werd donderdag gepresenteerd. Het is opgesteld door werkgevers, werknemers, boeren- én milieuorganisaties.

Een van de SER-aanbevelingen is het investeren in landelijke en provinciale grondbanken, zoals de in 2023 opgerichte Nationale Grondbank. Aan een grondbank kunnen boeren die ermee stoppen hun land verkopen. Dat land wordt dan overheidsbezit. De grondbank kan grond verpachten en daarmee het gebruik van die grond sturen: bijvoorbeeld wel aan duurzame boeren en niet voor andere activiteiten die meer stikstof uitstoten dan agrarisch gebruik.

Boeren die uit de meest gevoelige gebieden (vlakbij natuurgebieden) moeten verhuizen kunnen er terecht en ook jonge agrariërs die op een duurzame manier willen werken. Agrarische grond kopen, wordt nu steeds moeilijker, met uitschieters in Flevoland waar kopers voor één hectare eind vorig jaar gemiddeld 199.000 euro neerlegden. In 2025 kostte agrarische grond in het hele land gemiddeld 95.400 euro per hectare, bijna 12 procent meer dan in 2024.

Financiële barrières slechten

Veruit de meeste boeren willen duurzamer en natuurvriendelijker werken, is de overtuiging van Putters, mits de overheid en consumenten ze helpen en niet alleen maar eisen stellen. Want ze lopen nu tegen allerlei financiële barrières aan. „Om te verduurzamen hebben boeren kapitaal nodig. Wij bepleiten een langere looptijd voor leningen aan jonge boeren of anderen die willen omschakelen naar duurzaam. En een risicofonds om tegenvallers samen op te vangen, met borgstelling van de overheid.”

Bedrijven worden onvoldoende beloond voor en afgerekend op daadwerkelijke emissiereductie en verduurzaming

Boeren hebben ook vergunningen nodig, die lokale overheden nu niet afgeven omdat elke nieuwe activiteit – ook technologieën, machines of gebouwen die op termijn enorm zouden helpen om de natuur te ontzien – tijdelijk een verhoogde stikstofuitstoot veroorzaakt. Dat is voor boeren de catch 22 van het stikstofslot.

Over die vergunningverlening schrijft de SER: „De stapeling van complexe regelgeving, onzekere vergunningverlening en het uitblijven van samenhangend, langjarig beleid maakt dat investeringen in verduurzaming worden uitgesteld. (..) Het is vaak onduidelijk wat de individuele milieugebruiksruimte is, wat mag en tot wanneer. Bedrijven worden onvoldoende beloond voor en afgerekend op daadwerkelijke emissiereductie en verduurzaming. Het slot op de vergunningverlening werkt hierbij verlammend, niet alleen voor de individuele agrariërs, maar voor het volledige agrosysteem. Agrarische ondernemers verkeren hierbij ook in onzekerheid over de dreiging van nieuwe juridische procedures.”

Tegelijk heeft de Nederlandse landbouw veel kennis, onderstreept de SER. Van zaadveredeling en verbetering van gewassen – waar de Universiteit Wageningen in excelleert – tot praktische manieren om dieren te beschermen tegen de hitte en robots die bijvoorbeeld vruchten kunnen plukken.

Een publiek-private organisatie, die nog niet bestaat, zou voortaan alle relevante data en kennis van boeren en tuinders moeten beheren en innovaties moeten aanzwengelen. Die organisatie zou ook de macht moeten hebben om verbeteringen te realiseren. „Er is een gedeelde infrastructuur in de uitvoering nodig die het vertrouwen tussen overheid en de sector herstelt„, zegt Putters. „Er werken 620.000 mensen in de land- en tuinbouw maar er is helemaal geen gedeelde infrastructuur. De hele sector is gefragmenteerd, versplinterd. Er is veel bureaucratie en dat geeft allemaal frustratie.”

Een van de vele absurde gevolgen van alle regels die de SER beschrijft is dat boeren met nieuwe stallen, die juist uitstoot van stikstof beperken, méér geld krijgen als ze stoppen, via de uitkoopregelingen, dan boeren met oude stallen die in de opslag van mest bijvoorbeeld stikstofuitstoot vergroten. De prikkel om te stoppen is dus groter voor de boeren die hebben geïnvesteerd in betere stallen.

Duurzame boeren hebben hogere kosten

Biologisch boeren – zonder kunstmest, pesticiden, krachtvoer en andere prestatieboosters – zou moeten lonen. Maar dat is nu niet zo, althans alleen als de consument meer betaalt voor het product. De oogst is minder stabiel, doordat de natuur meer haar gang gaat, en biologische boeren gebruiken de gewassen en dieren veel minder efficiënt dan bij ‘gangbare’ boeren. Ook duurzaam werkende boeren, die niet voldoen aan de strenge biologische normen maar wel de natuur ontzien, hebben aanvankelijk hogere kosten dan de ‘gangbare’, grootschalige akkerbouwers en veehouders. Dat is te zien aan de prijs: een gewoon stuk kip kost twee derde van de prijs van een biologisch stuk kip.

En toch zijn er verschuivingen gaande: zo kopen de grote supermarkten geen producten meer in met minder dan één ‘beter leven’-ster (van de drie sterren). Vroeger wel. Supermarktketens Lidl, Albert Heijn en Jumbo hebben relatief veel biologische producten in het schap, naast ‘gangbare’, en een keten als Ekoplaza verkoopt alleen maar biologisch.

Hoogste tijd, zegt Kim Putters, dat er een basis-standaard voor voedselproducten wordt ontwikkeld, waar álle boeren en andere bedrijven zich aan committeren. Zoals het ‘beter leven’ sterrensysteem, maar dan ook voor duurzaamheid. „Dan kan de een niet tegen de ander, qua prijs, worden uitgespeeld omdat ze allemaal aan dezelfde duurzame voorwaarden moeten voldoen.”

Lees het hele artikel