Nederland compenseert nabestaanden burgerdoden aanval Mosul, erkent dat universiteitsgebouw ‘geen legitiem militair doelwit’ was

3 uren geleden 2

Nederland compenseert de nabestaanden van burgerdoden die zijn gevallen bij een Nederlands bombardement op de Iraakse stad Mosul in 2016. Defensie erkent dat „naar alle waarschijnlijkheid” zeven burgerdoden zijn gevallen en concludeert dat met de kennis van nu geen sprake was van „een legitiem militair doelwit”. Minister van Defensie Dilan Yesilgöz (VVD) heeft excuses aangeboden, schrijft ze woensdag op basis van een rapport van een onderzoekscommissie.

Aanleiding van het onderzoek was de onthulling van NRC, NOS en Nieuwsuur in 2023 dat, anders dan de Amerikanen inlichtingendiensten beweerden, wel degelijk zeven burgerdoden zijn gevallen bij Nederlandse aanvallen. Onder meer een kind van drie kwam om. „Het is zeer te betreuren dat deze luchtaanval onbedoeld burgerslachtoffers tot gevolg heeft gehad”, schrijft de minister. „Ik ben mij ervan bewust dat dit een blijvende impact heeft op de getroffen families,”

De aanval op Mosul was onderdeel van de luchtoorlog (2014-2018) die een internationale coalitie voerde tegen terreurorganisatie Islamitische Staat (IS). Eén van de gebouwen waar Nederland de aanval op uitvoerde, zou volgens Amerikaanse inlichtingen een IS-hoofdkwartier zijn. De Amerikaanse krijgsmacht-eenheid CENTCOM, die de meldingen van mogelijke burgerslachtoffers voor Nederland monitorde, oordeelde na de aanval dat er nul burgerdoden waren gevallen. Iraakse media berichtten al na een paar uur over burgerdoden bij een bombardement op „woningen van professoren”. Het bleek een woning van academici te zijn.

De dodelijke slachtoffers betroffen een kind, vier vrouwen en twee mannen. Ze waren afkomstig uit twee verschillende families. Bij een ander Nederlands bombardement, in juni 2015 in de Iraakse stad Hawija, vielen zeker zeventig doden.

Lees ook

Bij een Nederlands bombardement op IS in Mosul kwamen zeven onschuldige burgers om. Hoe kon het zo misgaan?

Nederland bombardeerde op 22 maart 2016 dit appartementencomplex voor academici naast de Universiteit van Mosul. De zijkant van het gebouw, waar burgers woonden, is volledig weggeblazen.

Op basis van informatie afkomstig uit de inlichtingen van 1 februari 2016, bestempelde Defensie het gebouw als een legitiem doelwit en voerde Nederland de luchtaanval zeven weken later uit. Zo zou de toegang tot het gebouw bewaakt zijn door een wachtpost van IS en niet vrij voor burgers toegankelijk zijn. Nu blijkt, in lijn met het journalistieke onderzoek, dat het gebouw niet in gebruik was als hoofdkwartier van IS en dat geen sprake zou zijn van een IS-wachtpost het gebouw „naar alle waarschijnlijkheid” een woonfunctie had. Het gebouw had daarom niet aangevallen moeten worden, schrijft minister Yesilgöz.

Defensie had voorafgegaan aan de luchtaanval geen aanwijzingen dat de ‘wapeninzet’ mogelijk tot burgerslachtoffers zou leiden. Daarom is de medewerkers van Defensie geen verwijt te maken, schrijft de commissie. Defensie werd pas in 2023 op de hoogte gesteld van een vermoeden van burgerslachtoffers als gevolg van het journalistieke onderzoek.

Uit het onderzoek van de commissie blijkt ook dat het Amerikaanse CENTCOM Nederland niet op de hoogte heeft gesteld van een eerdere melding over mogelijke burgerslachtoffers van ngo Airwars in 2017. CENTCOM vond de melding van de ngo ongeloofwaardig, onder meer baserend op de informatie dat alleen IS-leden het gebouw konden betreden. Wanneer een melding als ‘onwaarschijnlijk’ wordt bestempeld door CENTCOM, hoeft de betrokken coalitiepartner, in dit geval Nederland, hierover niet te worden ingelicht.

Toen Defensie aan de hand van het onderzoek van NRC, NOS en Nieuwsuur in 2023 verhaal haalde bij CENTCOM, gaf deze in september 2025 opnieuw de beoordeling van ‘onwaarschijnlijk’, zonder inhoudelijke toelichting te geven. De onderzoekscommissie beveelt aan om betere afspraken te maken met toekomstige coalitiepartners over het delen van informatie, bij vermoedens van burgerslachtoffers wanneer Nederland betrokken is.

De commissie schrijft ook dat bij de totstandkoming van missies en operaties een afweging gemaakt moet worden welke tijdsduur tussen inlichtingen en wapeninzet „acceptabel” wordt geacht. Al brengt de commissie ook de kanttekening dat een kortere tijdsduur niet per definitie tot een andere afloop zou hebben geleid.

Lees het hele artikel