Nederland is koploper in deeltijdwerken én in arbeidsparticipatie

6 uren geleden 1

In Nederland valt de term ‘deeltijdprinses’ al gauw in discussies over vrouwen die parttime werken. Bij de buren in Duitsland wordt sinds enkele weken gesproken over ‘lifestyledeeltijd’, ofwel in het Duits: lifestyle-teilzeit.

Een voorstel van de ondernemerstak van regeringspartij CDU om het recht op deeltijdwerk zonder „gegronde reden” zoals een opleiding of zorgtaken te beperken, leidt binnen en buiten de partij tot kritiek. De maatregel is bedoeld om de Duitse economie een opkikker te geven, omdat de beroepsbevolking snel vergrijst.

Duitsland kent inderdaad relatief veel deeltijdwerkers in vergelijking met andere Europese landen. Bijna 30 procent van de Duitse werkenden tussen 20 en 64 jaar oud doet dat in deeltijd, laten cijfers van Europees statistiekbureau Eurostat zien. Onder Duitse vrouwen is dit zelfs bijna 50 procent. Nederland is koploper: bijna 40 procent van de werkenden doet dit parttime, bij vrouwen is dit ruim 60 procent.

Daar staat tegenover dat Nederland ook de lijst aanvoert als het gaat om arbeidsparticipatie: ruim 83 procent van de 20- tot 64-jarigen heeft betaald werk, en bijna 80 procent van de vrouwen in deze leeftijdsgroep. Ook in Duitsland is de arbeidsdeelname met 80 procent hoger dan het EU-gemiddelde (75 procent).

Geen garantie

Hoofdeconoom Peter Hein van Mulligen van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) vraagt zich af of het Duitse voorstel onder de streep zal leiden tot meer gewerkte uren. „Deeltijders kunnen ook gewoon stoppen met werken.”

In Nederland steeg het aantal gewerkte uren juist toen met het Akkoord van Wassenaar begin jaren tachtig de mogelijkheid tot deeltijdwerken werd verruimd. „Toen zijn Nederlandse vrouwen massaal actief geworden op de arbeidsmarkt”, zegt Van Mulligen. „Dit zijn de jaren tachtig niet, en Duitsland is Nederland niet. Maar er is zeker geen garantie dat het beperken van deeltijd ertoe zal leiden dat er meer gewerkt wordt.”

Dat er in Nederland en Duitsland veel in deeltijd wordt gewerkt, wil dus nog niet zeggen dat er in deze landen weinig gewerkt wordt. Sterker nog, als je het totaal aantal gewerkte uren in een jaar afzet tegen het inwonertal, werd er in Nederland gemiddeld 45 uur méér gewerkt dan in andere EU-landen.

In Duitsland ligt het aantal gewerkte uren per inwoner met 734 uur iets onder het EU-gemiddelde (783 uur). Maar het land maakte per inwoner in 2024 wel zestig werkuren meer dan Frankrijk, dat onderaan de lijst bungelt. In Frankrijk werken relatief veel mensen dan weer voltijd.

Dat de term ‘lifestyledeeltijd’ Duitsers tegen de borst stuit, snapt Tanja van der Lippe, hoogleraar sociologie aan de Universiteit Utrecht, goed. „Het doet geen recht aan wat deeltijders, en dat zijn met name vrouwen, in de rest van hun tijd doen. Dat is voornamelijk zorgen voor anderen.”

Maar in de kern is het geen slecht idee om parttimers te stimuleren om meer te werken, vindt Van der Lippe. „Vanwege arbeidsmarkttekorten, maar ook zodat meer mensen economisch zelfstandig zijn.” 

Dat vraagt volgens de socioloog „systeemverandering” en het weghalen van belemmeringen om voltijd te werken. „Is de kinderopvang op orde? Hoe zit het met ouderschapsverlof? En kun je de roosters flexibel indelen?” Van der Lippe gelooft eerder „in een wortel, in plaats van een stok zoals we nu in Duitsland zien. Denk aan flexibele werktijden en een meerurenbonus.”

Voorzitter Gitta Connemann van de ondernemersclub van de CDU, die het voorstel indiende, zei deze week tegen de Duitse krant Tagesspiegel dat ze het jammer vindt dat de ophef rond de term lifestyledeeltijd een „serieuze discussie” over het onderwerp in de weg zit. Het woord ‘lifestyle’ wordt uit het voorstel geschrapt.

De journalistieke principes van NRC
Lees het hele artikel