Rabo steunt rem op zorg: ‘In Zweden of Finland hebben ze ook niet overal ziekenhuizen staan’

10 uren geleden 1

‘Wat vinden jullie van het coalitieakkoord over zorg?”, vraagt Michel van Schaik op een bijeenkomst voor leden van de Rabobank. De directeur gezondheidszorg van de coöperatieve bank hoopt op afkeuring. En hoewel slechts enkele aanwezigen ‘slecht’ roepen, kan Van Schaik zijn vooropgezette een-tweetje maken: „Nou, ik ben er blij mee!”

Van Schaik (1960) is een veteraan op zorggebied. Voor de bank is hij al dertig jaar hoofd gezondheidszorg, en in die rol onderhandelt hij met zorginstellingen die financiering nodig hebben voor nieuwbouw, fusie of nieuwe bedrijfsplan, die werkkapitaal willen lenen of betaaldiensten willen afnemen.

Van Schaik, ooit opgeleid tot tandarts, schoolde zich in de Verenigde Staten om tot expert in zorgsystemen. In die rol denkt hij ook na over de toekomst van de sector. Zo schreef hij in 2010 met een partner een boek, Diagnose 2025, met hun visie op de toekomst van de zorg – vooral over wat er anders moest. Daarover geïnterviewd door NRC, betoogde hij dat zorgverzekeraars te veel marktmacht hebben en zelf te weinig financieel risico lopen. Dit voorjaar komt er een nieuwe uitgave, over de zorg in 2040.

Van Schaik is deze dag in Zaandam op een bijeenkomst voor klanten die in lokale ledenraden zitten en lokale commissarissen. En omdat de Rabobank iets bekend wil maken over zijn domein: de zorg. Een deel van het zogenoemde coöperatief dividend dat de bank jaarlijks weggeeft, gaat ditmaal naar het thema ‘gezondheid’.

Eerder gingen zulke bijdragen naar ‘duurzaamheid; en ‘gezondere voeding’. Van Schaik: „Die twee thema’s zijn belangrijk voor de planeet, maar we zijn ook gewoon een bank voor mensen. We hebben nota bene 2,5 miljoen leden.

Lees ook

Alle kinderen met kanker moeten hier straks worden genezen

Het nieuwe Prinses Maxima Centrum voor kinderoncologie in Utrecht wordt dinsdag officieel geopend

„We doen dit niet alleen vanuit nobele motieven. Ziekteverzuim neemt toe, mensen hebben stress. Dat geldt voor elk bedrijf in Nederland, en dat raakt ons als bank dus ook – als werkgever én kredietverlener. Bedrijven moeten niet alleen hun klimaatvoetafdruk verkleinen, maar ook mensen die aan het werk zijn goed verzorgen. Zodat ze gezond en vitaal zijn, én aan het werk kunnen blijven. Die productiviteit hebben we nodig, om het hele systeem te kunnen bekostigen.”

Het grootste deel van de nieuw schenking is de 35 miljoen euro die dit en volgend jaar naar het Prinses Máxima Centrum in Utrecht gaat, het nationale onderzoeksziekenhuis voor kinderen met kanker. Dat kreeg vorig jaar ook al 25 miljoen euro. Verder gaat er geld naar algemeen kankeronderzoek.

Jullie geven het Máxima-centrum een bijdrage voor een nieuwe vleugel. Kan de bank niet beter iets structureels doen voor zorginstellingen?

„Kijk, we gaan niet ieders financiële gaten dichtlopen. Wij moeten ook gewoon rendement maken. We zijn wel een kritisch klankbord voor zorginstellingen. En er is ook geen tekort in de sector – er is geld zat. Daardoor staat die niet voldoende onder druk om echte, stoere keuzes maken; om sommige dingen op sommige plekken minder te doen.”

Lees ook

Miljardenbezuiniging moet ook tot hervorming van de zorg leiden

Ouderen in een verzorgingstehuis.

Van Schaik hoopt dat die druk er komt nu de partijen achter het coalitieakkoord vanaf 2031 structureel 10 miljard willen bezuinigen op zorg. Dat heeft tot veel negatieve reacties geleid. Maar niet bij Van Schaik. „Ik vind het tof dat er een ombuiging – ik noem het geen bezuiniging – is aangekondigd. Het geld dat je bespaart, kan beter anders besteed worden. Aan de energietransitie; de opwarming van de aarde geeft enorme gezondheidsproblemen. Of aan de voedseltransitie; met voeding kun je veel meer bijdragen aan de gezondheid van mensen dan met een nieuw ziekenhuis bouwen. Of aan woningen – goede woningen waar geen schimmel aan de muur zit.

„Natuurlijk moet je een operatie ondergaan als je je been breekt. Maar de oplossing voor de hoge kosten in de zorg zit niet in het klassieke zorgsysteem, het zit er juist buiten. In elkaar helpen, in je straat of flat. In preventie, zodat je niet valt en dus niet naar het ziekenhuis hoeft. En mensen moeten meer bewegen.”

De bank zet zelf met dat doel ook in op valpreventie, en op sport en bewegen, onder meer met sponsoring van NOC-NSF.

Zorgkosten blijven oplopen

Toch moet binnen het klassieke zorgsysteem ook wel wat gebeuren, vindt Van Schaik. In al die jaren dat hij dit werkt doet, is het de overheid nooit gelukt structureel iets aan de oplopende zorgkosten te doen.

Wat zijn dan stoere keuzes? Sluiting van een IC-afdeling zoals in Zutphen? Mensen daar moeten nu naar Apeldoorn.

„Ja, en je ziet wat er gebeurt. Een bestuur neemt zo’n besluit, en dan komen burgers in opstand. De politiek ook. Zelfde in Zuid-Limburg. Het is een ontzettend ingewikkeld krachtenspel.

„Meestal ontbreekt het aan leiderschap, worden stoere keuzes helemaal niet gemaakt. En wil zo’n keuze écht doorgaan, dan ben je superafhankelijk van je klanten, je personeel je gemeente, en je zorgverzekeraar.”

Een burger heeft toch ook belang bij een IC-bed in Zutphen?

„Vanuit het individuele belang lijkt dat zo. Maar wat als naast dat bed geen mensen staan mensen die intensieve zorg kunnen verlenen, omdat er te weinig goed personeel is? De essentie is dat, als je iets overkomt, de eerste en acute hulp goed moet zijn. Als je dan gestabiliseerd bent, kun je rustig kilometers worden vervoerd. Kijk naar landen als Zweden of Finland. Daar hebben ze ook niet overal een ziekenhuis staan.

„Ik vind dat de staat hierin een grotere rol moet pakken. Er moet een goed netwerk zijn van acute zorgfuncties die écht beschikbaar zijn – zoals brandweer en ambulance. Daarnaast is er dan zorg waarvoor het veel minder erg is om meer dan tien kilometer te rijden.

„Een van de denkfouten bij het zorgstelsel met gereguleerde marktwerking dat in 2006 is ingevoerd, is dat de zorg één markt zou zijn. Je moet geen schijnmarktwerking invoeren voor beschikbaarheidsfuncties, voor complexe niet-planbare zorg. Dat moet de minister van Volksgezondheid gewoon regelen. In andere deelmarkten – zorg die niet complex is en wel planbaar – kan je marktprikkels toestaan.”

Als voorbeeld noemt Van Schaik de komst van een commerciële partij als Bergman Clinics. Dat bedrijf biedt in zijn meer dan veertig klinieken standaardoperaties aan, voor staar bijvoorbeeld, of gescheurde kniebanden. „Die zorgen ervoor dat niet-complexe zorg snel en goed toegankelijk is.”

Van Schaik hoopt dat krappere zorgbudgetten meer van zulk ondernemerschap stimuleren. „Dat zou de sector goed doen. Ondernemerschap wordt er nu al gauw gelijkgesteld aan graaipraktijken, en winstuitkeringen, en verdwijnend geld. Er gaan ook dingen mis, en die komen logischerwijs in de krant. Maar je moet ondernemerschap en winstuitkeringen niet uitbannen.”

De Tweede Kamer heeft meermaals opgeroepen private investeerders uit de zorg te weren. In het coalitieakkoord staat dat „de uitwassen van private equity moeten worden uitgebannen”.

Van Schaik: „Daar ben ik blij mee. Ik zie namelijk ook superintegere ondernemers met een winstmodel, die de winst echt nodig hebben om verder te investeren, te kunnen blijven innoveren. Ondernemerschap zorgt voor innovatie.”

Als voorbeeld noemt Van Schaik het Prinses Máxima Centrum. Dat is een besloten vennootschap met aandeelhouders: patiëntenvereniging, zorgprofessionals, UMC Utrecht. De complexe behandelingen van alle kinderen met kanker in Nederland vindt daar nu plaats, in samenwerking met veertien lokale ziekenhuizen.

De gymzaal in het Prinses Máxima Centrum, het Utrechtse onderzoeksziekenhuis voor kinderoncologie.

De gymzaal in het Prinses Máxima Centrum, het Utrechtse onderzoeksziekenhuis voor kinderoncologie.

Foto Freek van den Bergh/ANP / ANP

Rabobank was vanaf het begin betrokken bij het centrum en heeft het, samen met de Bank Nederlandse Gemeenten, die ook veel overheidsinstellingen van leningen voorziet, financiering gegeven. Van Schaik: „Er was in het begin enorme weerstand tegen dat centrum. Universitaire ziekenhuizen waren tegen, die moesten een deel van hun budget inleveren. Maar door de enorme focus op patiënten en bundeling van al het kankeronderzoek daar is enorm veel waarde toegevoegd. Aantoonbaar: overlevingskansen verbeteren, er zijn minder complicaties en restschade, toponderzoekers uit de hele wereld worden aangetrokken.” Volgens hem zou dat model voor meer soorten complexe zorg kunnen werken.

Dan nog een keer: wat kan een bank doen om de zorg structureel te helpen?

„Als een zorginstelling een lening nodig heeft, kunnen we echt iets doen. We beoordelen of ze voldoet aan financiële randvoorwaarden. Dan bekijken we ook of een aanvraag logisch is. Een ziekenhuis neerzetten in een krimpgebied of zonder voldoende personeel is geen goed idee.

„We hebben al vaak ‘nee’ gezegd op financieringsvragen. Omdat we gewoon zagen: het slaat nergens op. Zoals bij het Orbis-drama, jaren geleden. Dat ging om een ziekenhuis in Zuid-Limburg dat een groot nieuw gebouw wilde neerzetten. Het bedrijfsplan was niet goed. Onze lokale bank, waarvoor dit de grootste klant was, begreep er niks van dat we niet wilden financieren.”

Het ziekenhuis kreeg van andere banken wel financiering, en belandde kort daarop in zware financiële problemen. „Uiteindelijk is dat allemaal weer met publiek geld en hulp van zorgverzekeraars gefikst. Maar door als financiers poortwachter te zijn, kunnen we zoiets helpen voorkomen.”

De journalistieke principes van NRC
Lees het hele artikel