Het zag er machtig uit, de manier waarop Mathieu van der Poel won. Van kop af sprintte hij in het stadje Ussel in Midden-Frankrijk naar de etappezege, in een straat die venijnig omhoog liep, bij een temperatuur van zeker 35 graden – terwijl zijn medevluchters en hij werden opgejaagd door een peloton dat zich maar enkele seconden achter hen bevond. En toch, zo zei Van der Poel droogjes na afloop, was die sprint niet het zwaarste deel van de dag. „Het moeilijkste is om in de ontsnapping terecht te komen.”
Met zijn derde ritzege in de Tour de France (na etappewinsten in 2021 en vorig jaar) heeft ’s lands beste wielrenner in één klap zijn seizoen een gouden randje gegeven. Het ging dit jaar nog niet zoals eendagsspecialist Van der Poel gewend is. Geen zege in een monument, zoals in de afgelopen vier seizoenen: Milaan-Sanremo en de Ronde van Vlaanderen gingen naar Tadej Pogacar, Parijs-Roubaix was voor Wout van Aert. Van der Poel won twee kleinere voorjaarsklassiekers en twee etappes in de Italiaanse rittenkoers Tirreno-Adriatico. Maar de veelwinnaar is anders gewend.
„Een mengeling van opluchting en blijdschap”, zo omschreef Van der Poels ploegleider Philip Roodhooft zijn gemoedstoestand enkele minuten na de finish, staand onder de luifel van de teambus. Met van der Poels zege is de Tour de France voor zijn team Alpecin-Premier Tech in één keer geslaagd. In de eerste Tourweek maakte zich het nodige chagrijn meester van de ploeg, want vlotten wilde het nog niet zo.
Sprinter Jasper Philipsen, de andere troef van het team, slaagde er tot drie keer toe niet in om in de buurt te komen van een etappezege – het onvermoeibare aantrekwerk van Van der Poel ten spijt. Met name in de etappe van zaterdag in Bergerac kwam Philipsen op pijnlijke wijze tekort: op tweehonderd meter van de finish ging hij ruim aan kop, maar daarna verloor hij zoveel vaart dat hij van achter voorbij gestoken werd door drie concurrenten, onder wie ritwinnaar Tim Merlier.
Ondanks die tegenslagen bleef het humeur van Van der Poel achter de schermen „meer dan oké”, aldus Christoph Roodhooft – de andere ploegbaas van Alpecin en broer van Philip. „Hij heeft door de zure appel heen gebeten, maar op een positieve manier. Hij beseft dat zijn humeur en zijn gemoedsgesteldheid doorwegen in de groep.” Toen Roodhooft zag dat Van der Poel met vier man om de dagzege zou strijden, gaf hij zijn renner „80 procent kans” om te winnen. „Hij geeft zoiets zelden uit handen. Omdat hij Mathieu van der Poel is.”
Lange vlucht in een ingekorte etappe
Van der Poels ritzege was de vrucht van een lange vlucht – op een dag die vooraf ook als kansrijk werd gezien voor een ontsnapping. Al vroeg in de etappe – die met dertig kilometer was ingekort vanwege de hitte – speelde hij een hoofdrol bij het openbreken van de koers. Na tientallen kilometers vol chaotische aanvallen en ontsnappingen belandde Van der Poel uiteindelijk op de tweede klim van de dag in een sterke kopgroep.
Op een kilometer of dertig van de finish bleef er van die ontsnapping een elite-achttal over, met behalve Van der Poel ook renners als de Brit Tom Pidcock en de Amerikaan Quinn Simmons. Dat gezelschap wist Van der Poel met een versnelling op de laatste klim van de dag, de Mont Bessou, vervolgens uit te dunnen tot een viertal: hijzelf, Pidcock, de Noor Tobias Halland Johannessen en de Fransman Alex Baudin.
Tot in de laatste kilometers bleef het spannend of de kopgroep het zou redden: in het peloton reed een aantal ploegen, die van geletruidrager Tadej Pogacar voorop, in een straf tempo achter de vluchters aan. Pogacar zei naderhand dat ze de ontsnapping niet wilden terugpakken, maar er in goed overleg met met andere teams wel voor wilden zorgen dat het gat niet te groot zou worden.
Toen bleek dat het in de finale inderdaad tussen de vier vluchters zou gaan, nam Van der Poel resoluut de leiding. Vanaf vijfhonderd meter voor de finish reed hij aan kop, ging als eerste de sprint aan en gaf de leiding niet meer uit handen.
Bij de teambus, een paar meter van de gebroeders Roodhooft, stond nog een andere goede bekende van Van der Poel: zijn vader Adrie, net als zijn zoon klassiekerspecialist en winnaar van Touretappes. Naar de finale, zo vertelde hij, had hij van de zenuwen bijna niet durven kijken: dat zijn zoon monumenten wint en meedoet om een Touretappe, went nooit. „Ik zat in de auto. Ging ik even een plasje doen. Daarna was er helaas maar twee kilometer voorbij. Dacht ik: zijn ze nog niet gefinisht?”
Vanzelfsprekend vond Mathieu van der Poel zijn etappezege niet, zei hij na afloop. Verre van. „Het lijkt soms heel makkelijk, omdat onze ploeg er in de voorbije seizoenen altijd in slaagde om een monument of een Touretappe te winnen. Maar we weten dat het niet altijd vanzelf gaat.”


/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/07/09141225/100726BIN_2035056059_Ouderenzorg04.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/07/12163159/120726CUL_2034827976_-burnaboy.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/07/12180727/120726SPO_2035070989_-extra-gele-trui.jpg)

/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/07/09113142/100726SPO_2035057114_2.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/07/08100046/100726SPO_2034610473_1-1.jpg)
:format(jpeg):fill(f8f8f8,true)/s3/static.nrc.nl/taxonomy/64ea993-Vries%2520Marijn%2520de%25202023%252001%25201280.png)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/07/09222426/090726VER_2035112148_2.jpg)

English (US) ·